Vrede

De maatschappelijke ontwikkelingen gaan niet voorbij aan de olympische beweging. Na twee wereldoorlogen vreesden velen een nieuwe,allesvernietigende oorlog. Onder hen een Duitse vrouw die tijdens de opening van de Spelen in Helsinki in 1952 als vredesengel opdook. Niemand in het stadion vermoedde onraad, want na alle plechtigheden zag de geheel in het witgeklede vrouw er niet angstaanjagend uit.

,,Ladies and gentlemen'', zei ze aan het begin van haar toespraak. En daar bleef het bij, omdat op dat moment de ordedienst ingreep. Later bleek ze Barbara Rotraut-Pleyer te heten en had ze iets willen zeggen over de vrede en verbroedering der volkeren. Voor alle zekerheid werd ze de volgende dag maar op een vliegtuig naar huis gezet.

Minstens één oud-deelnemer van de Olympische Spelen moet minimaal hebben geglimlacht bij het zien van die actie. De Brit Philip John Noel-Baker, die in1920 zilver won bij de 1.500 meter atletiek, was in die tijd een fanatiekpleitbezorger van ontwapening. Al in 1920 werkte hij voor de Volkenbond. Van1924 tot 1929 was hij hoogleraar Volkenrecht en lid van het EngelseLagerhuis. Meteen na de oorlog werd hij opgenomen in de Britse regeringenvan Labour. De uiteindelijke kroon op zijn carrière was in 1959 toen hij deNobelprijs voor de Vrede kreeg. Die was vooral gebaseerd op zijn boeken`Wedloop der wapens uit 1958 en `Ontwapening – Ja' uit 1963. Noel-Baker, tot 1977 voorzitter van de UNESCO, waar hij zich vooral inzette voor sport en gezondheidszorg in ontwikkelingslanden, was in feite de olympische gedachte op twee benen.