Column

Supporter

Het is half elf en bij de hockeywedstrijd Duitsland-Groot Brittanië is het 1-1. Ik probeer me voor te stellen hoe het Nederlands elftal naar deze wedstrijd kijkt. Nagelbijtend? Door een tranenwaas? Kijken de hockeyvrouwen mee? Troosten zij de ontgoochelde jongens? Zij weten als geen ander wat ze voelen. Ik zag oprechte coachpijn bij Maurits Hendriks. Verbijsterd verliet hij het stadion. Was hij al zo kaal? Doelman Jansen meldt dat het elftal alleen maar de hele dag voor de buis hangt en al die domme sporten slurpt. Brinkman voelt zich gejojood. Je voelt de licht explosieve sfeer in het team! Niemand moet de verkeerde opmerking maken. Iedereen proeft gal, maar houdt het binnen. Niks zeggen, wie weet hebben we nog een kansje. De deur staat nog altijd op een kier. Een strafcorner en we zijn weer de dikste vrienden.

Het is kwart voor elf. De Britten komen 2-1 voor. Nederland is misschien gered. Zenuwslopende minuten volgen. Ik zie stukgebeten lippen, vloekende spelers, jongens die hun hoofd in hun handen verbergen, aardige jongens die niet durven kijken! De bondscoach aait over zijn schedel. Voelt hij stekels?

Acht voor elf. De ontlading. Juichen en janken. Toch nog kans op goud! De Duitsers zijn verslagen en Nederland is gered. Alles is vergeten. Ronald Jansen bedoelde het niet zo en bij Brinkman overheerste de emotie toen hij zei dat hij zich gejojood voelde. Ach, dat zijn van die zaken die je eruit flapt als je net van het veld komt. Misschien was het ook wel goed dat Sjakie vijfentwintig minuten aan de kant zat! Kortom: een schone lei. De coach heeft er ook weer zin in. Niks aan de hand. Die Australiërs kunnen we hebben!!!

En de hockeyvrouwen? Zijn ze blij voor de jongens. Of dachten ze toch heel stiekum: wij eruit, dan jullie er ook uit!