Ruim honderd plaatsen willen eigen station

Op meer dan honderd plaatsen is er belangstelling om een nieuw station te openen. Dit schrijft minister Netelenbos (Verkeer en Waterstaat) in een brief aan de Tweede Kamer.

De bewindsvrouw staat niet afwijzend tegenover het verlangen van veel gemeenten een nieuw station te openen, omdat hiermee het gebruik van de trein kan worden bevorderd. Ze onderstreept echter dat ze lang niet alle wensen op korte termijn kan honoreren.

Voor sommige stations is het groene licht inmiddels al gegeven. Dat geldt in het bijzonder voor Arnhem-Zuid, Nijmegen Waalsprong en Amersfoort Vathorst. Ook het nieuwe station Dordrecht Amstelwijck zal zo spoedig mogelijk worden aangelegd.

Daarnaast zal er met voorrang worden gekeken naar de mogelijkheden voor stations in enkele nieuwe zogeheten Vinex-wijken zoals Leeuwarden Werpsterhoek, Zwolle Stadshagen, Almere Poort, Berkel Enschot, Etten-Leur-Oost en Helmond Brandevoort.

In de Randstad komen er ook enkele nieuwe stations bij die deel uitmaken van het project Randstadspoor. Dat is erop gericht veel plaatsen in het westen van het land beter bereikbaar te maken met light-rail, een soort sneltram.

De rijksoverheid is in beginsel verantwoordelijk voor aanleg, beheer en onderhoud van alle spoorweginfrastructuur, inclusief de stations. Netelenbos stelt een aantal voorwaarden voor de aanleg van nieuwe stations. Zo moeten er goede perspectieven zijn dat dagelijks duizend nieuwe reizigers van zo'n station gebruikmaken, dat wil zeggen mensen die voorheen niet per trein reisden. Voorts wil Netelenbos slechts maximaal 10 miljoen gulden beschikbaar stellen voor de bouw van een nieuw station. Locaties waar behalve het station nog andere infrastructuur moet worden aangelegd vallen wat haar betreft af.

Netelenbos wijst erop dat de nieuwe stations meestal in het begin niet erg rendabel zijn. Ze is bereid financiële afspraken te maken met de NS en de regionale spoorbedrijven, die de nieuwe stations zouden moeten exploiteren.