Praagse herfst

BUITEN DEMONSTREERDEN enige duizenden luidruchtige activisten, binnen vergaderden de machtige mandarijnen van de internationale organisaties. De jaarvergadering van het Internationale Monetaire Fonds (IMF) en de Wereldbank, die deze week in Praag wordt gehouden en die is voorafgegaan door een serie informele beleidsvergaderingen over de internationale economische orde, trekt bijzondere aandacht. Niet alleen wegens de onderwerpen die ter sprake komen – de olieprijzen, de euro, de schuldkwijtschelding voor de armste landen – maar ook omdat dit een test is voor de anti-globaliseringsbeweging na `Seattle'. Vorig jaar december slaagden activisten er in de vergadering van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) in Seattle in het honderd te laten lopen en daarmee de start van een nieuwe handelsronde te blokkeren.

Hoewel de demonstraten een bonte verscheidenheid van invalshoeken vertegenwoordigen, hebben ze één ding met elkaar gemeen. Ze beschouwen globalisering, het proces van wereldwijde economische integratie, als de bron van onderontwikkeling, sociale uitsluiting en armoede en als de grootste bedreiging voor de natuur. Deze opvattingen staan haaks op de ideologie zoals die wordt uitgedragen door het IMF, de Wereldbank en Westere landen dat globalisering bij uitstek de manier is om via toenemende handels- en kapitaalsstromen de armoede in ontwikkelingslanden terug te dringen.

DE PROCESSEN zijn veel complexer dan de slogans. Een voorbeeld is de roep om schuldkwijtschelding voor de armste landen, waarmee een coalitie van religieuze en sociale activisten met steun van de paus en Bob Geldoff al enkele jaren aan de weg timmert. Hoe zwaar de schuldenlast ook op arme landen drukt, ze vergeten dat deze leningen ooit verstrekt werden om ontwikkeling te financieren, waaruit de schulden zouden kunnen worden terugbetaald. Ergens is iets misgegaan met de bestedingen. Bovendien is er geen garantie dat de financiële ruimte die door schuldvermindering wordt gecreëerd, gebruikt wordt voor sociale, medische en educatieve ontwikkelingsdoelen. Kwijtgescholden schuldendollars zijn fungeable: ze kunnen voor alle mogelijke doelen worden gebruikt. Oeganda, bijvoorbeeld, een lieveling van de schuldencampagne, voert op het ogenblik massaal oorlog in het Congobekken.

Met globalisering is het niet anders dan met de schuldkwijtschelding. Het is positief als ze in goede banen wordt geleid en daarvoor is een behoorlijk beleid in de afzonderlijke landen even onontbeerlijk als het bestaan van internationale organisaties die zich met toezicht, regels en afspraken bezighouden.

HET IMF en de Wereldbank hebben de reacties van tegenstanders in zekere zin over zichzelf afgeroepen. Uit een streven door iedereen – van bankiers tot milieuactivisten en van ministers van Financiën tot de campagneleiders voor schuldkwijtschelding – áárdig te worden gevonden, zijn beide organisaties de afgelopen jaren zich steeds gedetailleerder gaan bemoeien met het micro-management van het beleid in geld-ontvangende landen. Dat is fnuikend, want op de werkwijze van grote, bureaucratische organisaties is altijd wat aan te merken, zeker als ze zich met mondiale vraagstukken bezighouden en zich bewegen op het snijpunt van politiek en economie. Het beste is als het IMF zich concentreert op zijn taken als toezichthouder op de internationale financiële markten en de Wereldbank afslankt tot een ontwikkelingsagentschap voor de armste landen. Op die manier kunnen ze ertoe bijdragen dat juist ook de armen in ontwikkelingslanden de vruchten van de globalisering plukken.