Olieprijs gaat verder omlaag

De olieprijzen zijn gisteren gedaald na het besluit van de Verenigde Staten olie uit hun strategische reserves op de markt te brengen. Op de termijnmarkten in Londen werd aan het eind van de handel voor een vat Brent-olie 30,80 dollar betaald, 0,45 dollar (1,4 procent) minder dan eind vorige week. Vanochtend ging de prijs nog verder omlaag, naar 30,19 dollar per vat.

De hoogste prijs van vorige week bedroeg 34,98 dollar. Dat was het hoogste niveau sinds het uitbreken van de Golfoorlog begin jaren negentig. Vrijdag was de olieprijs al gedaald in afwachting van het Amerikaanse besluit om de oliereserves aan te wenden om lagere prijzen te forceren. President Clinton gaf toestemming 30 miljoen vaten uit de nationale voorraden te halen. Analisten hadden al gezegd dat de prijs daardoor zou dalen, hoewel ze de invloed van het Amerikaanse besluit niet wilden overschatten.

Ook Amerikaanse olie werd goedkoper. Een vat (van 159 liter) voor levering in november kostte gisteravond tijdens de New Yorkse handel 31,80 dollar. Vrijdag bedroeg het slot nog 32,68 dollar tegen 37,80 dollar eerder die week.

Tijdens het overleg van de zeven grootste industrielanden (G7) dit weekeinde werd geconclueerd dat niet alleen de olieproducerende landen maatregelen moeten nemen, maar dat overal in de wereld efficiënter met energie moet worden omgesprongen. Het besluit van Washington de strategische voorraden aan te spreken, krijgt vermoedelijk navolging.