Licht gestoord

Jonge vrouw op de bank: ,,Ik leef nu al jaren helemaal alleen. Ik heb in geen jaren meer een verhouding gehad.''

Psychiater: ,,Wie was die man dan vorige week?''

Vrouw: ,,Dat was de vriend met wie het vorig jaar uitging. We waren aan het recyclen. We hergebruiken elkaar.''

Een typische dialoog uit de spreekkamer van Dr. Katz, professional therapist, een tekenfilmpje uit de mellow spreekkamer van de New Yorkse joodse psychiater. Maandagavond om acht uur sla ik er het heilige Journaal voor over, want het is een hilarisch kwartier.

Gisteren de vrouw die maar opgehouden was met drugs omdat ze de dealer niet meer kon uitstaan. ,,Als je drugs koopt, moet je vriendschap veinzen met je dealer. Alsof je voor de gezelligheid bij hem langs komt en hij tot je verbazing drugs blijkt te hebben. Hij praat maar met je en je zegt de hele tijd `oh wat geweldig, oh wat interessant' maar binnenin denk je wanneer kom je met die drugs. Ik haat je. Je huis stinkt naar kattenpis. Waarom maak je je aquarium niet schoon?'' Op zo'n moment krijg je de dealer in zijn huiskamer te zien, een dikke man met een door lange slierten omlijst gezicht. De wachtende kat in de viesrode kleur van het haar van de dealer en de vissen trillend in brak modderwater. Een tekenfilm brengt het allemaal scherper in beeld dan acteurs het zouden kunnen. Zoveel uiteenlopende types zouden in het echt niet bij elkaar kunnen worden gebracht. De tekenaar kan ook karikaturen maken die normaal lijken. Echter dan de werkelijkheid.

The Simpsons, het gestoorde gezin, heeft de tekenfilm weer helemaal teruggebracht als sociale satire. Beavis and Butt-head blonken uit in hun puberale lachjes. Dan nog het absurde South Park. In Nederland is zoiets moeilijker te realiseren. Zo'n onschuldig wekelijks kwartiertje psychiater wordt door een enorme staf van makers samengesteld. Behalve bedenkers Jonathan Katz en Tom Snyder telde ik minstens tien schrijvers, een ander team dat de verhaallijnen uitzet, mensen die thema's bedenken, de tekenaars.

Dr. Katz woont alleen met zijn hypochondrische zoon van rond de twintig die secretaresse Laura als een soort moeder behandelt. De patienten zien er normaal uit maar in de spreekkamer blijven ze allemaal doorgaan op kleine obsessies, beetje verknipt, wacko, lichte terreur voor Dr. Katz. Ze praten over hun joodse, Ierse, Italiaanse of Koreaanse opvoeding met alle complexen. De korte anekdotes lijken levensecht, niet te verzinnen.

De mannelijke patiënten verheffen hun stem in tegenstelling tot Dr. Katz die altijd zacht en kalmerend blijft praten, ook al is hij nog zo boos. Het is een bepaalde omgangsstijl, zijn zoon heeft het ook. Je draait je stemgeluid op laag volume om te doen alsof er niets aan de hand is en trekt de aandacht met originele, persoonlijke opmerkingen. Op zachte toon zeggen vader en zoon elkaar vreselijke dingen, doorspekt met lief-therapeutische cliché's.

Gisteren volgde Dr. Katz op een B&W over mentale coachen voor sportlieden. De populaire ster van de pijltjes, Raymond van Barneveld, had zo'n coach nodig toen hij dit jaar geen wereldkampioen meer werd. De aardige postbode bleek een terreur voor zijn gezin toen hij het wereldkampioenschap verloor: ,,Ik kon niet eens omgaan met verlies. Het leek wel of ik na die wedstrijd veranderde in een duivel, ik was mezelf niet meer. Ik heb er ook helemaal geen verklaring voor. Met verlies kan ik geen vrede hebben. Het kan niet, het past niet in mijn woordenboek. En dan gebeurt het toch.'' Wat een verschil met het publieke imago van de gewone, bescheiden jongen, zonder kapsones. Ik moest denken aan Ruud, de knuffelaar van Big Brother die langzaam terugzakt in de gewone anonimiteit. Er komt steeds minder publiek voor de winkelopeningen die hij verricht. Na al die opwinding moet hij eraan wennen om zijn vrouw en dochtertje te recyclen.