Hier heeft gewoond

Kaatje Dierckx/zuster Marie Adolphine, non, 1866-1900. Ossen-drecht (NB), Adolphineplein 2, r.k. kapel, op de voorgevel een zwart-marmeren plaat met de tekst: ,,Hier werd geboren Kaatje Dierckx, zuster Marie Adolphine, zalig verklaard 24-11-1946. Deze kapel is opgericht tot haar gedachtenis.'

Waar in het Brabantse Ossendrecht ooit een eenvoudig huis annex bakkerij heeft gestaan, is een kapel verrezen. In dat huis werd op 3 maart 1866 Kaatje Dierckx geboren. Ze heeft maar 34 jaar mogen leven, tot 9 juli 1900, toen ze als non onder de naam Marie Adolphine werd vermoord tijdens de bloedige Bokseropstand in China, een uitbarsting van geweld tegen vreemdelingen, in het bijzonder christenen.

In 1964 werd Kaatjes ouderlijke woning gesloopt en vervangen door die kapel `tot haar gedachtenis'. Alleen de bedstee waarin ze ter wereld kwam, is op zijn plaats gebleven.

Al jaren eerder, op 24 november 1946, was Marie Adolphine om haar marteldood zalig verklaard, een opstapje naar de staat van heiligheid, die haar op 1 oktober ten deel zal vallen. Een 92 man sterke Ossendrechtse delegatie (twee bussen vol) maakt zich op om de plechtige heiligverklaring in de Sint Pieter te Rome bij te wonen.

Ook zijn er plannen om in verband met deze gebeurtenis het gedenkteken op de kapel aan te passen. Misschien komt er een regel tekst bij, maar het kan ook zijn dat er een nieuwe steen of plaquette wordt aangebracht.

Kaatje Dierckx groeide aanvankelijk op met vijf broertjes en zusjes, van wie de meesten uit een vorig huwelijk van haar moeder, Klien Withaags, stamden. Al spoedig werd het gezin wreed uiteengerukt toen moeder Klien overleed, vermoedelijk aan de pokken, en vader Petrus Dierckx, bakker van beroep, met de noorderzon vertrok, een schare kinderen achterlatend. Een verre bloedverwant heeft zich toen over Kaatje ontfermd.

Na de lagere school was ze een tijdje hulp in de huishouding en vervolgens inpakster in een fabriekje van koffiesurrogaat, de zogenaamde peekoffie of cichorei. Op 19 maart 1893 trad ze in bij de franciscanessen-missionarissen in het klooster van Onze Lieve Vrouw van Bijstand in Antwerpen, niet ver over de grens, en werd ze zuster Marie Adolphine. Op de vraag waarom ze die stap nam, was haar antwoord: ,,Om voor Onze Lieven Heer te mogen lijden.'

En ze heeft wat dat betreft haar portie gehad. Voorjaar 1899 vertrok Kaatje met nog veertien andere missiezusters en onder de hoede van monseigneur Fogolla, een Italiaanse hulpbisschop, naar China. Op 4 mei dat jaar bereikte de groep het eindpunt van de reis: Toi-yuan-foe, hoofdstad van de provincie Chansi. Daar deed Kaatje kloosterlijke dienst in de wasserij en strijkerij van een weeshuis tot ze op 9 juli 1900 tijdens de Bokseropstand werd onthoofd.