Het natuurlijkste monopolie

Het Duitse RWE koopt voor 15,6 miljard het Britse Thames Water. De waterleiding is een natuurlijk monopolie en geeft toegang tot het huis van de klant. ,,Klanten lopen niet weg.''

Het Nederlandse energie- en waterbedrijf Nuon probeert nog altijd om de Waterleiding Maatschappij Limburg (WML) in te lijven. Met WNL erbij – voor ongeveer een half miljard gulden – zou Nuon een miljoen wateraansluitingen in beheer krijgen. Het Duitse RWE koopt voor 15,6 miljard gulden het Britse waterbedrijf Thames Water en krijgt daarmee in Londen en omgeving zo'n 12 miljoen aansluitingen erbij.

Het bod van Rheinisch-Westfälisch Elektrizitätswerk (RWE) op Thames Water, dat dit weekeinde uitlekte, geeft opnieuw aan dat in de waterwereld ,,het Europa van de twee snelheden'' is ontstaan. In Nederland moeten waterbedrijven grotendeels in overheidshanden blijven en kunnen ze daardoor om schaalvergroting te bereiken alleen met elkaar fuseren tot nog altijd betrekkelijk kleine bedrijven. In grote Europese landen zoals Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk zijn de waterbedrijven geprivatiseerd en voor het merendeel in handen van enkele grote spelers. Zeer grote spelers zelfs, want de Franse bedrijven Vivendi en Lyonnaise des Eaux beschikken elk over 100 miljoen aansluitingen.

Met de aankoop van Thames Water maakt RWE een sprong van de middenmoot naar de internationale subtop van de waterwereld. In Duitsland bezit RWE, een typisch Duits conglomeraat met uiteenlopende actviteiten van energie tot bouw, nu alleen een groot belang in een Berlijns waterbedrijf. In Nederland is RWE behalve mede-eigenaar van bouwer Ballast Nedam ook eigenaar van het energiedistributiebedrijf in de Haarlemmermeer, na een overname die vooruitliep op de wetgeving en daardoor nogal wat politiek gekrakeel veroorzaakte. Dat zet allemaal minder zoden aan de dijk dan de aankoop van Thames Water, dat ook nog werkt aan de overname van het waterbedrijf E'Town in de Verenigde Staten.

Waarom willen de nutsbedrijven zo groot worden in de watersector? Het antwoord op die vraag ligt opmerkelijk genoeg in de energiesector en dan met name in de elektricteit. In navolging van het Verenigd Koninkrijk maar ook van Zweden worden de Europese markten voor gas en elektricteit geliberaliseerd, met onder meer als gevolg dat de consument in Nederland in 2004 zijn eigen stroomleverancier mag kiezen. Energiebedrijven zullen moeten gaan concurreren om de klant en worden nu door de gemeenten en provincies verkocht.

Waar Franse en Britse waterbedrijven inmiddels dezelfde weg zijn gegaan, heeft in Nederland minister Pronk (Milieu) op de rem getrapt: waterbedrijven blijven in handen van gemeenten en provincies. De argumentatie van Pronk hiervoor is onder meer dat water zeer belangrijk is voor de volksgezondheid en dat het onmogelijk is te concurreren op het waterleidingnet. Een handelaar kan in Frankrijk elektriciteit inkopen, op het net laten stromen om vervolgens in Nederland elektronen af te tappen; elektronen zijn elektronen. Het is niet mogelijk om door een waterbuis het water van verschillende leveranciers te laten stromen, omdat de samenstelling verschilt. Een waternetwerk is dus verbonden aan een bedrijf en daardoor nog meer een natuurlijk monopolie dan een stroomnetwerk.

Dat is precies wat de energiebedrijven zo aantrekt in waterbedrijven. Vivendi, Suez Lyonnaise des Eaux en ook RWE willen zogeheten multi utility-bedrijven worden, die èn stroom èn gas èn kabel èn water aanbieden. In Nederland hebben de twee grootste energiebedrijven, Nuon en vooral Essent, dezelfde ambities. Dat multi utility-concept bespaart de klant geld, is de argumentatie, omdat de grond maar een keer open hoeft om de verschillende kabels en leidingen te trekken en alle betalingen op één rekening kunnen. De overnames in de watersector worden verder gerechtvaardigd met de verwachting dat water dé grondstof van de eenentwintigste eeuw wordt.

Het verzwegen argument is dat de aankoop van waterbedrijven een klantenbestand geeft, dat zeer stabiel is. Een klant van een waterbedrijf kan ook op een geliberaliseerde markt nauwelijks overstappen naar een concurrent. Deze groep waterklanten kunnen vervolgens andere diensten aangeboden krijgen, zoals gas en elektriciteit. ,,Deze klanten lopen niet weg. Dus je hebt een prachtig adres om je post naar toe te sturen'', zegt M. van Eekeren van het wateradviesburea Kiwa. ,,In de elektricteitssector wordt de situatie vergelijkbaar met de mobiele telefonie, waarbij je de telefoontikken of energie-eenheden koopt bij een detailhandel. Deze frontoffice-rol kan heel goed worden vervuld door een waterbedrijf.''

Omvangrijke krachtenbundelingen lijken voor Nederlandse energiebedrijven ondenkbaar. Nuon-topman Swelheim heeft bijvoorbeeld al eens aangeven minimaal een miljoen wateraansluitingen nodig te hebben om her en der in de wereld in grote steden de watervoorziening te mogen regelen. Omdat Nuon op termijn naar de beurs wil, lijkt de wetgeving van Pronk overnames van waterbedrijven onmogelijk te maken. Van Eeekeren van Kiwa ziet dat iets anders: ,,Waterbedrijven kunnen een groot deel van de taken afstoten aan de markt, terwijl er toch een publieke verantwoordelijkheid blijft bestaan voor het drinkwater. Dat noem ik een beetje-voor-beetje-privatisering.''