Excuus kan Vlaams nationalisme rehabiliteren

Vlaams-Waals tegenstellingen beheersen het Belgische debat over collaboratie in de Tweede Wereldoorlog. Met een excuus heeft een Vlaamse hoogleraar de patstelling willen doorbreken.

De traditionele IJzerbedevaart in het West-Vlaamse Diksmuide zou dit jaar geruisloos voorbij zijn gegaan, als historicus Frans-Jos Verdoodt er niet had gesproken. De alom gerespecteerde hoogleraar bood namens de Vlaams-nationalisten van het organiserende IJzerbedevaartcomité excuses aan voor de collaboratie van veel Vlamingen met de Duitse bezetter tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Een deel van de Vlaams-nationalisten zag destijds in samenwerking met de Duitsers een middel om de zo gewenste autonomie naderbij te brengen.

In Vlaanderen wordt de geste door sommigen al een `historisch pardon' genoemd. Het illustreert hoe gevoelig het oorlogsverleden voor veel Vlamingen ook na ruim een halve eeuw nog is. ,,Vlaanderen houdt zich nog steeds in de ban van zijn eigen oorlogsverleden'', zegt Frans-Jos Verdoodt in zijn met boeken volgestouwde werkkamer in Aalst. De 60-jarige Verdoodt is docent aan de Antwerpse universiteit en de Utrechtse School voor de Journalistiek. Zijn excuses werden in Diksmuide door een kleine groep rechts-extremisten met boegeroep begroet. Hun voorman Philip Dewinter van het Vlaams Blok noemde de excuses ,,onbegrijpelijk''.

Maar de meesten van de tienduizend aanwezigen, onder wie veel `progressieve' Vlaams-nationalisten, reageerden met luid applaus. Verdoodt had de vlakte aan de IJzer welbewust voor zijn boodschap gekozen. De IJzertoren met daarop het in steen gegraveerde AVV-VVK (`Alles voor Vlaanderen-Vlaanderen voor Kristus) is het symbool bij uitstek van de Vlaamse beweging. Daar ook worden onder het motto `nooit meer oorlog' al sinds jaar en dag de Vlaamse gesneuvelden van de Eerste Wereldoorlog herdacht. Verdoodt kwam bij het IJzerbedevaartcomité zelf met het voorstel voor een excuus, nadat hij vorig jaar met progressieve intellectuelen al een dergelijke oproep had gedaan.

Verdoodt wil met zijn excuses de patstelling in de kwestie van de Vlaamse collaboratie doorbreken. Elk debat daarover is altijd in de kiem gesmoord, omdat een deel van de Vlaamse beweging een spijtbetuiging afhankelijk maakte van een soortgelijk gebaar van de Belgische overheid over wat in België als de naoorlogse `repressie' wordt aangeduid. Het gaat om de vele duizenden Vlamingen die na 1945 zonder dat er van strafbare feiten sprake was in de cel terechtkwamen, bezittingen, nationaliteit, pensioenrechten verloren of andere vernederingen moesten ondergaan.

Verdoodt wijst op de persoonlijke rekeningen die in Vlaanderen na de oorlog zijn vereffend: ,,Onderwijzers die op 11 juli voorlazen uit de Vlaamse Leeuw werden na de oorlog met collaboratie geassocieerd. Burgemeesters die een verkiezing tegen een Vlaams nationalist hadden verloren lieten zo'n persoon arresteren, meisjes die niets met de oorlog te maken hadden zijn verkracht.'' Een van zijn motieven is dan ook van humane aard. Volgens Verdoodt heeft de toenmalige Belgische regering de onrechtvaardigheden in de naoorlogse jaren te veel op hun beloop gelaten, waarbij haar ,,anti-Vlaamse reflex'' volgens hem een zekere rol heeft gespeeld.

Iedereen in België is het er over eens dat in de naoorlogse periode heel wat Vlamingen onrechtvaardig zijn behandeld. De gezaghebbende rechtssocioloog Luc Huyse schreef (met een co-auteur) een standaardwerk over de kwestie. ,,Er zijn ontsporingen geweest. In mijn boek heb ik beschreven hoe rechters `victoriejustitie' hebben bedreven. Al waren er verzachtende omstandigheden door de onderbemanning'', zegt Huyse. De Leuvense hoogleraar zegt het de Vlaamse beweging wel kwalijk te nemen dat zij met cijfers ,,manipuleert'' door van 400.000 of 500.000 dossiers van repressieslachtoffers te spreken. ,,Het gaat uiteindelijk om 90.000 getroffenen. En wat ze vergeet is dat de meeste gevangenen al begin jaren vijftig vrij waren. Het is alleen het verlies van rechten dat velen trof.''

Huyse vindt de schuldbekentenis van de Vlaamse beweging over de collaboratie ,,te waarderen'' maar tegelijk ,,bijzonder laat''. Bovendien wordt de schuldbekentenis volgens hem ,,enigszins vertroebeld'', doordat sommige Vlaams-nationalisten er toch weer de eis aan koppelen dat de Belgische autoriteiten een gebaar maken naar de slachtoffers van de naoorlogse repressie. Zo kondigde voorzitter Geert Bourgeois van de Vlaams-nationalistische Volksunie een dag na de IJzerbedevaart in het dagblad De Morgen een wetsvoorstel aan over ,,eerherstel'' voor de door hun leiders ,,bedrogen kleine Vlaamse militanten''. Volgens Huyse wil de Volksunie om politieke redenen iets laten horen wegens de naderende gemeenteraadsverkiezingen van 8 oktober. ,,Het Vlaams Blok wil totale amnestie en de Volksunie vist voor een deel in dezelfde kiezersvijver'', aldus Huyse. Zijn collega Verdoodt zegt de stap van Bourgeois ,,ongelukkig'' te vinden, al begrijpt hij dat de Volksunie-leider hiermee extreem-rechts de wind uit de zeilen wil nemen. Verdoodt noemt de door hemzelf uitgesproken excuses ,,onvoorwaardelijk''.

Niemand gelooft overigens dat Bourgeois' wetsvoorstel in het federale parlement enige kans maakt. Waalse parlementariërs zullen er nooit mee akkoord gaan. Het Vlaamse parlement aanvaardde enkele jaren geleden een christen-democratisch voorstel om pensioenen van `repressieslachtoffers' te repareren, maar het federale Arbitragehof verklaarde het regionale parlement onbevoegd een dergelijk besluit te nemen.

Verdoodt hoopt dat na de excuses het Vlaams nationalisme weer de kans krijgt haar ,,oorspronkelijke wortels van een zeer progressieve, democratische en pluralistische beweging'' terug te vinden. Voorzitter Vandenberghe van het IJzerbedevaartcomité meent dat de jaarlijkse bedevaart ,,terug moet naar de bron: dodenherdenking, protest tegen oorlog en geweld en streven naar autonomie voor volken waar ook ter wereld.''

Tot een werkelijk nationaal debat wil het in België intussen maar niet komen. Vlaams-Waalse en andere politieke gevoeligheden zijn daar debet aan. ,,Het verschil met Nederland is dat daar de hele collaboratie meteen is gedepolitiseerd. De afwikkeling kwam in handen van technici, hoogleraren, criminologen en instellingen voor resocialisatie. De hele operatie is daarmee in Nederland achter de gordijnen verdwenen'', zegt Huyse.

Huyse: ,,Bij ons speelt het Vlaams-Waalse. Zeker in Franstalig België bestaat het beeld dat collaboratie vooral een zaak van Vlaanderen was, ook al is dat niet juist. In Vlaanderen had je politieke collaboratie, terwijl er in Wallonië meer militaire en economische collaboratie was.'' Bovendien is er volgens Huyse in België de breuklijn tussen vrijzinnigen, ofwel ongelovigen, en katholieken. ,,De vrijzinnigen zien collaboratie als een katholiek verschijnsel. En dat klopt een beetje.''