Eenmansgerechten

Ruim eenderde van de Nederlanders gaat alleen door het leven. Recepten voor eenpansgerechten zijn er te over, maar de eenmansgerechten komen er bekaaid af. Tussen honderden kookboeken vond ik maar één boekje over koken voor jezelf. Het beleefde wel al een vierde druk.

Uit de culinaire literatuur herinner ik me een beschouwing over alleen eten van M.F.K. Fisher onder de A van haar Gastronomisch Alfabet en Ethel Portnoy behandelt de eenzame eter in de pas verschenen bundel Zielespijs.

Portnoy maakt een verhelderend onderscheid in verschillende soorten alleeneters en hun kenmerkende eetstijlen. Zoals de solitaire lekkerbek die zich als troost te goed doet aan gastronomische hoogstandjes, de alleenstaande, oudere vrouw die gezond, maar uiterst simpel zo niet schraal voor zichzelf kookt en de jonge vrijgezel die nooit aan tafel zit, nooit een echte maaltijd tot zich neemt, maar zich, veelal staande, uitsluitend voedt met hapjes tussendoor.

Fisher beschrijft hoe ze in een periode dat `die ene' er niet is proefondervindelijk vaststelt wat voor haar de beste manier is om het alleen eten vorm te geven. Eerst leeft ze op crackers en soep uit blik, daarna gaat ze in goede restaurants eten. Dat valt haar mee, de kelners zijn vriendelijk en voelen de situatie goed aan. Maar steeds buiten de deur eten gaat haar budget te boven en kost veel tijd. Ook maken andere gasten een inbreuk op haar privacy. Uiteindelijk besluit ze toch voor zichzelf serieus te gaan koken.

Dat vergt, zo weet ik uit ervaring van vroeger, een bijzondere discipline. De verleiding is groot om het bij een stuk brood en wat kaas te laten. Het is niet alleen het gemis van de sociale apotheose van de maaltijdbereiding, het samen van iets lekkers genieten, maar het is vooral huishoudeconomisch zo hinderlijk onverantwoord. Voor jezelf koken kost nauwelijks minder tijd dan voor een heel gezin een maaltijd op tafel zetten. Ook is het kooktechnisch en uit het oogpunt van voorraadbeheer vrijwel onmogelijk te werken met hoeveelheden als 0,0825 liter wijn, een halve eetlepel room en een kwart ei. Zet daar de staafmixer maar eens in.

Alleen koken en alleen eten betekent ook alleen boodschappen doen. Om verklaarbare, maar toch ongegronde, redenen ging dat bij mij met enige gêne gepaard. Het leek me een zeer persoonlijk probleem. Totdat ik, inmiddels jaren geleden, in een stukje van Jac Heijer las dat hij, als alleeneter, niet de moed had bij de slager om een biefstukje te vragen. Hij nam er twee. Nog lastiger is het voor jezelf een taartje te kopen. Ik kocht er twee, of zelfs drie, om de banketbakkersvrouw niet op de gedachte te brengen dat ik mij in mijn eentje aan het genot van een taartje overgaf.

Het alleen eten heeft onmiskenbare voordelen. Zonder de matigende invloed van `die ene' heb je de vrije hand om de keuze, de volgorde en de portionering van de gerechten vast te stellen. Zo vond ik het een genoegen de maaltijd met een dubbele portie van het toetje te beginnen. Al gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat in mijn liberale relatie zulk soort uitspattingen nog steeds geoorloofd zijn. Ze worden slechts met enig hoofdschudden van `die ene' begeleid. Een groot voordeel van samen eten is het gezeur. Of je wel genoeg groente eet, melk drinkt of bruin brood neemt. De ander neemt de rol van je betere ik over. De alleeneter moet zichzelf corrigeren, en dat is eigenlijk net even te veel.

Zowel Portnoy als Fisher gaat ervan uit dat alleen eten een probleem is. Hoewel Fisher benadrukt dat je beter alleen kunt eten dan met het verkeerde gezelschap. Daar heeft ze gelijk in. Een televisieprogramma over verschillen in eetgewoontes, een paar maanden geleden uitgezonden, bracht een multicultureel gezin in beeld. De Nederlandse vrouw is culibeet en kan naar eigen zeggen nog geen ei bakken. Haar man, van Italiaanse komaf, doet toegewijd al het kookwerk. Hij verbaast zich over de onverschilligheid van de Nederlanders als het om eten gaat. In de laatste scène zien we de echtgenote en de twee dochters voor de televisie met hun bord op schoot de met zorg en liefde bereide maaltijd naar binnen werken. Op de achtergrond eet vader keurig aan tafel, in zijn eentje.