De wasbaas

In de dagen, toen het tegenwoordige AA Gent nog La Gantoise heette, speelde daar een mollige rechts- of linksbinnen, die naar de zeer welluidende naam Chaves d'Aquilar luisterde. Het klonk welhaast Zuid-Amerikaans maar het betrof een gewone Belg die niet alleen in zijn club in de voorhoede opereerde maar ook het Belgisch nationale elftal haalde. In de late jaren veertig dook daar deze voetballer met de on-Belgische naam herhaaldelijk op. Toch betrof het een echte Rode Duivel, die – vanwege zijn beroep – de wasbaas werd genoemd. Het was ten tijde van het postbodeschap van Gust van Steelant in Sint Niklaas. U moet weten dat wij destijds met smaak vermeldden dat Gust in Sint Niklaas de brieven bezorgde en ook prominent voetbalde. Herinner ik het me goed dan interesseerde ons deze luttele bijzonderheden vooral wanneer het om Vlaamse spelers ging. Van de Walen wisten we minder al drong nog wel tot ons door dat Pol Anoul de man was die, als verdediger, driemaal had gescoord tegen de Fransen.

Van Mermans wist je dat hij ergens op een Anderlechts kantoor zijn dagen sleet en af en toe met zijn kettingen rammelde, aangezien hij dolgraag naar het buitenland wilde.

Dat Rik Coppens een visboer was, wist iedere Nederlandse voetballiefhebber. Het was ons evenzeer bekend dat Constant Vandenstock, de grote baas van Anderlecht, van beroep bierbrouwer was. Maar omdat hij zichtbaar een man van standing was, bleven wij ons Anderlecht herinneren als een club van standing. ,,Die club heeft iets chics'', riepen NOS-presentatoren onlangs als om strijd in de microfoon, kennelijk even vergetend dat Jef Jurion reeds door ene Jan Koller is vervangen.