Brussel oriënteert zich bij de grote oliemaatschappijen

De Europese Commissie heeft gisteren met de topmensen van zeven grote oliemaatschappijen overlegd over de olieprijzen. Een woordvoerder heeft gezegd dat alle betrokken oliemaatschappijen hun mening hebben gegeven over de oliemarkt op korte, middellange en lange termijn. Maar de deelnemers aan het overleg hebben afgesproken geen bijzonderheden over het gesprek bekend te maken.

De vertegenwoordigers van de oliemaatschappijen waren naar Brussel gekomen op uitnodiging van de voorzitter van de Europese Commissie, Romano Prodi, en van de voor energie verantwoordelijke Eurocommissaris Loyola de Palacio. Het overleg was officieel bedoeld ter voorbereiding van een document over de Europese energie strategie dat de Europese Commissie aanstaande vrijdag aan de ministers van Financiën van de Europese Unie wil presenteren. De EU wil vrijdag een brief over de olieprijzen sturen aan de organisatie van olieproducerende landen, Opec, die in Venezuela vergadert.

Aan het Brusselse overleg gisteren namen vertegenwoordigers deel van Shell, BP-Amoco, Eni, Totalfina-Elf, Statoil, NorskHydro en Repsol. Volgens een woordvoerder van de Europese Commissie is gesproken over de ontwikkeling en de transparantie van de prijzen, over de distributie van olieproducten, over strategische reserves en over investeringsbeleid. Eurocommissaris De Palacio heeft bij het gesprek ook de kwestie van de uiteenlopende netto prijzen van benzine in de verschillende EU-lidstaten.

Volgens de Commissie is de transparantie van de totstandkoming van deze prijzen (zonder belasting) ,,niet perfect''. Eurocommissaris Mario Monti (mededinging) overlegt nog deze maand met nationale mededingingsautoriteiten over de controle op mogelijke kartelafspraken tussen oliemaatschappijen over benzineprijzen in EU-lidstaten.

Commissievoorzitter Prodi en Eurocommissaris De Palacio hebben ook overlegd over de mogelijkheid van het gebruik van een deel van de strategische oliereserves van de EU-lidstaten. De EU-ministers van Financiën overleggen vrijdag over deze mogelijkheid. De Europese Commissie en de oliemaatschappijen hebben hierover geen zeggenschap. De vertegenwoordigers van de oliemaatschappijen verschilden van mening over het gebruik van strategische reserves van de EU-lidstaten. De een zei dat de inzet van olie uit die reserves slechts in uitzonderlijke situaties moet gebeuren en de ander meende dat hiermee op korte termijn de druk op de markt weggenomen kan worden.