Bladeren

Foreign Policy

Maakt geld gelukkig? Ja, als je er maar niet teveel van hebt, of te weinig. Het keerpunt ligt bij tienduizend dollar bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking. Dat is het niveau van landen als Zuid-Korea, Portugal en Griekenland. Robert Wright gebruikt dit gegeven in Foreign Policy in een betoog waarin hij de stelling verdedigt dat globalisering de mensheid rijker en vrijer maakt.

Het idee dat globalisering de kloof tussen rijk en arm vergroot is volgens hem "op zijn minst misleidend." In absolute termen zijn de arme landen minder arm geworden. Het gemiddelde inkomen van de tien rijkste landen was in 1965 160 keer zo groot als het gemiddelde inkomen van de tien armste. Deze factor was in 1997 gedaald tot 127. Het is juist dat de kloof tussen de rijksten en de armsten relatief groter is geworden. Maar het gaat niet aan om dat te wijten aan de globalisering.

Economen als Jeffrey Sachs hebben al jaren geleden aangetoond dat de economie van ontwikkelingslanden sneller groeit naarmate hun markten vrijer zijn. Nieuw onderzoek heeft hun bevindingen keer op keer bevestigd. Dat verklaart waarom veel Aziatische landen snel minder arm zijn geworden, terwijl de meeste Afrikaanse landen arm als Job zijn gebleven.

The Economist

Militante activisten gebruiken de vrijheid om te demonstreren bij elke voorkomende gelegenheid om te protesteren tegen de vrijheid op de markt. Dankzij behendig gebruik van internet globaliseren ze sneller dan de bedrijven die ze globalisering verwijten.

The Economist meent dat het protest tegen vrije wereldhandel langzamerhand veel meer is geworden dan hinderlijke overlast zonder impact. De groeiende invloed van NGO's, Non-Governmental Organisations, op instellingen als de Wereldbank, het Internationaal Monetair Fonds, en de Wereldhandelsorganisatie, doet de vraag rijzen door wie de NGO's eigenlijk zijn gekozen. Ze zeggen wel te handelen in het belang van de mensen, maar dat doen de objecten van hun kritiek evegoed. Bovendien is het bijzonder twijfelachtig of hun woorden en daden wel zo goed zijn voor de armen als ze beweren.

Als je het bedrijfsleven in Saipan dwingt tot verbetering van de arbeidsomstandigheden zullen de betrokken bedrijven hun `sweatshops' simpelweg verplaatsen naar een naburig land, en zitten de werknemers zonder werk. Zelfs het kwijtschelden van schulden doet meer kwaad dan goed als dat tot gevolg heeft dat er nieuw kapitaal beschikbaar komt voor een land dat zijn economische zaken niet op orde heeft.

BusinessWeek

Chun Si is een `sweatshop' met arbeidsomstandigheden die Charles Dickens nog zouden doen verbleken. De onderneming uit Macau is gevestigd in de Zuid-Chinese provincie Guangdong en behandelt zijn werknemers in feite als gevangenen, compleet met bewakers die er op los meppen zodra een werknemer het waagt iets tegen het management te zeggen.

BusinessWeek, erkend voorstander van vrijheid op de markt, verdiepte zich in het wel en wee van de onderneming omdat het bedrijf handtassen maakt voor Wal-Mart.

Wal-mart ontkende maanden lang elke connectie met de Chinese toeleverancier die de werknemers twintig dollar per maand betaalt, en er vijftien dollar per maand van aftrekt voor kost en inwoning van bedenkelijk allooi. Pas toen het blad enkele werknemers had gesproken en kopieën van contracten kon overleggen gaf Wal-Mart de Chinese connectie toe. Natuurlijk was Chun Si regelmatig gecontroleerd, maar de controleurs van PricewaterhouseCoopers hadden nooit onregelmatigheden kunnen ontdekken.