Bevrijding Congo smoort in `takketakketak'

Oost-Congo is een ratjetoe van bezettingslegers, rivaliserende rebellengroepen en plunderende milities. Hun strijd heeft met de burgeroorlog tegen de regering in Kinshasa weinig meer te maken.

Livier Kamitatu, secretaris-generaal van de Congolese Bevrijdingsbeweging (MLC), eet iedere ochtend uit België geïmporteerde Peijnenburg ontbijtkoek met roomboter. Daarna volgt een wit broodje met smeerkaas van het merk La vache qui rit. ,,We zijn bereid een lange bevrijdingsstrijd te voeren, we zullen lijden', zegt hij in de rebellenstad Gbadolite.

Van de talrijke gevechtsgroepen in de Congolese burgeroorlog is de MLC de enige die vage contouren vertoont van een bevrijdingsbeweging. Het leiderschap is afkomstig uit de diaspora in Brussel en ontwikkelt een ideologie, onder invloed van Oeganda. De MLC-soldaten gedragen zich redelijk gedisciplineerd en doden geen onschuldige burgers. In het uitgestrekte MLC-gebied in de noordwestelijke provincie Equateur mogen inwoners hun eigen vertegenwoordigers kiezen. Bronnen binnen het uitgebreide netwerk van katholieke missieposten praten over het algemeen gunstig over de rebellen. De MLC heeft de wind in de rug want ze opereert in een relatief homogeen tribaal gebied. Equateur, de geboortestreek van ex-president Mobutu, profiteerde het meest van zijn heerschappij die 32 jaar duurde. De troepen van de tegenwoordige president Laurent Kabila, destijds rebellenleider, namen daarom wraak op de bevolking. Dat werkt in het voordeel van de MLC: één volk, één vijand.

Oegandese regeringssoldaten namen noordwest-Congo in, na het uitbreken van de opstand in 1998 tegen Kabila. Ze gingen vervolgens op zoek naar Congolese rebellen om de strijd tegen het regime in de hoofdstad Kinshasa voort te zetten. Drieduizend door hen getrainde strijders stelden ze ter beschikking van de Congolese zakenman en playboy Jean-Pierre Bemba, zoon van Mobutu's naaste medewerker Saolana Bemba. Met Oegandese steun ontwikkelde de MLC onder leiding van Bemba zich tot de meest effectieve oppositie tegen Kabila. In de andere delen van het land die door Congolese rebellen, Rwandese, Oegandese en Burundese troepen bezet zijn, is de situatie veel onoverzichtelijker dan in Equateur.

Toen de legendarische Che Guevara begin jaren zestig in oost-Congo bevrijdingsstrijders probeerde te onderrichten, stuitte hij al op het fenomeen van de Mai Mai milities. Deze strijders verdedigden aanvankelijk uitsluitend stambelangen en zetten daarbij magische krachten in waardoor kogels en speren hen niet kunnen raken. De groep vocht sindsdien voor én tegen regeringssoldaten, voor én tegen rebellen. De Mai Mai is na 1998 in ten minste twee groepen uiteengevallen. Een deel neemt het als een vijfde kolonne op voor Kabila, de andere groep vormde bendes die bovenal roven en plunderen.

Na de genocide in 1994 in Rwanda weken extremistische Hutu's van de Interahamwemilitie uit naar oost-Congo. Ze trokken ten strijde tegen Congolese Tutsi's. Daarmee gaven ze een nieuwe dimensie aan de al vele jaren woekerende conflicten in de oostelijke provincies noord- en zuid-Kivu, analyseert een waarnemer in de rebellenstad Goma. Zij introduceerden de filosofie dat je je vijand alleen kunt verslaan door hem te verdelgen.

Om op zijn beurt de Interahamwe te elimineren, viel het Rwandese leger Congo binnen. Gecamoufleerd door het oerwoud slachtten de Rwandese soldaten duizenden Congolese Hutu's af. Maar helemaal uitgemoord werden ze niet. Sinds 1998 heeft Kabila zich over deze Hutu's ontfermd en strijdt de Interahamwe aan de kant van het Congolese regeringsleger.

Congo heeft nooit transparant en behoorlijk bestuur gekend. Onder het langdurige regime van Mobutu raakten zakenlui eraan gewend het op een akkoordje te gooien met corrupte autoriteiten om samen uit de ruif te kunnen eten. Dat beleid zetten de zakenlui nog altijd voort door overeenkomsten met strijdgroepen te sluiten. De cultuur van de opportunistische krijgsheren deed haar intrede. Behalve de verschillende milities van Mai Mai en Interahamwe opereren in oost-Congo vele criminele strijdgroepen die de inwoners kaal plukken. Ieder dorp, iedere stad, ieder bedrijf is al vele malen geplunderd.

In deze wirwar van krijgers in oost-Congo probeert de Congolese DemocratischeBeweging (RCD) haar heerschappij te vestigen, de rebellengroep die door Rwanda wordt gesteund. Nadat Rwandese troepen in 1998 tevergeefs probeerden om Kinshasa te bezetten, hadden ze een rebellengroep nodig om hun opstand tegen Kabila een Congolees karakter te geven. Uit alle windstreken snelden Congolese politici naar Goma om `de bevrijdingsstrijd' te leiden. Toen de overwinning te lang op zich deed wachten, viel de RCD uiteen en raakte onderling slaags. Een van de RCD-facties zetelt in Bunia en wordt geleid door de aimabele maar machteloze professor Wamba dia Wamba. Zijn factie splitste zich eerder deze maand opnieuw in twee.

De bevolking onder RCD-bestuur moet niets van haar `bevrijders' hebben. De RCD-soldaten kunnen zich nauwelijks buiten de steden begeven. Zelfs de Congolese Tutsi's die in 1996 met de opstand tegen Mobutu begonnen, keren zich tegen de RCD.

Bizima Karaha was minister in een kabinet van Kabila. Hij vervult nu een prominente positie in de RCD-factie die vanuit Goma opereert. ,,Mensen zoeken nu eenmaal een zondebok voor hun problemen', verklaart hij het verzet in Kivu tegen zijn rebellen. Waaraan hij in één adem toevoegt: ,,Ik ben er honderd procent van overtuigd dat wij op een warm onthaal kunnen rekenen als de RCD Kinshasa binnentrekt.'

De strijd in noord- en zuid-Kivu heeft inmiddels weinig meer van doen met de opstand tegen het regime in Kinshasa. Kabila slaagde erin nieuwe conflicten in het rebellengebied te creëren door zijn steun aan de Mai Mai en de Interahamwe. Mede door de bemoeienissen van Rwanda en Oeganda zijn de al langer bestaande geschillen in de oostelijke regio ontaard in oorlog en banditisme. Chaos en anarchie hebben definitief wortel geschoten.

De burgers zijn het eerste slachtoffer. Een miljoen inwoners raakte ontheemd, goeddeels onbereikbaar voor buitenlandse hulporganisaties. In dorpen ontbreken zelfs de meest basale levensbehoeften als zout en zeep. Bij Bunia heerst een pestepedemie en bij de Soedanese grens brak onlangs de dodelijke ziekte ebola uit. Terug naar de Europese Middeleeuwen.

De bevrijders van Congo bedienen zich van mooie woorden. ,,Ik heb een visie voor mijn land', verkondigt de MLC-leider Jean-Pierre Bemba. ,,Ik vecht voor democratie en mensenrechten.' Bemba groeide op in en rond de paleizen van Mobutu, studeerde in België en werd met zijn zaken multi-miljonair. Nu werpt hij zich op als een nieuwe Che Guevara.

In zijn leunstoel in Gbadolite begint hij plotseling een eenakter. Hij imiteert de oorlog die zijn soldaten honderden kilometers verderop in de jungle werkelijk voeren. Hij strekt zijn arm als een geweer en zijn wijsvinger kromt om de onzichtbare trekker. ,,Takketakketak', zo vliegen de kogels. Dan komen de kleine bommen: ,,bam, bam bam'. Hij zwaait zijn arm naar achter. Dan volgen de grote bommen: ,,ketsjou, ketsjou, ketsjou'.

Che Guevara verliet na enkele maanden de Congo, teleurgesteld over de bevrijders. Hij zou nu al na een dag hard wegrennen.