Voor Denen komt uit het zuiden niks goeds

Opiniepeilingen geven de Deense tegenstanders van de euro een lichte voorsprong. Donderdag wordt er in een referendum over besloten. Waarom zijn de Denen toch zo huiverig voor Europa?

,,Het zou zo, hoe zal ik het zeggen, gezellig, ja gezellig zijn, als we niet bij de Europese Unie zouden horen.'' Nicoline is 21 jaar, ze studeert aan de Grundtvigs Højskole in Hillerød, een gemoedelijk, onopvallend stadje zo'n dertig kilometer ten noorden van Kopenhagen dat zich gelukkig prijst met het prachtige kasteel Frederiksborg. Toch zal Nicoline `ja' stemmen in het referendum over de deelname aan de euro. ,,Als je erbij hoort, dan moet je het ook helemaal doen''.

Mette (19) twijfelt nog, maar ze neigt naar `nee'. Eigenlijk vindt ze die hele euro-kwestie veel te ingewikkeld. Haar weerstand is, zegt ze, meer gevoelsmatig. Het gaat haar niet om het behoud van de munt, maar om Europa, dat steeds meer beslissingen uit Deense handen neemt. Denemarken kan het best alleen af, denkt ze. Mette weet zich gesteund door twee Noorse studentes, die maar wat blij zijn dat hun land geen lid is van de Europese Unie. ,,Ik heb geen beter land nodig'', zegt Margrethe (20). ,,Het zou niet beter worden in Noorwegen, dus waarom zouden we onze persoonlijkheid opgeven.''

De kleine steekproef in de eetzaal van deze zogeheten volkshogeschool is niet representatief. Want van de acht Denen aan tafel, stemt er slechts één tegen (de directeur) en is er één twijfelaar. De anderen zeggen – meestal aarzelend – `ja' tegen de euro. Opiniepeilingen van kranten wezen tot dit weekeinde op een voorsprong voor de nee-stemmers. Maar het ja-kamp, dat er dit voorjaar nog gunstig voorstond, wint langzaam terrein terug.

Waarom zijn de Denen toch zo huiverig voor Europa? Waarom nemen ze telkens met zoveel tegenzin deel aan Europese projecten?

,,Omdat wij een referendum hebben'', zegt Karsten Skjalm nuchter. Volgens Skjalm, onderzoeker aan het Deense Instituut voor Internationale Betrekkingen en zelf een fervent voorstander van de euro, is de twijfel in andere Europese landen nauwelijks minder groot. Maar de Deense grondwet schrijft nu eenmaal voor dat het volk moet worden geraadpleegd als de soevereiniteit wordt aangetast. En bovendien hebben de politici het beloofd toen het land lid werd.

Toch ziet Skjalm wel een paar typisch Deense trekjes in het debat over Europa. ,,Argwaan hoort bij alle late toetreders, denk maar aan Groot-Brittannië'', zegt Skjalm. ,,Maar de Denen beseffen ook dat ze, komend uit een klein land, weinig invloed hebben op de besluitvorming. En op de achtergrond speelt altijd weer mee dat we in 1864 een deel van ons land aan de Pruisen hebben verloren. Uit het zuiden komt in de ogen van de Denen weinig goeds.''

De frustratie over de manier waarop de naar macht hongerende zuiderbuur in 1864 een welvarend deel van Denemarken heeft opgeslokt, heeft volgens historici de Deense mentaliteit gevormd. We hebben al onze oorlogen verloren, zegt de bekende Deense schrijver Klaus Rifbjerg in een essay over hoe het is om een Deen te zijn. Maar, voegt hij eraan toe, daar hebben we van geleerd. Wat naar buiten verloren is gegaan, moet naar binnen worden gewonnen, luidde het motto.

Na het verlies van Sleeswijk-Holstein aan de Pruisen is dat precies wat de Denen hebben gedaan.

De volkshogescholen, waarvan er nog een kleine honderd in Denemarken te vinden zijn, passen bij die mentaliteit en zijn er volgens veel Denen zelfs de aanstichter van. De negentiende-eeuwse priester, dichter, historicus Nikolai Grundtvig (1783-1872) vond dat de Denen zich niet onvoorbereid in een democratisch avontuur konden storten. Wie mee wil beslissen over de samenleving, moet weten wat er gaande is. Op de volkshogescholen leerden boerenzoons en ook -dochters de wereld kennen. Binnen een paar jaar waren er tientallen van dergelijke scholen en al snel leverden die studenten af die later in de politiek gingen. De eerste liberale Deense minister, Jens Christien Christensen, studeerde op een volkshogeschool.

,,Deense politici vinden het moeilijk om hun kiezers iets voor te schrijven'', zegt Erling Christiansen, directeur van de volkshogeschool in Hillerød. ,,Ze weten dat onze haren dan recht overeind gaan staan en dat we argwanend worden.'' Dat hebben ze volgens hem geleerd op de volkshogeschool, waar je niet wordt opgeleid voor een vak, maar voor het leven.

Natuurlijk lijken de volkshogescholen van nu niet meer op die uit Grundtvigs tijd. Al was het alleen maar omdat er nauwelijks nog boerenzoons te vinden zijn. Maar de scholen zijn wel trouw gebleven aan Grundtvigs idealen, zeker in Hillerød die geldt als een modelschool en die in de negentiende eeuw nog door Grundtvig zelf werd opgericht. De studenten stellen hier zelf hun lesprogramma samen, ze kunnen geen examens afleggen. Als er al iemand examen doet, zegt Christiansen, dan is het de leraar, elke dag weer. Een goede volkshogeschoolleraar draait geen lesjes af en is ook vaak 's avonds op school te vinden, als er speciale programma's worden georganiseerd.

Erling Christiansens school heeft iets van een modern klooster. Lange gangen met veel deuren, waarachter zich lesruimtes, keuken, eetzaal en de kamers van de studenten bevinden (ze wonen tijdens de cursus intern om het gemeenschapsgevoel te versterken) vormen een carré rondom het park. Het licht komt binnen via glazen daken in de gangen. Een reliëf met een stichtelijke afbeelding in de grote zaal doet negentiende-eeuws aan, evenals de foto in de eetzaal van een somber kijkende Grundtvig, wiens gezicht geheel wordt beheerst door een enorme witte baard. Op de piano ligt de zangbundel van de volkshogescholen, die nog het meeste weg heeft van een kerkelijk liedboek. De dag begint hier, na het gezamenlijke ontbijt, met samenzang.

,,Folkelighed, dat is wat we nastreven'', zegt Christiansen. Het woord is volgens hem nauwelijks te vertalen, zo Deens is het. ,,Het is de behoefte aan een gevoel van eenheid, gemeenschappelijkheid.'' Hygge, zeggen de Denen ook wel, de kunst om intimiteit te creëren.

Volgens sommigen ligt hier de verklaring voor de milde vorm van nationalisme die de Denen altijd heeft gekenmerkt. Denen schamen zich er niet voor dat ze trots zijn op hun land. Maar volgens onderzoeker Karsten Skjalm is dat tevens de paradox. ,,We zijn ervan overtuigd dat Denemarken het beste land is dat er bestaat, maar we missen het vertrouwen om dat aan anderen over te brengen.'' Met enige afgunst kijken veel Denen naar Noorwegen, dat in de jaren zeventig wel het lef had om Europa buiten de deur te houden.

Het is een minder onschuldige variant van dit nationalisme, die bij het huidige referendum de kop heeft opgestoken. De Deense Volkspartij van de populistische Pia Kjaersgaard heeft het nationalisme vertaald in een angst voor alles wat vreemd is. `Voor kroon en vaderland' (waarbij kroon zowel verwijst naar de Deense munt als naar het koningshuis) luidt een van de slogans van de partij, die zich fel verzet tegen deelname aan de euro: `stem Deens, stem nee'.

,,Veel tegenstanders van de euro, stemmen met hun hart'', zegt Peter Skaarup, parlementslid van de Deense Volkspartij. ,,Ze zijn niet gevoelig voor de argumenten van politici dat het ons geld gaat kosten als we buiten de euro blijven. Europa probeert controle te krijgen over allerlei aspecten van ons leven, en dat willen we niet. Kijk maar hoe Oostenrijk is behandeld. Men heeft geprobeerd de democratische besluitvorming te beïnvloeden. En nu financieert men een centrum voor racisme-onderzoek. Denen hebben geen behoefte aan dat soort aanvallen op de vrijheid van meningsuiting.'' Daar komt volgens Skaarup nog bij dat de EU bureaucratisch en corrupt is. ,,De EU verdient Denemarken niet'', concludeert hij.

Juist hierdoor ligt het referendum deze keer extra gevoelig. Al vijf keer eerder gaven de Denen in een referendum hun mening over Europa. En of het nu ging over de toetreding (1972), deelname aan de gemeenschappelijke markt (1986) over het Verdrag van Maastricht (1992, en na nieuwe onderhandelingen nog eens in 1993), of over het Verdrag van Amsterdam (1998), in feite was het steeds hetzelfde referendum: willen we bij Europa horen of niet?

Maar veel hoger opgeleide, linkse Denen – in het verleden altijd terughoudend als het over Europa ging – voelen er weinig voor om geassocieerd te worden met Pia Kjaersgaard. In het nee-kamp ontbreekt deze keer de hygge.