Van provocateur tot dossiervreter

Als Haags politicus stond Frits Bolkestein bekend als debat-aanjager en taboe-doorbreker. In Brussel, als EU-commissaris, houdt hij zich koest, en helpt zelfs mee taboes in stand te houden. Zijn voormalige critici zijn inmiddels vol lof over hem. Volgende week volgt zijn vuurproef als Bolkestein de controversiële liberalisering van de post door de Raad van ministers geaccepteerd moet krijgen.

,,Herr Bolkestein ist ein tüchtiger Mann'', zegt de Duitse CDU-Europarlementariër Karl von Wogau. ,,Bolkestein beheerst zijn dossiers tot in de details'', meent PvdA-Europarlementariër Marinus Wiersma.

Is de Nederlandse Eurocommissaris Frits Bolkestein (Interne Markt) inderdaad een vlijtige dossierlezer geworden die bekwaam zijn Brussele omgeving met zijn detailkennis weet te imponeren? Als Haags politicus stond hij immers niet bekend als iemand die zich met vreugde op technische kwesties stortte. Is hij veranderd door een jaar in Brussel te praten over zaken die variëren van belasting op rente over spaartegoeden, de liberalisering van posterijen, de bestrijding van namaak en piraterij, de strategie van de Europese Unie op het gebied van financiële voorlichting, het witwassen van geld, de invoer van bier in Finland tot de wettelijke aansprakelijkheid voor producten met gebreken?

Als VVD-leider was Frits Bolkestein befaamd om de manier waarop hij debatten probeerde aan te jagen over zaken die varieerden van de uitbreiding van de NAVO tot het minderhedenbeleid en de vraag of Italië aan de euro kon deelnemen. In Brussel praat hij over het gewicht van brieven als hij volgende week dwarsliggende ministers moet proberen te overtuigen van de juistheid van zijn plannen voor liberalisering van de posterijen. Vorig voorjaar bekritiseerde Bolkestein nog plannen voor Europese belastingharmonisatie. Sinds hij vorig jaar september als Eurocommissaris de portefeuille Interne Markt kreeg toegewezen, moest hij zich juist voor harmonisatie van belastingen gaan inzetten. Dat is zo'n uitzichtloze discussie in de Europese Unie, dat Bolkesteins voorganger Mario Monti schaterlachte van plezier toen hij de verantwoordelijkheid over dit dossier kwijt was.

Maar net als in de Europese post heeft Bolkestein zich in de Europese belastingen vastgebeten. ,,Bolkestein is gewoon een goede commissaris'', erkent de Nederlandse CDA-Europarlementariër Karla Peijs. Zij behoorde vorig jaar tot degenen die met het nodige wantrouwen Bolkestein naar Brussel zagen komen. Maar Bolkestein nam al bij zijn eerste optreden in het Europees Parlement vorig jaar september critici voor zich in. Joost Lagendijk, Europarlementariër voor GroenLinks en medesamensteller van de brochure Een Euroscepticus in Brussel? over Bolkestein, erkende toen al: ,,Hij is kundig, je kunt hem niet op een fout betrappen.'' De D66-ster Lousewies van der Laan behoorde tot de weinigen die het optreden van de nieuwe Nederlandse Eurocommissaris met ,,gedraai'' afdeed, maar dat had met zijn Europagezindheid en niet met zijn kennis van posttarieven te maken.

Tot nu toe is de grootste fout die Bolkestein in de internationale pers is aangewreven zijn voortijdig vertrek afgelopen juni bij de top van Europese regeringsleiders in het Portugese Santa Maria da Feira. Hoewel het gebakkelei over de belasting op rente over spaartegoeden (een zaak van Bolkesteins portefeuille) nog niet was afgelopen, stapte de Nederlandse Eurocommissaris bij de Nederlandse minister van Financiën Gerrit Zalm in het vliegtuig omdat hij afspraken in Den Haag had. Een typisch voorbeeld van de verzwakte positie van de Europese Commissie, die bij de discussie tussen regeringen geen rol meer speelt, luidde de kritiek.

Wat Nederlanders in Brussel opvalt is dat Bolkestein sinds hij Eurocommissaris is geen woord meer wijdt aan controversiële onderwerpen. Buitenlanders in Brussel kennen hem niet anders. Bolkestein geeft binnen de Europese Commissie wel zijn mening over zaken die meestal op zijn eigen terrein liggen. Daarbij toont hij zich volgens een collega-Eurocommissaris ,,een negentiende eeuwse liberaal'', die veel ruimte voor de markt wil geven, in tegenstelling tot de ,,twintigste eeuwse liberaal'' Monti, Bolkesteins voorganger.

De Belgische Eurocommissaris, de socialist Philippe Busquin, is het meestal niet met Bolkesteins liberale gedachten eens, maar is toch van hem onder de indruk. ,,Hij is een aangename persoonlijkheid, zeer gecultiveerd'', zegt Busquin. Met behulp van een vriendelijk gezicht, het gebruik van de taal van zijn gesprekspartner – Engels, Frans, maar ook Spaans – , en met grappen weet Bolkestein de sympathie van veel Europarlementariërs te winnen. In 1996 zei hij nog in HP/De Tijd: ,,Een parlement moet een volk vertegenwoordigen wil het legitiem zijn, althans als legitiem worden ervaren. Ik zie het Nederlandse volk zich niet in het Europees Parlement herkennen. Niet nu en niet in de toekomst.'' Op zo'n uitspraak valt Bolkestein nu niet meer te betrappen. In zijn huidige functie heeft hij de Europarlementariërs nodig, want de wetgeving op het terrein van de Interne Markt kan alleen met medewerking van het Europees Parlement tot stand komen.

,,Het valt niet te betwisten dat hij een grote dossierkennis heeft, een groot politicus en een uiterst vastbesloten ultra-liberaal is'', zegt de Franse socialistische Europarlementariër Gilles Savary, een fel tegenstander van Bolkesteins plannen voor postliberalisering. ,,Een zeer hoffelijke zakenman, de typische Nederlander die wat betreft de post met een plan komt dat in Nederland wellicht kan werken, maar waarmee hij toont dat hij van Frankrijk niets begrijpt.'' Dat is een opmerkelijk verwijt aan het adres van een Nederlandse Eurocommissaris die drie jaar in Parijs werkte en zodra hij even de gelegenheid krijgt in zijn Noord-Franse buitenhuis zit. Maar het is ook een verwijt dat niet veel steun krijgt. Toen de Brit Brian Simpson, een socialistisch lid van de commissie voor transport van het Europees Parlement, Bolkestein als de `ayatollah van de post' betitelde, werd hij door zijn collega's tot de orde geroepen. Zo'n uitdrukking voor zo'n hoffelijke Eurocommissaris gebruiken, dat ging te ver!

De liberalisering van de Europese post is voor Bolkestein het politiek meest gevoelige dossier. Er bestaat zoveel weerstand tegen vergaande aantasting van de monopoliepositie van nationale posterijen, dat vorige Eurocommissarissen de zaak in hun bureaulade lieten liggen. Het belangrijkste argument dat tegen de liberaliseringsplannen wordt gebruikt is dat de postbezorging tegen een redelijk tarief in dunbevolkte streken in gevaar zou komen. Onzin, houdt Bolkestein zijn tegenstanders voor, kijk naar de geliberaliseerde post in Zweden. Dat is volgens de Fransman Savary een handige zet van de Nederlandse Eurocommissaris, omdat hij daarmee de indruk wekt dat de Zweedse post op het platteland goed functioneert. Dat is volgens Savary juist niet het geval.

Bij de presentatie van zijn plannen bij de Europese Commissie beging Bolkestein een tactische fout. Hij liet ze tevoren naar de internationale pers uitlekken. In Brussel worden lekken dikwijls gebruikt om een positieve sfeer bij een voorstel te creëren. Maar in dit geval leidde het ertoe dat iedereen aan het definitieve door de gehele Commissie aanvaarde voorstel kon zien dat Bolkestein zijn plan onder druk van de Franse Eurocommissaris Barnier en de Brit Kinnock had moeten wijzigen. Het voorstel is niet meer om in 2003 27 procent van de post te liberaliseren, maar 20 procent (op het ogenblik is 97 procent van de postbestelling nog een zaak van nationale posterijen).

Volgende week gaat Bolkestein in de slag met de verantwoordelijke ministers van de EU-lidstaten. Hij is druk in de weer met het bewerken van Europarlementariërs, die medezeggenschap bij dit dossier hebben. Frankrijk, Groot-Brittannië, Portugal en Griekenland kan hij tot zijn tegenstanders rekenen. Ze tegen zich in het harnas jagen heeft geen zin. Als hij de kans niet wil verspillen om de geschiedenis in te gaan als de Eurocommissaris die de liberalisering van de posterijen een stap verder heeft geholpen, moet hij onder alle omstandigheden vriendelijk blijven. Ook als tegenstanders suggereren dat hij als Nederlandse liberaal voor de belangen van de particuliere besteldiensten opkomt.

In Nederland zag Bolkestein als leider van een partij die tot de regeringscoalitie behoorde er niet tegenop om de eigen regering onder vuur te nemen. Als Eurocommissaris echter toont hij een onwrikbare loyaliteit met de Europese Commissie. Hij wil in het openbaar niets bijdragen aan het door de Duitse minister van Buitenlandse Zaken, Joschka Fischer, op gang gebrachte debat over de toekomst van Europa, zolang Romano Prodi zijn visie niet heeft gegeven. Prodi op zijn beurt zwijgt omdat hij geen standpunt kan bedenken dat niet door de een of andere regeringsleider zal worden bekritiseerd.

Bolkestein zet nog altijd zijn vraagtekens bij de uitbreiding van de Europese Unie met landen als Roemenië en Bulgarije. Hij denkt dat niemand wil dat Turkije EU-lid wordt, maar dat het taboe is om dit te zeggen. Maar hij zwijgt daarover in het publiek. Toen onlangs de Europese Commissie de ophef besprak die was ontstaan nadat de Duitse Eurocommissaris Günter Verheugen, belast met de onderhandelingen over de EU-uitbreiding, had gepleit voor een Duits referendum over diezelfde uitbreiding, deed Bolkestein ook een duit in het zakje. Hij voorspelde, vertelt zijn collega Busquin, dat er nog vele discussies over de uitbreiding zullen komen. Verheugen besloot vervolgens om in het Europees Parlement te ontkennen dat hij ooit voor een Duits referendum had gepleit. Bolkestein sloot zich collegiaal bij deze lijn aan en ontkende Verheugens aansporing tot een Duits referendum in NRC Handelsblad, waarbij hij zich bovendien als een groot voorstander van de EU-uitbreiding presenteerde. Turkije noemde hij in dat artikel niet. ,,Ik heb geen verklaring voor deze ontwikkeling'', zegt de GroenLinkser Lagendijk. ,,Ik stel alleen vast dat er sprake is van een merkwaardige tournure in Bolkesteins intellectuele ontwikkeling.'' ,,Nee,'' zegt de Nederlandse GPV-Europarlementariër Hans Blokland, ,,Bolkestein is geen windvaan. Hij is door zijn functie veranderd.''

Bij hun aantreden leggen Eurocommissarissen een eed van onafhankelijkheid af. In de praktijk komen Eurocommissarissen toch dikwijls op voor de belangen van hun eigen land. Bolkestein overlegt met premier Kok maar ook met Nederlandse parlementariërs. Hij luncht regelmatig met de Nederlandse permanente vertegenwoordiger bij de Europese Unie, ambassadeur Bernard Bot. Toch waarschuwde hij de Nederlandse diplomatie afgelopen voorjaar niet vroegtijdig dat de positie van de Nederlandse secretaris-generaal van de Europese Commissie, Carlo Trojan, gevaar liep.

Op 2 mei kwam het besluit dat Trojan naar een lagere functie werd afgevoerd voor de Nederlandse regering als een volslagen verrassing. Eurocommissarissen zeggen (anoniem) dat Prodi al op 5 april in een besloten vergadering, waar Bolkestein bij aanwezig was, duidelijk had gemaakt dat hij Trojan uit zijn functie wilde ontheffen. Bolkestein hield zich tegenover de Nederlandse diplomatie aan zijn officiële zwijgplicht. Maar zo presenteerde hij het niet publiek. Zijn medewerkers strooiden in Brussel het verhaal rond dat hij als gevolg van een buitenlandse reis niet tijdig op de hoogte was en daardoor Nederland niet had kunnen waarschuwen.

Heeft Bolkestein in Brussel werkelijk een metamorfose ondergaan? Het lijkt er meer op dat hij van strategie is veranderd. In Den Haag lokte hij debatten uit, waardoor hij stemmen won. In Brussel manoeuvreert hij voorzichtig om zoveel mogelijk mensen te vriend te houden. Zijn mede-Eurocommissarissen provoceren zou hem hun onmisbare steun voor zijn voorstellen kunnen kosten. Hij heeft de instemming van Europarlementariërs van zoveel mogelijk politieke richtingen uit zoveel mogelijk Europese lidstaten nodig. Regeringen op de tenen gaan staan werkt alleen maar contra-productief.

Als Bolkestein nog eens provocerend uithaalt, is dat exclusief voor Nederland bestemd. In juni pakte hij in de Willem van Oranje lezing staatssecretaris Dick Benschop (Europese Zaken) aan, en enkele weken geleden bekritiseerde hij in een artikel over zuidelijk Afrika in de Volkskrant `progressief Nederland'. Zijn aandeel aan die teksten is echter zeer beperkt. Zijn kabinetsmedewerker Derk-Jan Eppink, voormalig redacteur van NRC Handelsblad en van de Vlaamse krant De Standaard, schrijft met enig overleg vlot een stuk waar Bolkestein graag zijn naam onder plaatst.