Tollens bezong ijsberen, Drs. P. schorseneren

Drs. P. ontving gisteren de in vergetelheid geraakte Tollensprijs. Kees Fens prees de poëzie van de winnaar als de gezondste van de Nederlandse literatuur.

Ook Drs. P had nog nooit gehoord van de Tollensprijs, die hem gistermiddag in Rijswijk werd uitgereikt voor zijn verdiensten voor het Nederlandse lied en de Nederlandse taal. Zowel de prijs als de negentiende-eeuwse dichter waar hij naar vernoemd is, zijn ernstig in vergetelheid geraakt. Dit ongedaan te maken leek het eigenlijke doel van de huldigingsplechtigheid voor de tekstschrijver en componist Drs. P. (Heinz Polzer) in Museum Rijswijk, het Tollenshuis.

Marita Mathijsen, hoogleraar Neerlandistiek en bestuurslid van het Tollendsfonds, hield een onderhoudend verhaal over de tijdens zijn leven zo vereerde Tollens, ,,in het verwerven van gouden en zilveren medailles minstens zo succesvol als Inge de Bruijn''. Zo won hij in 1818 een gouden erepenning voor De overwintering der Hollanders op Nova Zembla. Jules Deelder droeg dit gedicht voor, alle 718 regels, gelukkig op de hem kenmerkende snelheid. Bij vlagen kwam de archaïsche taal van Tollens tot leven, bijvoorbeeld in de beschrijving van de schipbreuk of het gevecht tegen ijsberen: `Een tweede knalt, een derde volgt; het vuur en 't kruit/ Jaagt schroot en kogel uit de tromp hun in de huid,/ En 't vliegend lood vermaalt hun schenkels en hun schoften'. Het publiek barstte meermalen in lachen uit om de pathetische tragiek van het werk. Deelder vond Tollens' beschrijving van het noorderlicht `wel een goed stukkie'.

Wie dacht dat dit meer dan genoeg Tollens was vergiste zich, want na de pauze werden ook nog eens liederen van deze rijmende verfhandelaar uitgevoerd door conservatoriumstudenten uit Den Haag. Het klonk heel verdienstelijk, maar een lied van Drs. P was aardiger geweest. Van de 81-jarige doctorandus zelf viel wat dat betreft niets te verwachten, want hij is drie jaar geleden definitief gestopt met optreden. Niet met schrijven, want onlangs verscheen Versvormen/ Leesbaar handboek, waarin Drs. P een groot aantal versvormen behandelt aan de hand van zijn eigen werk. En in november verschijnt een nieuwe bundel, Wis- en natuurlyriek, in samenwerking met Marjolein Kool.

,,U moet onderhand wel denken dat Tollens een pseudoniem is van de heer Polzer'', begon Kees Fens zijn toespraak. Fens, voorzitter van het Tollensfonds, vergeleek Drs. P. met de schilder Arcimboldo omdat hij zo vaak groente en fruit heeft bezongen, in het lied `Knolraap en lof, schorseneren en prei', of in `Appel': `Horen wij daar hoefgetrappel?/ Nee, wij horen hier een lied/ En dit lied betreft de appel/ Hoefgetrappel hoeft dus niet'. ,,Deze poëzie is de gezondste uit de Nederlandse literatuur'', zei Fens en prees verder de geestigheid, het taalvernuft en het dichterlijk vakmanschap van de prijswinnaar. Drs. P nam tenslotte een penning en 5000 gulden in ontvangst en sprak een kort dankwoord uit op rijm, waarin hij `Tollens' op `gezwollens' liet rijmen.