Steun voor de euro

DE EURO ZOU de rivaal voor de dollar worden, maar een rivaal die in anderhalf jaar tijd meer dan een kwart van zijn waarde verliest, heeft een probleem. Temeer omdat het Europese publiek vertrouwd moet raken met de euro die over afzienbare tijd in de vorm van bankbiljetten en munten gaat circuleren. Dan mag niet het gevoel bestaan dat de euro een zwakke munt is. Te lang hebben sommige Europese politici volgehouden dat een relatief zwakke euro niet zo'n probleem was, omdat hij de export en het economische herstel hielp. De keerzijde van een zwakke munt is door de stijging van de olieprijzen die worden afgerekend in dure dollars, pijnlijk duidelijk geworden. De Europese ministers van Financiën kwamen begin deze maand, op hun bijeenkomst in Versailles, tot het inzicht dat nog verdere koersdaling averechts zou werken.

Het is niet erg bemoedigend voor de reputatie van de euro dat deze, negentien maanden na zijn lancering op 1 januari 1999 en vijftien maanden voor de introductie van de bankbiljetten en munten, gered moet worden in een gezamenlijke actie met de Verenigde Staten en Japan. Anderzijds: de centrale banken hebben de afgelopen decennia vaker dergelijke gecoördineerde interventies gepleegd om de wisselkoersen van de belangrijkste valuta's in de wereld bij te sturen. Het Plaza Akkoord (1985) markeerde het einde van de overgewaardeerde dollar, het Louvre Akkoord (1987) het einde van de zwakke dollar en nog maar twee jaar geleden stapten de Verenigde Staten in de markt om de overwaardering van de yen af te remmen.

VALUTAMARKTEN zijn berucht om hun overdrijving. Soms worden de valutakoersen buiten alle proporties omhoog of omlaag gedreven. Dit leek deze zomer met de euro het geval. Het gevaar was reëel dat de euro hierdoor in een zichzelf versterkende neergaande spiraal zou terechtkomen. Speculeren – in de vorm van verkopen van de euro op de termijnmarkt – wordt dan een gokspel waarbij alleen maar winst valt te behalen. In dergelijke gevallen kunnen interventies door de centrale banken, waarbij euro's worden gekocht om de koers op te krikken, helpen om het sentiment te doorbreken. Handelaren leiden een gevoelig verlies op hun posities en zo brengen de centrale bankiers de valutamarkten als het ware weer bij zinnen.

Men mag aannemen dat dit het beoogde doel is geweest van de gecoördineerde Amerikaans-Japans-Europese steunacties voor de euro. Een financiële tik uitdelen waardoor het sentiment van richting verandert. Want centrale bankiers weten, beter dan ministers van Financiën, dat interventies niet helpen om een munt blijvend op te krikken. Permanente steunoperaties om een munt op koers te houden zijn over het algemeen buitengewoon kostbaar, hebben uiteindelijk weinig zin en aan het einde van de dag zijn de valutareserves van de centrale bank uitgeput.

ANDERE ECONOMISCHE instrumenten zijn onontbeerlijk om de fundamenten van een munt te versterken. In het geval van de euro gaat het niet om de beteugeling van de inflatie, van oplopende tekorten op de betalingsbalans of van gierende overheidstekorten, maar om de politieke geloofwaardigheid van `euroland' en om de robuustheid van de Europese economie. Op beide punten steken de landen die de euro hebben omarmd, zwak af bij de Verenigde Staten. De dollar heeft geen elf regeringen, maar wel een economie die twee keer zo hard groeit als die van euroland. De Verenigde Staten zijn bovendien gebaat bij een sterke dollar, al was het alleen maar om hun chronische buitenlandse tekorten probleemloos te financieren. Zolang de Europese landen deze Amerikaanse uitdaging niet weten te pareren, blijft de euro overgeleverd aan de dollar.