Slimme boer wordt duizendpoot

Een slimme boer werkt niet op zijn land maar leidt toeristen rond, serveert witlofsoep en geeft cursussen bloemschikken. De opkomst van de agrarische duizendpoot.

Het is druk in de kas van rozenkweker Martijn Vis (28) in Burgerveen, aan de Westeinderplassen, even ten zuiden van Schiphol. Vijftig ouderen luisteren ingespannen naar Martijn, die staande tussen de bloemen een praatje houdt over het kweken van de roos, ,,de koningin der bloemen''. De bejaarden, per bus aangevoerd uit Velsen en IJmuiden, geven luidkeels commentaar op wat Martijn hun vertelt.

Horen ze dat de rozenkweker weken van tachtig uur maakt? ,,Zorg eerst maar dat je 65 wordt!'' De emoties lopen op als Martijn vertelt hoe je rozen lang in de vaas houdt. IJskoud water? ,,Ik gebruik al jaren warm water en dat gaat uitstekend!'' Liefst een zakje voeding erin doen? ,,Suiker!'' roept de een. ,,Seven-up!'' schreeuwt een ander. ,,Een koperen cent!''

Martijn Vis heeft een gat in de markt ontdekt. ,,De mensen hebben geld en vrije tijd. Ze zoeken vrijetijdsbesteding. Daar speel ik op in.'' In een paar jaar tijd heeft hij de traditionele rozenkwekerij van zijn vader en grootvader omgetoverd in een ,,tropisch rozenwoud'' dat wekelijks 200 bezoekers trekt. Min of meer noodgedwongen, omdat er geen uitbreiding van de kwekerij mogelijk was. Het bedrijf bestaat nu uit een rozenkwekerij; een winkel, Martijns Bloementoko; een tropische tuin met exotische bloemenpracht, compleet met waterval en orchideeënmuur, waarvoor een deel van de kassen werd opgeofferd; een workshopruimte voor cursussen bloemschikken en een koffiehuis. Zeven man personeel houden de zaak draaiende. Moeder staat in de winkel. De jongste broer die in Amsterdam economie studeert, bestiert de administratie. Vader Piet houdt een oogje in het zeil. ,,Ik kom net terug van de wc. Daar zat een man met wie het niet goed ging.'' Zoon Martijn: ,,Dit is leuker dan een grote kwekerij, waar alles door de computer wordt geregeld en waar je nog maar een paar mensen aan het werk hebt staan, die bovendien meestal geen Nederlands spreken.'' Eind oktober houdt de rozenkweker een Afrikaans weekeinde.

Het bedrijf van de familie Vis is een voorbeeld van het vitale platteland zoals sommige beleidsmakers in Nederland dat graag zouden zien. De Raad voor het landelijk gebied, het belangrijkste adviesorgaan van minister Brinkhorst (Landbouw), ziet bloeiende boerenbedrijven met een gevarieerd takenpakket als een belangrijke voorwaarde voor het openhouden van het landelijk gebied. Alleen met een levensvatbare landbouw zal het platteland weerstand kunnen bieden aan de claims om de schaarse ruimte in Nederland voor woningen en bedrijventerreinen, recreatiegebieden, nieuwe natuur. Jan Douwe van der Ploeg, lid van de raad en hoogleraar rurale sociologie aan de Universiteit Wageningen: ,,Boeren zijn de hoeders van het platteland. Deze functie erodeert onder invloed van de lagere landbouwprijzen en de maatschappelijke weerstand tegen bepaalde functies. Toch heb je boeren nodig als tegendruk voor de oprukkende verstedelijking. Daarvoor moeten de boeren anders gaan werken. Robuust en aantrekkelijk.''

De landbouw is geen willekeurige economische activiteit op het platteland, zo schrijft de Raad voor het landelijk gebied in een onlangs verschenen advies. De landbouw maakt deel uit van het landelijk gebied en zou om die reden zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid moeten nemen. De oplossing is: functies combineren. Dus niet alleen voedsel produceren maar ook toerisme bevorderen, streekeigen producten leveren, zorg verlenen, natuur beheren. De trend naar vermaatschappelijking van de boer wordt vooral verwelkomd door gemeenten en provincies. De vorige minister van Landbouw, Apotheker, gaf de aanzet voor een uitgebreid programma met vier pijlers: economische concurrentiekracht; sociale cohesie; culturele identiteit en ecologische duurzaamheid. De huidige minister van Landbouw, Brinkhorst, zit meer op de toer van het stimuleren van de landbouw als een normale economische sector met oog voor innoverend vermogen en voor de vraag van de consument naar veilig en duurzaam voedsel. (Het illegaal kweken van hennep voor hasjies hoort daar uiteraard niet bij). Een gezonde bedrijfstak in de agro-foodsector worden, dat is de komende tien jaar belangrijker dan de vraag of je als boer een bijdrage levert aan de aantrekkingskracht van het landelijk gebied, zo blijkt uit de nota Voedsel en Groen.

Intussen neemt het aantal duizendpoten op het platteland toe. Wie slim is, begint een kinderboerderij, verhuurt en verkoopt woningen en caravans, doet aan milieueducatie en sportsponsoring, organiseert huifkartochten, of begint een museum over bijenteelt. Neem de familie Vermue in het Zeeuwse Lewedorp in Zuid-Beveland, aan de rand van de Zak van Zuid-Beveland, dat als waardevol cultuurlandschap te boek staat. Op 60 hectare verbouwen Kees en Janny Vermue graszaad, aardappelen, suikerbieten, tarwe, erwtjes en bessen. Maar bovenal verbouwen ze witlof.

Zes jaar geleden begon de familie Vermue een mini-camping met vijftien standplaatsen, inclusief kindvriendelijke vijver en notenbomen tegen de muggen. Om iets te verdienen op het voor de camping noodzakelijke recreatiegebouw, kwamen er rondleidingen in de witlofkwekerij. Bezoekers krijgen koffie met een Zeeuwse bolus, een diaserie, eventueel een lunch en na afloop kunnen ze een mandje producten uit eigen streek kopen. Grootste attractie is de witlofsoep van Janny Vermue, waarvoor ze een speciale keuken heeft gebouwd, mede dankzij subsidie van de provincie Zeeland. Janny Vermue: ,,Er kwamen wel eens mensen een kilo witlof halen. Ze vragen dan hoe de witlofkweek in z'n werk gaat. Als je dat gaat uitleggen, ben je drie kwartier ouder en heb je nog niks verdiend.''

Vandaar de rondleidingen. Nu en dan vroegen bezoekers van de `hroentetuun' of ze konden blijven lunchen. Janny Vermue: ,,Dat hoef je ons geen twee keer te vragen.'' Zo ontstond de witlofsoeplunch.

Janny Vermue: ,,Je moet nooit iets doen, omdat je er subsidie voor krijgt. Maar subsidie kan wel een laatste zetje geven om een plan te durven uitvoeren.'' Komende zaterdag houden ze open dag.

Is dit soort boerenbedrijf de derde weg op het Nederlandse platteland? Is de multifunctionele onderneming het alternatief voor de concurrentieslag in de agro-food-industrie waarbij de keus beperkt is tussen moderniseren of je bedrijf verkopen? Hoogleraar Van der Ploeg schat de neveninkomsten van de ,,verbrede landbouw'' in Nederland op 2,4 miljard gulden. Ook LTO Nederland ziet er wel brood in. ,,De verbrede landbouw zou 10 tot 20 procent van de totale inkomsten kunnen gaan uitmaken'', zegt Jan Willem Straatsma, specialist grondgebruik van LTO Nederland. De boerenorganisatie vindt dat minister Brinkhorst te eenzijdig de nadruk legt op intensivering en schaalvergroting van de landbouw door middel van techniek, en dat hij te weinig oog heeft voor de rol van boeren als beheerders van het agrarisch cultuurlandschap.

Terug naar de excursie in de rozenkwekerij. Waarom, zo vraagt het gezelschap zich af, geuren rozen tegenwoordig niet meer zo krachtig als vroeger? Martijn Vis: ,,Wij kweken rozen om geld te verdienen. Wij zijn geldwolven. Geurende rozen kosten twee keer zoveel om te kweken, dus moeten ze ook twee keer zoveel opbrengen. Als u twee keer zoveel voor zulke rozen wilt betalen, dan kweken wij weer zulke rozen.''