Polosters pinken traantje weg na verlies

Voor goud kwamen de Nederlandse waterpolosters naar Sydney. Met lege handen keert de ploeg terug na de nederlaag in de troostfinale tegen Rusland.

Het is even wennen. Op de plek waar Nederland de laatste dagen het ene na het andere succes heeft bejubeld, heerst zaterdag even na de klok van negen een grafstemming. In het Sydney Aquatic Centre staren dertien vrouwen in een blauwe badjas wezenloos voor zich uit. Het huilen staat hen nader dan het lachen.

Mag het even? Zojuist verloren in de strijd om de bronzen medaille. Terwijl de waterpolosters voor niets meer of minder dan olympisch goud naar Sydney zijn gekomen. Zo was het toch? ,,Dit is keihard'', sombert schutter Karin Kuipers. ,,We gingen voor goud, maar hebben het onszelf onnodig moeilijk gemaakt door niet te vlammen toen het moest.''

Boos zijn de waterpolosters vooral op zichzelf. Al is de woede en frustratie minder dan een dag daarvoor, toen de ploeg in de halve finales niet opgewassen bleek tegen het duw- en trekwerk van de Verenigde Staten: 3-5. Het verlies betekent het einde van een droom. Het einde ook van het team, waar elf van de dertien speelsters het voor gezien houden.

Het is een bittere pil. Jarenlang waren de waterpolosters heer en meester in de internationals bassins. In Sydney zou de kroon op het werk worden gezet, zeiden de speelsters vooraf. Maar uitgerekend op het moment dat de olympische erkenning een feit is vrouwenwaterpolo debuteert in Sydney laten de vrouwen het afweten.

Een dag later, in de strijd om de derde en vierde plaats, is Rusland de tegenstander en van die ploeg hebben de meiden met de brede schouders in de voorbereiding vaker verloren dan gewonnen. Het scenario van een dag eerder herhaalt zich. Nederland leidt met 2-0, niet veel later met 3-1, om uiteindelijk met slechts 1 minuut en 21 seconden op de klok toch weer verrast te worden door een venijnig schot: 3-4.

Schieten blijkt zaterdag een kunst die het Nederlandse zevental niet verstaat. Of beter: niet wil verstaan. Met uitzondering van Kuipers durft niemand het Russische doel te bestoken. Liever een risicoloze pass naar opzij dan een verwoestende uithaal. Ook met de overtalsituaties weten de speelsters zich geen raad. Vanaf de kant kijkt bondscoach Jan Mensink gelaten toe.

Terwijl de dag toch zo hoopvol is begonnen. Om zijn ploeg van nieuw elan te voorzien na de domper tegen Amerika, heeft Mensink aan ploegarts Cees-Rein van den Hoogenband gevraagd of deze de bronzen medaille van diens zoon, de ster van het zwemtoernooi, mee wil nemen. Die gaat een paar uur voor de wedstrijd van hand tot hand, zo vertelt aanvoerster Ellen van der Weijden na afloop. ,,We spraken af dat we niet met niks naar huis zouden gaan, dat we ons leven zouden geven voor het brons.''

Maar dat blijkt een loze belofte. Wat het hoogtepunt uit hun carrières had moeten worden, eindigt zaterdag in een regelrechte nachtmerrie. Aanvoerster Van der Weijden zou wel willen janken. Nederland blijkt niet bestand tegen de druk die het zichzelf heeft opgelegd. Maar die conclusie schiet de bondscoach in het verkeerde keelgat. ,,Ben jij een waterpolokenner!?''

Dat is hij zelf gelukkig wel en dat kan ook nauwelijks anders na een carrière die al 22 waterpolojaren telt. Wat hem zoal is opgevallen de afgelopen week? ,,Dat de scheidsrechters minder vaak fluiten nu de midvoor op last van de FINA (wereldzwembond, red.) aan banden is gelegd.''

Maar dat wil de bondscoach niet als excuus gebruiken. Nee, wie een zondebok zocht, moet bij hem zijn. ,,Ik heb gefaald, en niemand anders'', klinkt het. Mensink heeft makkelijk praten: `Sydney' is zijn laatste toernooi. ,,Ik heb thuis een vrouw en twee leuke kindjes. Die krijgen nu alle aandacht.''

Ruim twee jaar gaf Mensink leiding aan de waterpolosters. Een goed huwelijk was het niet. Vorig jaar, bij het olympisch kwalificatietoernooi in Winnipeg, kwam een deel van de selectie in opstand tegen het regime van de oud-waterpoloër uit Nijverdal. Aangewakkerd door de vijfde kolonne (ouders, vrienden en bekenden) gingen Mensink en zijn begeleidingsstaf allen eveneens afkomstig uit Twente – plotseling door het leven als de Twentse Maffia.

Uiteindelijk werd de crisis bezworen toen Mensink, ondanks het afdwingen van olympische kwalificatie, door de knieën ging en beloofde voortaan de macht te delen met een niet-oosterling. Die man heet Paul Metz en hij schreeuwde zaterdag de longen uit zijn lijf om de ploeg tot leven te wekken. Het mocht niet baten.