Olie op de golven en allemaal een sterke munt (2)

Vrijwel alles draaide dit weekeinde op de G7 en de IMF-vergadering in Praag om de olie. Waarom? Minister Zalm van Financiën: ,,We hebben geleerd van de oliecrises dat de gevolgen onvoorspelbaar zijn.''

Geen 4,2 procent maar 3,7 procent zal de wereldeconomie volgend jaar groeien, als tenminste de olieprijs op het huidige niveau van boven de 30 dollar blijft.

Dat rekende chef-econoom van het IMF, Michael Mussa, vorige week voor. Waarom is olie dan toch de grote wolk in de blauwe lucht van de wereldeconomie, zoals die dit weekeinde werd omschreven, en draaide naast de euro vrijwel alles dit weekeinde tijdens de G7- en IMF-bijeenkomsten in Praag om de hoge olieprijs?

,,Modellen kunnen niet alles vatten,'' zei minister Zalm van Financiën – voormalig directeur van het Centraal Planbureau – gisteren over de beperkte macro-economische gevolgen van de dure olie, die uit de World economic Outlook bleken. ,,We hebben uit 1974-1975 geleerd dat de gevolgen onvoorspelbaar zijn, en dat bijvoorbeeld vertrouwenseffecten op de economie moeilijk gemeten kunnen worden.''

Zalm wees vooral op de gevolgen voor ontwikkelingslanden. Hij pleitte voor een coulante benadering van de 20 allerarmste landen. Die landen kunnen door de hoge olieprijzen nu moeilijker aan de eisen voldoen, die zijn gesteld aan de zogenoemde armoedeverminderings-strategie – de strategie die zij hebben opgesteld om voor schuldvermindering in aanmerking te komen.

Maar ook voor de industrielanden komt de stijgende olieprijs slecht uit. Zo moet het lopende halfjaar antwoord geven op de vraag of Japan, een grote netto-importeur van olie, er daadwerkelijk in slaagt om tien jaar van stagnatie achter zich te laten. In Europa is de economie in 2000 gunstig van start gegaan, maar dreigt de groei in met name Duitsland en Italië terug te vallen.

Afgelopen woensdag sloeg de derde achtereenvolgende daling van de toonaagevende Duitse Ifo-indicator, die doorgaans een goede voorspeller is van de economische activiteit, een deuk in het vertrouwen – én een gat in de eurokoers, die vrijdag met massale interventies moest worden opgepept. En dan is er nog de belastingrevolte van chauffeurs en andere beroepsgroepen tegen de hoge brandstofaccijns, die Europa in de voorbije weken beheerste.

In de VS werpt de hoge prijs voor brandstoffen een schaduw over de presidentsverkiezingen, en de kansen van de zittende vice-president Gore. De inflatie is er, mede door de hoge brandstofprijzen, inmiddels gestegen naar 3,5 procent en bevindt zich daarmee in de gevarenzone. Blijvend hoge brandstofprijzen kunnen de inflatieverwachtingen opjagen, en daarmee de hoge inflatie een duurzaam verschijnsel maken.

De invloed van een hogere olieprijs mag dan marginaal zijn, onder sommige omstandigheden kan een marginale verandering nét genoeg zijn om grote gevolgen te hebben. En de timing is beroerd: de dure olie komt voor vrijwel iedereen op een ongelukkig moment.

Vandaar dat eerst op zaterdag de G7 en op zondag het beleidscomite van het IMF, de zogenoemde International Monetary and Financial Committee (IMFC), waarschuwende taal sprak over de hoge olieprijs. Pikant was dat de olielanden, waaronder Saoedi-Arabië in de IMFC vertegenwoordigd zijn, en hun handtekening zetten onder de oproep tot grotere productie door de olieproducerende landen. Diverse landen, waaronder Nederland, gaan onderzoeken of zij in navolging van de Amerikanen een deel van hun strategische olievoorraad op de markt zullen brengen om de brandstofprijzen te drukken. Dat is, net als in de VS, tegelijkertijd een gebaar naar de kiezers dat de regering niet stil zit.

Namens de EU stuurt de Franse minister van Financiën, Fabius, een brief naar de OPEC. Een olieprijs van tussen de 22 en 28 dollar, die door OPEC zelf wordt nagestreefd, werd door Fabius zelf ook genoemd als de balans tussen de belangen van olieproducenten en olieconsumenten.