Norèns `Tricks or Treats' is gewoon

Lars Norèn schreef Tricks or Treats volgens beproefd recept, als een van zijn variaties op Wie is er bang voor Virginia Woolf? van Edward Albee, het modern-archetypische toneelstuk over echtelijke oorlog. Een jong en succesrijk echtpaar gaat een avondje drinken bij een oud en bitter echtpaar. De oudere echtelieden maken van de gelegenheid gebruik om elkaar in een nietsontziende ruzie kapot te maken. Dat doen ze zo aanstekelijk dat ook het andere echtpaar gebroken naar huis gaat.

Norèn schreef Tricks or Treats eind jaren tachtig als televisiespel. Het Nationale Toneel heeft nu de wereldpremière van de toneelversie. De relatieruzies pakt Noren mooi aan om iedereen op zijn zwakke punt te pakken: kinderloosheid, onderdrukte seksuele verlangens, kledingfetisjisme, mislukte carrières, drankzucht en een dochter in een gekkenhuis. Daarnaast geeft Noren sociale kritiek. Het ene echtpaar deed mee aan de jaren zestig en is nu verbitterd dat de revolutie nooit iets is geworden. De andere twee zijn kinderen van de jaren tachtig, de reactie op de jaren zestig. Ze zijn op geld, schoonheid, en dure goederen gericht.

Norèn zet vraagtekens bij de macht van taal, bij al dat therapeutisch praten, ook een ziekte van deze tijd. Onthullen de ruziemakers waarheden die nodig gezegd moesten worden, of maken zij juist onnodig veel kapot met hun `eerlijkheid'? Misschien was alles al kapot en is er niets veranderd en keken wij slecht naar een schijngevecht dat al lang geleden is beslecht.

In verschillende opzichten doet Tricks or Treats aan Familie denken, het relatiedrama van Maria Goos dat vorige week in première ging. Dat is niet helemaal toevallig want Goos heeft goed naar Norèn gekeken. Ook in Familie zit een verbitterde feministe, een domme zakenman, een villatrutje en een slappe intellectueel. Tricks or Treats lijkt vooral op Familie, omdat het beide ensemblestukken zijn waarin, door onoplettendheid van de regisseur, één speler alle aandacht naar zich toetrekt. In dit geval is dat Geert de Jong. De Jong is geweldig op dreef in de rol die haar het beste past: Elisabeth, een volletijds neurote roker, drinker, die in een woedeaanval genadeloos om zich heen maait. Scherp, grof, geestig, maar net onder de oppervlakte toont ze zich een kwetsbaar, beschadigd meisje.

Ik moest mijzelf dwingen om ook eens naar de andere spelers te kijken, die goed acteren, maar die flets afsteken bij De Jong. De echtgenoot van Elisabeth is een zakkerig geklede leraar. Hubert Damen speelt de slapjanus wel heel erg passief en krachteloos. Reinout Bussemaker is de brallerige zakenman. Naast De Jong is Bussemaker de enige die flink door het lint mag gaan, maar hij is daarvoor toch niet zo sterk als De Jong. Will van Kralingen speelt de jongere zus van Elisabeth. Zij heeft een ondankbare rol, en moet als een mooi poppetje bijna de hele avond op de bank zitten. Dat doet ze goed, ingehouden gekwetst, maar ook zij is geen partij voor De Jong.

Tricks or Treats is beter, rijker, en evenwichtiger geschreven dan Familie, dat teveel een losse verzameling scènes bleef. Toch heb ik van Familie veel meer genoten. Tricks or Treats is een goed toneelstuk, maar ook precies wat je ervan verwacht. Regisseur Albert Lubbers heeft zich vooral op de spelregie gericht en verder braaf zijn werk gedaan. Hij heeft weinig gedaan om er iets bijzonders van te maken. Hubert Damen doet een hilarische goocheltruc met zijn parkiet, en Will van Kralingen laat haar blote kont zien, maar verder gebeurt er niets opzienbarends.

Voorstelling: Tricks or Treats door het Nationale Toneel. Tekst: Lars Norèn. Regie: Albert Lubbers. Gezien: 23/9 Koninklijke Schouwburg Den Haag. Aldaar t/m 30/9. Tournee t/m 19/12.