Linning maakt reputatie waar

Een voor een komen ze op, de dansers, in een schier eindeloze rij. Volstrekt gelijktijdig voeren ze een herhalende reeks van passen uit in een gestaag ritme. Monotoon? Natuurlijk. Saai, allerminst. In het roesverwekkend tempo dat wel een swingende ondertoon bezit, bevolken de twaalf het podium dat aan de drie zijden omlijst is door strakke luxaflex panelen. Blauw neon licht geeft hen het spookachtige aanzien van schimmen.

Daarmee lijkt deze magnifieke opening van Nanine Linnings The Neon Lounge wel een eigentijdse variant op de vierde acte uit Bayadère. Evenals in dat puur romantische, 19de-eeuwse ballet bestaat de dans vervolgens uit een weefsel van geometrische patronen. Bij Linning zijn die glashelder, zonder evenwel voorspelbaar te worden. Als een ware architect manipuleert ze via de dansers de ruimte; buigt diagonalen om tot ruiten, rafelt die uiteen tot kaarsrechte lijnen, lost die druppelsgewijs op en formeert dan een wijde, halve cirkel.

In dit minutieuze spel gaat het deze jonge maakster niet uitsluitend om mooie abstracte vormen of structuren. Als kind van haar tijd voegt ze af en toe bijna onberedeneerd wat dramatische elementen toe, daarbij ondersteund door Michael Gordons Weather, een stuwende, bij vlagen heftige compositie voor strijkers. Met plotselinge bewegingserupties of omgekeerd via het bevriezen van de dans doorbreekt ze heel verrassend de strikte formaliteit van de choreografie. Een bewegende solist tegenover een groep zittende dansers werkt als een krachtig contrapunt, een principe dat tot drie keer toe wordt herhaald.

En toch klopt in The Neon Lounge alles met alles. Zelfs de frivool modieuze kostuums van ontwerpster Petra Finke bieden fraai tegenwicht tegen het strakke, van kleur verschietende decor. Voor Linning is The Neon Lounge een succesvol debuut op een groot podium, waarmee ze vooruit kan. Voor Scapino Ballet is het werk een aanwinst, dat het repertoire verbreedt.

Lament/Lamentationes van Keith-Derrick Randolph, - gezet op Michiel Jansens bewerking van een piano en doedelzakcompositie van Meredith Monk - blijkt een subtiele sfeertekening van twee mannen (middeleeuwse monniken) die in de kille eenzaamheid van de nacht op zichzelf zijn teruggeworpen en troost zoeken bij elkaar, zonder die overigens te vinden. De sobere vormgeving, met de twee in mysterieus zwarte kledij gehulde mannen op een diffuus belicht kaal podium, benadrukt het strenge karakter van een klooster, zonder expliciet daarnaar te verwijzen. Zo letterlijk wil Randolph met dit, door bijbelse klaagliederen geïnspireerde duet, inderdaad niet zijn. Tom Hodgson en Kevin O'Halloran weten in hun krachtige en intense vertolking het duet precies een juiste lading te geven, net niet te zwaar of pathetisch. Door de korte duur - zo'n tien minuten - wellicht heeft Lament/Lamentation iets weg van een elegante miniatuur. Of ontstaat die associatie doordat het vakmanschap er vanaf straalt?

Het was een goede zet om Perureim - Galili's ritualistische groepsstuk uit 1993 - tussen de nieuwe werken in te plaatsen. Wel had dat minder gepolijst uitgevoerd moeten worden. Diens stijl is aards en rauw, en zeker niet zo vlinderachtig mooi.

Voorstelling: Scapino Ballet Rotterdam. Lament/Lamentationes, choreografie van Keith-Derrick Randolph. The Neon Lounge, chor. Nanine Linning. Reprise: Perureim, chor. Itzik Galili. Gezien: 23/9. Rotterdamse Schouwburg. Tournee t/m 26/11. Informatie: 010-4142414