Koks werk- en reislust zijn onuitputtelijk

Premier Kok maakte deze drukke dagen tijd om Oost-Duitsland te bezoeken. De premiers Vogel en Höppner van de deelstaten Thüringen en Saksen-Anhalt zijn blij met zijn komst.

Wat doet een Nederlandse premier met een paar dagen die vallen tussen Prinsjesdag en de Algemene Beschouwingen in de Tweede Kamer en, komende donderdag, een reis heen en weer naar Washington in één etmaal om in Den Haag vrijdag weer zelf de wekelijkse Ministerraad te kunnen voorzitten? Zo'n premier gaat tussentijds, van zaterdag tot en met dinsdag, graag op werkbezoek naar de Oost-Duitse deelstaten Thüringen en Saksen-Anhalt.

Waarom doet premier Kok, die vrijdag 62 wordt, zichzelf zoiets aan, waarom schuift hij ook nog even zo'n reis in zijn toch al zwaarbeladen agenda? Met bezoeken aan Weimar, de stad van Goethe en Schiller, waar ook Nietzsche en Wagner werkten, en Eisenach, het vroegere concentratiekamp Buchenwald, de industriecentra Jena en Schkopau, de Lutherstadt Wittenberg en – dinsdag – Magdenburg, de hoofdstad van Saksen-Anhalt, een van de Oost-Duitse steden met een hoog werkloosheidscijfer en een ernstig rechts-radicalen-probleem.

Kok had zaterdagmiddag, als deel van wat hij `de culturele component van deze reis' noemde, het Goethehaus in Weimar aangedaan. Deze zonnige zondag krijgt hij in Eisenach een rondleiding door de Middeleeuwse hooggelegen Wartburg, de burcht waar de door de keizer verbannen Augustijnse monnik Maarten Luther in 1521 veiligheid vond en de grondslag voor het hedendaagse Duits legde door het Nieuwe Testament te vertalen. Ik stel de vraag naar het waarom van de reis lichtelijk ademloos, want ik ben niet, zoals de premier, zijn vrouw en zijn gevolg, per auto tot aan de poort gebracht. Koks woordvoerder lacht en kijkt naar zijn chef, die met verwaaide haren heel vief naast zijn veel ouder ogende gastheer Bernhard Vogel (67), de CDU-premier van Thüringen, over een slotplein loopt: ,,Dat doet de premier om even bij te komen en een paar dagen weg te zijn uit de politieke drukte in Den Haag. Hij kan zich zo rustig voorbereiden op zijn bezoek aan Washington.''

Een paar uur later reageert de premier in zijn hotel in Weimar verbaasd op de vraag naar het waarom van zijn reis. ,,Waarom? Dat is heel eenvoudig. Ik ben de afgelopen jaren veel in Oost-Europa geweest, en ik ken Duitsland ook vrij goed, in Berlijn kom ik zelfs geregeld. Maar de Oost-Duitse deelstaten had ik nooit bezocht, ik vond het een goed idee om hier zelf eens rond te kijken. Premier Vogel had me vorig jaar al uitgenodigd, men denkt in het Westen vaak dat in Oost-Duitsland nu bijna alles wel op orde is, maar dat is niet zo. Het is goed als de Nederlandse minister-president zich persoonlijk op de hoogte komt stellen van problemen en zorgen die men heeft. Dat wordt hier ook zeer gewaardeerd.'' Dat blijkt trouwens al uit het programma, de premiers Vogel en Höppner (Saksen-Anhalt) begeleiden hun Nederlandse gast deze vier dagen zonder onderbreking.

Kok: ,,Ik ben hier zonder vooropgezet doel heen gegaan. Ik wil met zoveel mogelijk mensen praten. Ik wil weten waar ze trots op zijn en wat ze dwars zit. Ik wil ook horen hoe ze tegen de uitbreiding van de Europese Unie aankijken, want Oost-Duitsland grenst aan kandidaat-toetreders als Tsjechië en Polen. Mijn gesprekken met Bernhard Vogel waren heel informatief, Thüringen doet het goed, verhoudingsgewijs, de werkloosheid is er lager dan elders in Oost-Duitsland, al is zij nog groot. Het arbeidsaanbod van vrouwen, die in de vroegere DDR bijna allemaal werkten, loopt weer op, dat relativeert de hoogte van de werkloosheid wel weer enigszins.''

Met respect spreekt Kok over Vogel, een man die van 1976 tot 1988 al premier was van de West-Duitse deelstaat Rijnland-Palts (als opvolger van Helmut Kohl) en die in zijn tweede politieke leven sinds 1992 in Thüringen regeert, nu zelfs met een absolute meerderheid. ,,Hij kent de politieke barometer hier goed. Hij heeft me zijn analyse gegeven van het rechts-radicalisme, dat is ontstaan in een omgeving waar men generaties lang vrijheid noch persoonlijke verantwoordelijkheid heeft gekend, sinds 1933 eigenlijk al niet meer. Van dat verhaal van Vogel heb ik wel wat opgestoken.''

De Nederlandse minister-president is bij deze terugblik net terug van een bezichtiging van het vroegere concentratiekamp Buchenwald, waarom hij had gevraagd. Na dit even ten noorden van Weimar gelegen kamp, dat inderdaad tussen grote beukenbossen verscholen ligt, is de rit gegaan over het barstige wegdek van de destijds door gevangenen gebouwde `bloedstraat'. Even later lopen Kok en Vogel nagenoeg verloren rond in het kamp, dat de nazi's in 1937 bouwden en dat vooral van binnen- en buitenlandse politieke tegenstanders bestemd was. Het Rode Leger nam het in 1945 op zijn beurt in gebruik om (tot 1950) andere groepen Duitsers, maar dit keer vooral `rechtse', aan ondervoeding en verwaarlozing bloot te stellen.

Vogel en Kok worden door een behouden bijgebouwtje gevoerd waar ooit duizenden Russische krijgsgevangen in één actie per Genickschussaktion werden gedood. Buiten, waar ooit de gevangenenbarakken stonden, glooit een kale strook aarde langzaam omlaag, honderden meters ver. Hier kwamen honderdduizenden uit heel Europa aan op een tussenstation tussen dwangarbeid of vernietiging, een oord waar het SS-personeel er een eigen dierentuin op na hield.

Kok is zichtbaar geraakt als hij het kamp verlaat, langs het traliehek met de woorden Jedem das Seine. Maar hij blijft zichzelf en beheerst zich ook hier eigenlijk nog met het woord `indrukwekkend'.