Hockeysters `als kleine kinderen weggestuurd'

Gezellig is het in Sydney geen moment geweest in het kamp van de Nederlandse hockeysters. Na vandaag zal dat niet anders zijn aan de eettafel in het olympisch dorp. Met maar liefst 5-0 ging het zieltogende elftal van bondscoach Tom van 't Hek over de knie bij het energieke Australië, de ploeg met wie de hockeysters vooraf meenden de strijd om de gouden medaille aan te kunnen gaan.

Die gedachte bleek vorige week al op drijfzand gebaseerd. China (1-2), Zuid-Afrika (2-2) en Argentinië (1-3) maakten dankbaar gebruik van de overmoedige houding. Titelverdediger Australië liet vandaag in het uitverkochte State Hockey Centre (15.000 toeschouwers) geen spaan heel van het laatste restje zelfvertrouwen, en plaatste zich moeiteloos en als eerste voor de finale. Hekkensluiter Nederland heeft, na twee nederlagen op rij in de medaillepoule, nog slechts een theoretische kans op het bereiken van de troostfinale.

Met het schaamrood op de kaken slopen de hockeysters vorige week het olympisch dorp binnen, na weer een beschamende prestatie. Terwijl elders op Olympic Park de ene na de andere topprestatie werd geleverd door een lid van de Nederlandse afvaardiging, volhardden de meiden van Van 't Hek in hun tenenkrommende gestuntel. ,,We werden nog net niet met de nek aangekeken'', verzuchtte Van 't Hek, die in Sydney een steeds moedelozer indruk maakt.

Gisteren, na het ontluisterende optreden tegen het puntloze Argentinië (1-3), speelde de bondscoach zijn laatste troefkaart uit. In een emotioneel betoog veegde hij de vloer aan met zijn selectie, in een poging zijn ploeg weer aan de praat te krijgen. ,,Meer dan de helft van deze selectie hoort hier niet thuis'', brieste hij. ,,Op mentaal vlak leggen wij het af. Vandaag zijn we als kleine kinderen op een grotemensenfeest weggespeeld.''

Die doorzichtige poging tot reanimatie bleek verspilde energie, al mocht zijn ploeg zich vandaag één helft de gelijke wanen van Australië. Van 't Hek vervult dezer dagen de rol van kleuterleider die te pas en te onpas zijn kroost tot de orde moet roepen. Eigen verantwoordelijkheid is een van de sleutelwoorden in de filosofie van de bondscoach. Maar met die weelde weten de hockeytoeristen geen raad. Zelfs een psycholoog zou daar volgens Van 't Hek geen verandering in kunnen brengen. ,,De intrinsieke motivatie van een sporter moet de grootste drijfveer zijn. Als die ontbreekt, ben je gezien.''

Zo ontgoocheld over de mentale tekortkomingen van zijn ploeg is Van 't Hek dat hij het liefst meteen zijn ontslag zou indienen. ,,Het is dat wij hier nog een keer moeten spelen en ik geen wegloper ben. Maar als ik een doorlopend contract zou hebben gehad, was ik na dit toernooi opgestapt. Zes jaar is kennelijk toch te lang.''

,,Harde en confronterende gesprekken'' voerde Van 't Hek, nadat hij vorig jaar, na het EK in Keulen, al signaleerde dat gemakzucht bezit dreigde te nemen van zijn selectie. Maar de voormalige spits van Kampong stond de voorbije maanden tegen een muur te praten. Daarom zocht hij zijn toevlucht tot het doorvoeren van een aantal personele wijzigingen, zoals het ontslaan van Carole Thate als aanvoerster ten gunste van Dillianne van den Boogaard.

Het schokeffect was van korte duur: Nederland won begin juni nog het toernooi om de Champions Trophy. Maar dat was wel met meer geluk dan wijsheid, zoals iedereen toen reeds kon zien, en niet maatgevend omdat de overige vijf ploegen hun krachten spaarden met het oog op de naderende Olympische Spelen in Sydney. Natuurlijk besefte Van 't Hek dat. Zijn woedende uitval aan het adres van de pers, op de slotdag van het toernooi, was dan ook vooral een uiting van onmacht.

Vraag is of Van 't Hek geen drastischer maatregelen had moeten nemen. Nee, zo vond hij zelf. ,,Ik heb niet de illusie dat we hier beter hadden gepresteerd als ik acht andere speelsters had geselecteerd. In de Nederlandse competitie lopen nu eenmaal geen betere speelsters rond.''

Het moet gezegd: Van 't Hek heeft zijn nek durven uitsteken. Toch rest de oud-international overmorgen, na het afsluitende duel tegen Spanje, niets anders dan de bittere constatering dat zijn missie hopeloos mislukt is. Daarmee sluit hij aan in een lange en trieste rij. Sinds Gijs van Heumen, succescoach van de `gouden generatie', ging de ene na de andere vrouwencoach (Roelant Oltmans en Bert Wentink) ten onder in een topsportvijandige sfeer die het Nederlandse vrouwenhockey zo eigen is.

Lange tijd zag het er naar uit dat Van 't Hek zou breken met die naargeestige traditie. Maar het brons van Atlanta, de twee Europese titels, het zilver bij het WK in Utrecht en de winst van de Champions Trophy het zijn stuk voor stuk herinneringen die de voorbije dagen verschrompelden tot irrelevante wapenfeiten van een generatie die in Sydney werd ontmaskerd als ,,een stelletje kleine kinderen'', zoals Van 't Hek het verwoordde.

Voor zijn opvolger Marc Lammers, in Sydney bondscoach van het stugge Spanje, had Van 't Hek een dringend advies in petto. ,,Misschien moet voortaan meer op mentale weerbaarheid geselecteerd worden. In het moderne hockey gaat het niet meer om of een speelster een balletje lekker kan meenemen met de stick of een leuke schijnbeweging in huis heeft.'' Als dank voor die wijze raad kan Lammers overmorgen al wat terugdoen, wanneer Spanje de laatste tegenstander is van Nederland.