Herzien

De woningenkolos Piraeus op het KNSM-eiland in Amsterdam uit 1994 is waarschijnlijk het invloedrijkste gebouw in Nederland van de jaren negentig. Met zijn krachtige, sculpturale vorm, veroorzaakt door de geleidelijk op- en aflopende daken en gevels, de gigant van de Duitse architecten Hans Kollhoff en Christian Rapp gezorgd voor een ware bouwmode. Overal in Nederland zijn inmiddels gebouwen met een schuine daklijn verschenen. Zo kwam ook in Amsterdam een paar jaar na de voltooiing van het Piraeus-gebouw op het voormalige terrein van het Gemeente Waterleidingbedrijf een groot blok met schuine daklijn van Kees Christiaanse gereed dat bovendien ook in overweldigende mate van baksteen is. In Rotterdam kreeg een groot complex bejaardenwoningen van EGM Architecten een opvallend Piraeus-dak en in Gouda werd onlangs vlak naast de spoorlijn naar Rotterdam een bakstenen kantoor voltooid dat uit vier lossen delen met schuine daklijnen bestaat. De recentste en ook spectaculairste bijdrage aan de mode van de schuine daklijn is de zogenaamde `Whale' van Frits van Dongen en andere architecten van de Architekten Cie op het Amsterdamse eiland Sporenburg, recht tegenover het Piraeus-gebouw.

Het grappige van deze Nederlandse bouwmode is natuurlijk dat hij is geïntroduceerd door twee Duitsers. Volgens eigen zeggen hebben de architecten zich voor het Piraeus-gebouw laten inspireren door de Amsterdamse School. We moeten ze maar op hun woord geloven, maar wie het gebouw ziet, moet niet zozeer denken aan de wulpse Amsterdamse-Schoolgebouwen als wel aan de veel strengere expressionistische woning- en kantoorblokken van omstreeks 1920 in Hamburg. Ook in andere opzichten is het een echt Duits gebouw. De loggia's bijvoorbeeld, die door ramen met kieren bijna, maar niet helemaal van de buitenlucht worden afgesloten, kende Nederland niet, maar Duitsland wel.

Het bijzondere, door-en-door Duitse karakter van het gebouw is vermoedelijk de reden dat het zoveel is nagevolgd. Een Nederlandse architect had zo'n luxe variant op de Berlijnse Mietkaserne nooit durven neerzetten, maar toen het er eenmaal stond maakte het gebouw grote indruk en werd bekroond met de Amsterdamse Merkelbachprijs.

Toch was er vlak na de oplevering ook wel kritiek op het gebouw. Sommigen vonden de donkere kleur van de bakstenen te somber. Nu in navolging van het Piraeus-gebouw het gebruik van bruin-zwarte bakstenen ook in Nederland heel gewoon is geworden en men er aan gewend is geraakt, hoor je er niemand meer over.

Belangrijker bezwaar tegen het Piraeus-gebouw was dat het gebouw veel te groot was en vooral uit veel te veel verschillende soorten woningen bestond. Het Piraeus-gebouw bevat maar liefst 304 woningen en kent 41 verschillende woningtypen, van kleine tweekamerwoningen tot ruime zeskamerwoningen. Deze veelheid aan kleine en grote huur- en koopwoningen zou met zich meebrengen dat er allerlei verschillende soorten bewoners zouden komen, van alleenstaande yuppies tot bijstandsgezinnen. Dat kon nooit goed gaan, meenden critici, zeker niet omdat een deel van de woningen ook nog eens werd ontsloten door galerijen, die garanties waren voor vervuiling en wangedrag. Het was slechts een kwestie van tijd of de koopkrachtigen onder de Piraeus-bewoners zouden wegens de overlast zijn verhuisd. Zo zou het Piraeus-gebouw binnen vijf jaar een verpauperd probleemblok worden, zo luidde de voorspelling.

Van deze voorspelling is niets uitgekomen. Het enige probleem dat zich de afgelopen jaren voordeed, was een conflict tussen Christian Rapp, die zelf in het gebouw woont, en een bewoner op de begane grond die de ruimte voor zijn woning als privé beschouwde en daar planten en stoelen neerzette. Voor de rest is er niets gebeurd. Het Piraeus-gebouw ziet er dan ook bijna nog net zo uit als vlak na de oplevering en is nog steeds het indrukwekkendste woningblok op het KNSM-eiland.