Gergjev: een `tweeluik' na het `drieluik'

In een seizoen waarin hij sinds mensenheugenis minder dan ooit in ons land dirigeert, was Valery Gergjev de afgelopen dagen op de van hem bekende wijze weer zeer aanwezig in het Nederlandse muziekleven. In Rotterdam trad de Rotterdamse chef-dirigent woensdag, donderdag en vrijdag op tijdens een `Gergjev-drieluik'. Zaterdag en zondag volgde in het Amsterdamse Concertgebouw een `Gergjev-opera-tweeluik' met uitvoeringen van Lady Macbeth van Mtsensk van Sjostakovitsj en Iolanta van Tsjaikovski door de St Petersburgse Kirov Opera. Zondagmiddag was Gergjev ook op de tv met een registratie van de Zevende symfonie van Sjostakovitsj door het Radio Filharmonisch Orkest.

Diezelfde Zevende symfonie `Leningrad' werd vrijdagavond uitgevoerd in De Doelen door de twee orkesten waarvan Gergjev de chef-dirigent is: het orkest van de Kirov Opera in het Mariinski Theater in St Petersburg en het Rotterdams Philharmonisch Orkest. De 131 musici vulden het podium van De Doelen geheel, de solopartijen waren over beide orkesten verdeeld en sommige aanvoerders wisselden na het tweede deel van plaats.

Sinds 1989, toen Gergjev vast gastdirigent van het Rotterdamse orkest werd, heeft hij, zeker in zulk repertoire, zózeer zijn stempel op de Rotterdamse orkestklank gezet, dat Russen en Nederlanders hier één homogeen orkest vormden. De uitvoering was niet zozeer massaal en luidruchtig, maar wel een indrukwekkende artistieke gebeurtenis. Gergjev streefde ook niet naar maximale volumes, maar liet wel pianissmo-passages spelen op de grens van het waarneembare, en niet alleen het begin van de Boléro-achtige mars met het steeds luider wordende trommeltje.

De ingetogen, vaak intense en bijna kamermuzikale uitstraling van het Moderato zorgde voor een bezonken, elegische sfeer, die met de lieflijke lyrische fluitpassages in het Adagio uitmondde in een arcadisch visioen van vrede. De triomfalistische finale klonk niet zonder enige dubbelzinnigheid.

De gezamenlijke St Petersburgse-Rotterdamse uitvoering van de Zevende symfonie was ook een opmaat voor het achtdaagse Gergjev Festival dat volgend jaar, wanneer Rotterdam `Culturele hoofdstad van Europa' is, zal worden gewijd aan de componist Dimitri Sjostakovitsj. Op het programma met de titel `The War symphonies' staan de symfonieën 4 tot en met 9 en dan zal deze Zevende symfonie (1942) opnieuw klinken.

Het zware oorlogsleed van beide havensteden is ook uitdrukkelijk een van de hoofdpunten van het Sjostakovitsj-festival, dat het verhaal van het kwaad vertelt, het kwaad van de 20ste eeuw. Voor Sjostakowitsj persoonlijk bestond het uit het lijden onder dictaturen. De strijd tegen het nazisme leverde de Zevende symfonie op, een werk dat tijdens de oorlog in de Verenigde Staten een belangrijke rol speelde in de groeiende sympathie voor de bondgenoot de Sovjet-Unie van Stalin.

Het was ook Stalin die vijf jaar eerder Sjostakovitsj' opera Lady Macbeth van Mtsensk van het podium haalde na het beruchte Pravda-artikel `Chaos in plaats van muziek'. Sjostakowitsj herschreef het werk tot Katarina Izmailova, maar tegenwoordig wordt het werk weer in de originele vorm uitgevoerd, in ons land voor het eerst in 1985 tijdens een Matinee op de Vrije Zaterdag door het Radio Symfonie Orkest en tal van Nederlandse zangers o.l.v. Henry Lewis.

De puur-Russische Matinee-uitvoering van Lady Macbeth van Mtsensk van afgelopen zaterdag door de Kirov Opera was dus op zijn minst `authentieker', maar dat is wel het vanzelfsprekendste dat men daarover kan zeggen. Ook Tsjaikovski's laatste opera Iolanta klonk eerder in de Matinee: op 8 maart 1975, voorafgegaan door Tsjaikovski's fantasie-ouverture Romeo en Julia. Nu klonk voor de eenakter een suite uit Tsjaikovski's ballet De notenkraker.

Daarmee was deze matinee bijna een concertante reconstructie van de Tsjaikovski-avond op 18 december 1892 in het Mariinski-theater, toen daar de wereldpremières gingen van De notenkraker en Iolanta, beide even sprookjesachtig. De heerlijke Notenkraker-muziek klonk prachtig en beeldend, geen wonder bij een orkest met 108 jaar ervaring daarmee, maar dankzij de op alles lettende Gergjev ontbrak elke routine.

Even geëngageerd en indringend klonken de twee opera's waarvan titelpersonages en verhaallijnen maximaal van elkaar verschillen. Katarina Izmailova (Lady Macbeth) is een gefrustreerde vrouw, die haar bemoeizuchtige schoonvader en haar sullige echtgenoot vermoordt in de hoop op een opwindender leven met Serge en de dood vindt onderweg naar een strafkamp in Siberië. Iolante is een koningsdochter, die van haar blindheid geneest uit liefde voor Vaudémont, de graaf van Champagne. Niet alleen de titelrollen werden door Larissa Sjevtsjenko en Marina Sjagoetsj vrijwel voorbeeldig gezongen, maar ook de vele kleinere rollen werden door twintig andere zangers zeer karaktervol ingevuld. De bariton Vassily Gerello bijvoorbeeld, benutte zijn vrij kleine rol als de koning Robert in Iolanta om in zijn ene grote aria op onvergetelijke wijze te gloriëren.

Concerten: Rotterdams Philharmonisch Orkest, Kirov Opera o.l.v. Valery Gergjev. Gehoord: 22 t/m 24/9 Rotterdam, Amsterdam. Radio 4: Lady Macbeth van Mtsensk 30/9 19 uur.