De roes mag niet ophouden

Olympische Spelen worden gehouden om helden te creëren. Oude helden worden afgelost door nieuwe helden. Want helden die gaan vervelen dienen vervangen te worden. De mens kan allang niet meer zonder helden. De mens heeft niet genoeg aan zichzelf. De mens wil bewonderen, bewieroken en zich aan de voeten werpen van een uitzonderlijk, bijna onmenselijk mens. De begeerte naar helden is grenzeloos. Neemt misschien daarom de begeerte om zelf held te worden ook toe?

Want wie zou er niet zo willen rennen als Michael Johnson, een potige Amerikaan met het lijf van een zwarte ruin? Zoals hij al tien jaar over 400 meter en de laatste vijf jaar over 200 meter iedereen veel te snel af is, maar meer nog zoals hij loopt: met rechte rug, gestrekte nek en met zijn handen zwaaiend alsof hij in beide een geladen revolver draagt – dat is zeer bewonderenswaardig.

Michael Johnson is er als weinig anderen van doordrongen hoe snel en hoe mooi hij is. Aan zijn manier van lopen, aan de houding van zijn lijf herken je de narcist in de zwarte Texaan. Hij weet dat hij de beste is, de snelste en de mooiste van allemaal. Kijk eens hoe mooi ik ben, kijk eens hoe mooi ik loop zien jullie dat wel? Als een gedresseerde Afghaanse windhond steekt hij zijn snuit omhoog en bedwelmt hij zijn publiek.

Het talent en de schoonheid van zijn lichaam zijn allerminst toereikend om Johnson te doen stralen. Dat moet de mening zijn van de mensen die dit atletisch fenomeen exploiteren. Ter vervolmaking van het fraaie lichaam schonken ze hem zowaar vergulde hardloopschoenen. Een held op gouden schoenen op weg naar gouden medailles, symbolischer kan het niet. De sportkledingfabrikant Nike – de fabriek die zich heeft vernoemd naar de gevleugelde godin van de overwinning – voelde goed aan waar Johnson naar verlangde: naar de ultieme schoonheid.

Johnson schaart zich graag onder de meest talentvolle lopers van de moderne tijd. Hij voelt zich de gelijke van Jesse Owens en Carl Lewis, loopwonders uit respectievelijk het verre en het nabije verleden. En inderdaad: nog nooit won een atleet, zoals Johnson op de Spelen van 1996, zowel de 400 meter als de 200 meter. Hij is bovendien meervoudig wereldkampioen en meervoudig wereldrecordhouder op beide afstanden. En dan nog wordt hij achtervolgd door mensen die meer van hem willen: nog meer snelheid, nog meer records, nog meer medailles. Johnson beweert dat hem dat irriteert, maar tegelijkertijd vindt hij uiteraard in het altijd naar meer hunkerende publiek de inspiratie en de uitdaging om nog meer te winnen dan hij al wint.

Eens was de jongste van vijf kinderen van vrachtwagenchauffeur Paul en onderwijzeres Ruby een intelligente scholier. Hij werd zelfs in een klas voor begaafde leerlingen geplaatst. Studeren vond hij later leuk, maar filosoferen vond hij interessanter. Hij was één van de beste American-Footballspelers van junior high school, maar hij hield niet van de agressie in die sport. Hardlopen, daar kon je je agressie in kwijt, zonder iemand te kwetsen.

En zo werd de begaafde jongeling een begaafde atleet. Hij hield ervan zijn gaven te vervolmaken en die te tonen aan eenieder die ze maar wilde zien. Soms ging Johnson te ver in zijn geldingsdrang. Dan forceerde hij zijn fysieke mogelijkheden en moest hij zich al voor een belangrijke race gewonnen geven of – zoals bij de recente olympische selectiewedstrijden – scheurde hij op de 200 meter een spier. Want al is hij de beste en mooiste sportman van dit moment, zonder triomfen, wereldrecords en olympisch goud voelt hij zich niet goed genoeg. Topsport, begeerte en heldendom zijn verslavend, vraag het de 33-jarige Michael Johnson. De roes mag nooit meer ophouden.