Biotechnologie schreeuwt om moreel-ethisch debat

Een gevoel van onbehagen overheerst bij de burger die de discussie over biotechnologie probeert te volgen. Volgens Henk Jan Ormel komt dit omdat de morele kaders niet besproken worden. Een pleidooi voor een weg uit het ethisch-morele vacuüm.

De ontwikkelingen in de biotechnologie buitelen in hoog tempo over elkaar heen. Tegenwoordig staat het kloneren van menselijke stamcellen uit embryo's in het middelpunt van de belangstelling, vorig jaar ging het over xenotransplantatie en dan is er nog het aanhoudende debat over gen-voedsel.

Telkens valt op dat de discussie tussen voor- en tegenstanders van biotechnologie en andere nieuwe technologieën (robotica, nanotechnologie) op een hoog filosofisch niveau gevoerd wordt. Het op 26 augustus jl. in deze krant gepubliceerde manifest van Bill Joy `Waarom de toekomst ons niet nodig heeft' geeft een waarschuwing dat oncontroleerbare processen aanstaande zijn en de techniek de mensheid gaat overheersen. Dit werd een week later weerlegd door de hoogleraar systematische wijsbegeerte Achterhuis die betoogde dat angst voor nieuwe technologie een herkenbaar fenomeen is en dat we nu lachen om geschriften die ons waarschuwden voor de gevaren van de trein. Hij pleitte voor een discussie over de relatie mens-technologie en de invloed van technologie op ons waarden- en normbesef.

Vorig jaar begon de ethische discussie over de toelaatbaarheid van xenotransplantatie (het transplanteren van organen van dieren naar de mens) net op gang te komen totdat wetenschappers meldden dat de ontwikkeling van xenotransplantatie werd stopgezet vanwege de gevaren van het introduceren van nieuwe virussen. Vervolgens ging de discussie over naar het kloneren van stamcellen uit menselijke embryo's voor therapeutische doeleinden. In de politiek woedt al geruime tijd de discussie over genetisch gemodificeerd (gemanipuleerd volgens de tegenstanders) voedsel.

De burger heeft bij dit alles een gevoel van onbehagen. Er is geen uitgangspunt meer vanwaar uit men waarden kan toetsen en grenzen kan verleggen. Het lijkt wel of er helemaal geen grenzen meer zijn. Dit is, hoe men er ook over moge denken, één van de gevolgen van de secularisatie. Toch vormen ook nu nog de normen en waarden die door eeuwen christendom en humanisme gevormd zijn, het morele fundament van onze maatschappij.

Eerbied voor het leven zit diepgeworteld in onze nog niet gemanipuleerde genen. Hoe kunnen wij anders onze activiteiten verklaren om de korenwolf te behouden, walvissen uit een wak in de Poolzee te bevrijden, een kat met gevaar voor eigen leven uit een brandend huis te redden? Dierenbescherming, Wereldnatuurfonds en Natuurmonumenten zijn breedgesteunde maatschappelijke instellingen.

Het gevoel van onbehagen vloeit voor een deel voort uit de neiging om de natuur inclusief onszelf te reduceren tot een louter mechanisch proces. De natuur wordt beschouwd als een systeem waaraan tot eigen voordeel onbeperkt kan worden gesleuteld. Als er wat misgaat, repareren we het wel weer, de techniek staat immers voor niets. De realiteit is dat de huidige kennis onvoldoende is om te voorspellen of onverwachte en ongunstige effecten zullen optreden. De vergelijking met de ontwikkeling van de kernenergie dringt zich hier op.

Het gevoel van onbehagen komt ook voort uit het feit dat een gebrek aan hard, wetenschappelijk bewijs voor de schadelijke gevolgen van ongecontroleerde overdracht van genen en van een cascade van veranderingen ingezet door ingrepen in genen, als voldoende reden wordt beschouwd om zulke ontwikkelingen doorgang te laten vinden. Angst voor de veiligheid van biotechnologie speelt een rol als oorzaak van het protest ertegen.

Een dieper liggend gevoel van onbehagen heeft te maken met ons besef van eerbied voor het leven. Hoe gaan wij daar mee om? Zijn er nog grenzen en zo ja waar liggen die? Een tiencellig embryo mag gebruikt worden voor therapeutische doeleinden, zegt de Britse regering. Nee, zegt het Vaticaan, dit is in essentie menselijk leven. De Nederlandse regering stelt dat vooralsnog niet speciaal embryo's voor onderzoek mogen worden gekweekt. Denken we er in Europa éénsluidend over? Wordt een Nederlands geluid nog wel gehoord in een toekomstig Europees beleid?

Wetenschappers hebben de morele verantwoordelijkheid om het publiek tijdig objectieve informatie over biotechnologische ontwikkelingen te verschaffen. Het mag niet zo zijn dat elke nieuwe biotechnologische ontwikkeling bij voorbaat wordt uitgesloten en het is een illusie om voor een moratorium te pleiten. Reëler is een toetsing van iedere ontwikkeling op het gebied van de biotechnologie volgens het `nee, tenzij'-principe. De Rabobank heeft met haar code al een belangwekkend initiatief genomen om de financiering van biotechnologieprojecten te toetsen.

In de politieke discussie behoort de beschermwaardigheid van het leven met een hiërarchische volgorde plant, dier, mens, voorop te staan. Politici moeten de handschoen oppakken en het ethisch-morele vacuüm vanwaar uit nu het beleid gevoerd wordt, bespreekbaar maken en kleur bekennen.

Het ter discussie stellen en afbakenen van de morele kaders waarbinnen de biotechnologische vooruitgang aanvaardbaar is, zal draagvlak voor deze vooruitgang creëren. Daardoor zal deze discussie uiteindelijk de ontwikkeling van een maatschappelijk aanvaarde en verantwoorde biotechnologie stimuleren in plaats van remmen. De omgekeerde volgorde – eerst produceren, dan pas discussiëren – leidt tot verwarring en afwijzing.

Henk Jan Ormel is dierenarts.