Zwanger van symbolen

Het festival van Locarno beloonde hem onlangs met een Gouden Luipaard voor zijn oeuvre. Op televisie dit weekeind De Vierde Man en een gesprek over zijn leven en carrière – Paul Verhoeven.

Anders dan bij bekeerlingen als Van Morisson en Bob Dylan is het bij Gerard Reve altijd de vraag wat hij op religieus vlak meent, en wat niet. De ironie is wat de prediking dragelijk maakt. Of, zoals in De Vierde Man het personage Gerard Reve zegt: ,,Ik lieg de waarheid''. Paul Verhoeven is er bij de verfilming van De Vierde Man niet in geslaagd om die essentiële dubbelheid in de film te leggen.

In De Vierde Man (1983) gaat een schrijver (Jeroen Krabbé) een weekeind op bezoek bij een drievoudige weduwe. Haar minnaar (Thom Hoffman) is de vierde man en het vierde sterfgeval. Renée Soutendijk is een prachtige weduwe, Christien Halsslag. Krachtig en kwetsbaar tegelijk. Af en toe lijkt ze op een Duitse kampbeul, dan weer op een omaatje in het zwembad. Dat past prachtig bij de dubbelheid in de plot, want het blijft onduidelijk of zij haar mannen vermoordt. Maar daarmee is alles gezegd wat subtiliteit betreft.

Verhoeven portretteert zo overdreven, dat het identificatie blokkeert. Vanaf het begin gaat de film vol in de overdrive. Er druipt bloed langs de muur, er zijn spinnen en vliegen, een afgeknipte penis, een vlucht afgewaaide tulpenbladeren en verder veel fluwelen lakens en hoge hakken. Het is een aanhoudende overdrijving. Met als dieptepunt de tot twee keer toe voorkomende bloederige koeienkarkassen die van Peter Greenaway afkomstig lijken. Door die overdrijving blijven hoofdpersoon en diens fantasiewereld op grote afstand.

Wat resteert zijn koele, kinderlijke personages die zich door het symboolzwangere verhaal slaan. Het hoort bij een symbool dat het af en toe eens terugkeert. Maar de wijze waarop Verhoeven meent ons het Samson en Delila-motief onder de neus te moeten wrijven, is beledigend. Een schilderij met de mythologische afbeelding hangt in de trein, inclusief toelichting. De weduwe heeft een schoonheidssalon, `Delila'. En een gelijknamig parfum dat ze altijd op heeft. Ze knipt het haar van de schrijver. En een keer of acht houdt ze een schaar in beeld. Dat is wat veel.

Bij Reve valt er altijd flink te lachen. Verhoeven en scenarioschrijver Soeteman gebruiken heel wat Revismes, maar echt grappig wordt het nooit. Tijdens een gesprek over helderziendheid merkt de schrijver Reviaans op: ,,Geeft niks, het wordt toch oorlog.'' In het boek werkt het, in de film niet. Dat is voor de film een groot tekort, want zonder de humor is de voorstellingswereld in De Vierde Man zwaar magisch-realistisch. Gerard Reve zonder humor is Hubert Lampo.

Pas in de laatste scènes van de film botst de fantasiewereld van de schrijver frontaal met de realiteit. Na het dodelijke ongeval van de minnaar zakt Krabbé schokkend en bevend in elkaar tegen een achterwiel van de auto. Als een waanzinnige doet hij zijn verhaal aan een dokter, en ondanks zijn geraaskal krijg je met hem te doen. Het is zo'n stortvloed van fantastische verbanden dat je zou willen dat iemand naar hem luistert. Alleen dan is het te laat.

Het mooie einde kan de film niet meer redden.

De Vierde Man (Paul Verhoeven, NL, 1983), zaterdag, RTL5, 22.45-0.40u.