Zakenbankiers grijpen macht bij Deutsche Bank

Ackerman volgt Breuer in 2002 op als topman van Deutsche Bank. Dat verbaast niemand in de Finanzplatz. In feite maakt de zakenbankier Ackerman bij de bank nu al met president-commissaris Kopper de dienst uit.

Pijnlijke beslissingen moeten onmiddellijk worden genomen, meende de Italiaanse filosoof Nicolò Machiavelli al. Rolf Breuer, topman van Deutsche Bank in Frankfurt, was het hier van harte mee eens. Belangrijke beslissingen kunnen niet wachten. ,,Snel, snel, snel moet het gaan'', zei hij eens. Nu is Breuer zelf slachtoffer van zo'n snelle beslissing.

Deze week werd bekend dat Breuer zal worden afgelost door Josef Ackermann, die de leiding van het grootste geldinstituut van Duitsland in handen krijgt. De zelfbewuste Zwitser geldt al langer als gedoodverfde kroonprins van Breuer. Ackermann is in het bankbestuur verantwoordelijk voor de effectenbank-activiteiten (investmentbanking). Aan zijn ambities naar de top te willen doorstoten heeft nooit iemand getwijfeld. Verrassend is echter het tijdstip waarop de machtswisseling bekend wordt gemaakt, want Ackermann zal pas in de loop van 2002 het roer van Breuer overnemen.

De overgang van de 62-jaar oude Breuer naar de 52-jarige Ackermann is meer dan een generatiewisseling. Met een Zwitser aan de top en iemand die niet in de bank zelf groot is geworden, kiest Deutsche Bank voor een cultuurbreuk. Tenslotte was het Ackermann die er in niet geringe mate toe heeft bijgedragen dat de voorgenomen fusie tussen Deutsche Bank en Dresdner Bank eerder dit jaar is mislukt. Toen al werd duidelijk hoezeer de machtsverhoudingen binnen de top van de bank waren verschoven.

Nog op 9 maart kondigde Breuer enthousiast aan dat Deutsche met Dresdner zou samengaan. Maar zijn effectenbankiers, goed voor 60 procent van de winst, speelden het spel niet mee. Ackermann en zijn belangrijkste handelaren Edson Mitchell en Michael Philipp – die vanuit Londen opereren – vormden al langer een bastion binnen de bank dat zich niet meer door Frankfurt liet regeren. Wilde Breuer de effectendochter van Dresdner Bank (Dresdner Kleinwort Benson) helemaal integreren, Ackermann en zijn companen waren slechts bereid een paar honderd medewerkers van Kleinwort over te nemen. Breuer moest de gang naar Canossa maken en het eerder groots aangekondigde fusieplan weer afblazen.

Sindsdien heeft zijn geloofwaardigheid ernstig geleden omdat hij er niet Ackermann en de zijnen niet in toom kon houden. Het was typisch voor de consensuscultuur van Deutsche Bank, dat Breuer niet toen hoefde af te treden. Maar de topbankier, die al 34 jaar bij de bank werkt, is aangeslagen.

Lange tijd gold de immer zongebruinde Breuer als een gerenommeerd bankier. In twee jaar heeft hij de winst van de bank vervijfvoud. Consequent zette hij de al door zijn voorganger Hilmar Kopper ingeslagen weg voort om Deutsche Bank rijp te maken voor de internationale liga van Amerikaanse zakenbanken als Goldman Sachs, Merrill Lynch en Morgan Stanley.

Met de aankoop van het Amerikaanse Bankers Trust liet Breuer alle binnenlandse concurrenten ver achter zich. Ook ging de verdere ontwikkeling van Frankfurt als Finanzplatz Breuer aan het hart. Nog voor hij in 1997 het bestuur van Kopper had overgenomen, haalde Breuer met de Zwitser Werner Seifert als nieuwe beursvoorzitter iemand binnen, die het gelukt is het versplinterde beurslandschap in Duitsland te saneren en de Deutsche Börse een internationale reputatie te verschaffen.

Deze ingrijpende veranderingen in de Duitse banken- en beurzenwereld waren met pijnlijke ervaringen verbonden, wat onder meer bleek uit de moeilijke integratie van de Britse effectenbank Morgan Grenfell in Deutsche Bank. Voor vele medewerkers van Deutsche Bank was de stap richting effectenbankieren, die al lang voor Breuers voorzitterschap was genomen, een cultuurschok.

Maar des te sterker de zakenbankiers in zijn eigen huis werden, des te zwakker werd Breuer. Telkens als er iets misging, kwam hij in opspraak. Ook de recent geflopte beurzenfusie tussen Frankfurt en Londen wordt Breuer, toezichthouder bij de beurs, door sommigen in de schoenen geschoven.

Aangezien een escalatie van de interne machtsstrijd de reputatie van Deutsche Bank zware schade zou berokkenen, besloot Kopper als voorzitter van de raad van toezicht in te grijpen. Aan de top van de bank moest een `krachtige leider' staan, had hij onlangs nog laten weten. Een man met charisma, die de grote lijnen voor het bankiershuis uitzet. Nu is duidelijk wie Kopper op het oog had.

In bankenkringen in Frankfurt keek men van het nieuws nauwelijks op. De machtswisseling heeft volgens sommige bankiers allang plaatsgevonden. Feitelijk leiden Kopper en Ackermann de bank allang. Of Breuer het nog twee jaar volhoudt wordt betwijfeld. De topbankier dreigt twee jaar lang als lame duck te fungeren. Alleen zit op de plek die voor hem bestemd is nog een ander: Hilmar Kopper.