Wereldbank luistert naar de basis

De energie-experts van Bankwatch hebben kritiek op de bestedingen van de Wereldbank. De Wereldbank wil wel luisteren.

,,Als deze jaarvergadering zonder incidenten verloopt, dan winnen wij. Loopt het wel uit de hand, dan zijn het IMF en de Wereldbank de winnaars.'' Energie-expert Petr Hlobil is, anders dan de meeste anti-globalisatie activisten in Praag, zeker geen tegenstander van dialoog. ,,De Wereldbank heeft een goed beleidsstuk op het gebied van energiebesparing. Het wordt alleen niet in praktijk gebracht'', zegt hij. Wat volgens hem ontbreekt is de stem van de mensen aan de basis, van de experts die in het gebied wonen waar de bank een project wil uitvoeren.

Hervorming zou de Wereldbank kunnen redden, meent hij. In de toekomst van het IMF heeft hij een hard hoofd. ,,Die organisatie is gewoon veel te ondoorzichtig. Er wordt veel achter gesloten deuren beslist. Vaak krijgen de parlementen daar niet eens het fijne van te horen.'' Als voorbeeld noemt Hlobil de enorme sommen geld die de afgelopen jaren naar Rusland zijn gegaan. Wie is er verantwoordelijk voor al dat verdwenen geld?

Hlobil maakt deel uit van Bankwatch, een internationaal netwerk van niet-gouvernementele organisaties die de bestedingen van de Wereldbank, de Europese Investeringsbank (EIB) en de Oost-Europese Bank voor Ontwikkeling en Reconstructie (EBRD) tegen het licht houden. Doel van de organisatie is om de kwaliteit van de uitgezette projecten te verbeteren door deelname van plaatselijke experts en NGO's. Heilloze projecten, zoals de financiële steun aan de exploitanten van een goudmijn in Kyrgistan die het hele milieu verontreinigt, moeten volgens Bankwatch gewoonweg worden stopgezet.

In een studie genaamd `Heavy Footprint' geeft Bankwatch aan de vooravond van de jaarvergadering een overzicht van projecten die niet deugen. Het boekje begint met een kritische verhandeling over een lening van 245 dollar die de Wereldbank in 1994 beschikbaar stelde aan het Tsjechische staatsenergiebedrijf. De lening was bedoeld om de uitstoot van giftige gassen in energiecentrales aan banden te leggen. In praktijk, rekent Bankwatch voor, werd een niet onaanzienlijk deel van dat bedrag gebruikt voor investeringen in de kernenergie. Met name in de omstreden nucleaire centrale in Temelín, die een dezer dagen opengaat. Bankwatch wijst erop dat de Wereldbank formeel afstand heeft genomen van kernenergie en dus tegen de eigen beleidsbeginselen handelt.

Huub Scheele die namens de Nederlandse organisatie Both ENDS in Bankwatch zit komt met nog een voorbeeld over kernenergie. In de Oekraïne wil de Wereldbank geld beschikbaar stellen voor het afbouwen van twee kerncentrales. ,,Nota bene in het land waar Tsjernobyl ontploft is'', roept hij verontwaardigd. Met energiebesparing zou er volgens Scheele veel meer bereikt kunnen worden. ,,Maar ze willen niet luisteren naar mogelijkheden om de energie te beperken in de bestaande centrales en om de mensen bijvoorbeeld een thermostaatknop te geven.'' Scheele brengt een boek mee dat zijn eigen organisatie Both ENDS ter gelegenheid van de jaarvergadering van de Wereldbank uitgeeft. Onder de titel `Fuel for change' wordt een beeld geschetst van het verschil tussen de `retoriek' van de Wereldbank en de praktijk. Het energieverbruik ligt in de landen van Midden- en Oost-Europa gemiddeld twee keer hoger dan in de landen van de Europese Unie. De gehanteerde eenheid is `energie intensiviteit', de hoeveelheid energie nodig om één eenheid van het BNP te produceren. De voormalige communistische landen zijn minder energiebesparend geworden omdat de productie daalde terwijl de energieconsumptie juist steeg.

Bankwatch probeert de Wereldbank ervan te overtuigen dat het geen zin heeft om te investeren in vergroting van de energievoorraden als er niets wordt gedaan aan energiebesparing. Gisterochtend mochten vertegenwoordigers van Bankwatch in het congrespaleis van Praag even zelf met de Wereldbank praten. Voorzitter Wolfensohn luisterde in een makkelijke stoel naar onder andere Friends of the Earth dat eist dat er ten minste vijf jaar lang geen geld van de Wereldbank naar projecten voor mijnbouw en oliewinning gaat. Wolfensohn bleek bereid een commissie in te stellen om de zaak te bestuderen. Hlobil en Scheele zien het als een stapje in de goede richting.

De afgelopen week hebben ze honderdvijftig activisten uit de hele regio getraind in omgang met de internationale bankiers. Vanaf vandaag zullen ze met de diverse vertegenwoordigers van de internationale financiële wereld om de tafel gaan zitten.