Volksheld?

Zou Johan Cruijff zich in zijn onsterfelijkheid bedreigd voelen?

Ik denk het, eerlijk gezegd, niet. Pieter van den Hoogenband is nu wel van het koningshuis, van de premier, van de backbenchers, wie weet van Harry Mulisch, maar hij is niet van de zwervers in Amsterdam, niet van de Rotterdamse haven, noch van het gespuis in Oss. Nederland zwemnatie? Hooguit als intermezzo. Bij het vallen van de blaren, of zo.

Hoogie is de man van Sydney – die gouden stralenkrans nemen ze hem niet meer af. Zijn prestaties waren verbluffend. Hij stond mooi op het podium, had de perfecte balans tussen ontroering en verwondering. Chapeau voor deze olympische kampioen. Een absolute stilist in en buiten het water. Maar als volksheld redt-ie het niet. Te lief, te braaf, te beschaafd. Hij heeft geen vader die gesneuveld is in de oorlog of anderszins vroegtijdig dood is gegaan. Zijn moeder moet geen huizen en kantoren schoonmaken om de armenzorg aan te vullen. Broers en zusjes vinden touwklimmen ook best als antwoord op de erfzonde en zijn daarom nog nooit betrapt op een teken van afgunst. En de grootste handicap: Hoogie komt uit Brabant. Daar zijn glorie en succes gesneden op de maat van Berry van Aerle: stotteren van geluk. Wie zichzelf niet kan verkopen wordt geen volksheld.

Natuurlijk, Van den Hoogenband is nog te jong voor legendevorming. Cruijff had op zijn twintigste, of daaromtrent, ook niet de gebeden van de hele natie in de hand. Maar hij had wel reeds de smoel van de volksheld, dedain voor de afvalligen, een blondine van hem alleen op de tribune. Wat op het veld niet lukte, werd verdonkeremaand in het meesterschap van de provocatie.

VDH is meer een lachebekje en dat is het naar balorigheid smachtende volk te vrijblijvend. In wezen is het onrechtvaardig, maar zelfs als hij nagenoeg bloot in het water ligt, zie je nog dat Pieter van den Hoogenband altijd onder een rieten dak heeft geslapen. Die residentiële apartheid is hem als pigment in de huid gebrand. Daar komt hij dus niet meer vanaf. Betondorp is een betere uitvalsbasis voor de volksgunst dan een lommerrijke villa, verscholen in een labyrint van geëpileerde dreven.

De artificiële natievorming rond Olympische Spelen verduistert de individuele schittering. Er is niet alleen Pieter. Inge is even goed een scharnier van het nationale succes, en Mark Huizinga. Straks komt Anky nog, en Roy Heiner en wellicht bezorgen die vijf Antillianen van het honkbalteam, die nog nooit in Nederland zijn geweest, de polder nog meer goud.

In het voetbal is er een leider die het succes van het team tot een persoonlijke hemelvaart weet om te buigen. In het veelvoud van olympische disciplines krijgt succes een meer institutionele glans. De medailles worden opgeteld tot meerdere eer en glorie van land en bonden. De hype rond VDH zal in Sydney en omstreken minder snel uitdoven dan in Nederland. Australië is namelijk wel een zwemnatie en het pigment van een rieten dak kennen ze daar nog niet.

Een parade door de grachten van Amsterdam is Hoogie van harte gegund. Maar de regisseurs zullen zich niet van timing en agenda's mogen vergissen. Die dag mag er niet gevoetbald worden voor de Champions League. Het WK wielrennen kan beter achter de rug zijn. Thialf moet de deuren gesloten houden. Zelfs Krajicek, niet bepaald de meest geliefde sporter van Nederland, moet een vrije middag in de aanbieding hebben. Pas wanneer de sportnatie door leegte wordt geteisterd en het weer zit mee, is het risico van een grachtentocht voor de olympische kampioenen het overwegen waard. En dan nog alleen als Anky en Bonfire, de hockeyers en de volleyballers, een zeiler, een boogschutter en een judoka mee willen dansen op het achterdek. Voor Pieter en Inge loopt het land niet uit.

Zwemmers hebben de roem van records en olympische medailles voor het leven. Maar de euforie van de natie langer dan een week na de Spelen vasthouden, is quasi ondoenbaar. Voetballers, schaatsers, wielrenners blijven in de harten van het volk zitten. De winnaar van de honderd meter vlinderslag eindigt in een reclamespot. En wordt vervolgens weer vier jaar lang genegeerd en vergeten.