Tweedeling dreigt in nationale zwemsport

Met een stortvloed aan records en medailles verbaasde Nederland de afgelopen dagen bij het olympisch zwemtoernooi. Of losten Pieter van den Hoogenband en Inge de Bruijn slechts hun beloften in?

Niemand hoeft Don Talbot wat wijs te maken. Gevraagd naar de vermeende rivaliteit in het olympisch bassin tussen Australië enerzijds en de Verenigde Staten anderzijds, kon de 67-jarige hoofdcoach van de Australische zwemploeg zijn ergernis anderhalve week geleden met moeite onderdrukken. Hoe vaak moest hij het nog uitleggen? ,,Voor uw informatie: aan dit toernooi doen meer landen mee dan Australië en Amerika.'' En na een korte pauze: ,,What about Pieter van den Hoogenband? What about Inge de Bruijn?''

Nee, Talbot wist wel beter. Ook het oude continent, Europa, zou volop meedoen in de dans om de medailles, zo benadrukte de door de wol geverfde coach aan de vooravond van zijn negende Olympische Spelen. Vandaag, op de slotdag van acht enerverende zwemdagen in het Sydney Aquatic Centre, kan worden vastgesteld dat Talbot over profetische gaven beschikt.

Na 28 van de 32 onderdelen bezet grootmacht Amerika met 29 medailles de eerste plaats in het (tussen)klassement, gevolgd door Australië (14), Nederland (7), Italië (6), Oekraïne (4) en Roemenië (4). Opvallend is vooral de positie van Nederland: vier jaar geleden in Atlanta met twee keer brons (Kirsten Vlieghuis) nog veertiende, nu gestegen naar de vierde plaats, dankzij Pieter van den Hoogenband (twee keer goud, twee keer brons) en Inge de Bruijn (twee keer goud, één keer zilver).

Opmerkelijk is ook de knieval die Duitsland, decennialang een toonaangevende zwemnatie, heeft moeten maken. Was de ploeg vier jaar geleden nog goed voor twaalf medailles (zes zilver en zes brons), na zeven van de acht dagen staat de teller op twee bronzen medailles hetzelfde aantal dat Costa Rica met dank aan Claudia Poll in de wacht sleepte.

Australië overtreft, met vandaag nog vier finales op het programma, het aantal medailles van vier jaar geleden, maar veel scheelt het niet: veertien tegen twaalf. Vier daarvan, drie gouden en één zilveren, kwamen voor rekening van het tieneridool Ian Thorpe. Indrukwekkend was het om te zien hoe de 17-jarige Thorpedo omging met torenhoge verwachtingen van het thuispubliek die als een loden last moet hebben aangevoeld. Eén verwijt kan hem voor de voeten worden geworpen: op het enige nummer waar hij serieuze tegenstand kon verwachten, op de 200 meter vrije slag van Van den Hoogenband, zakte Thorpe door het ijs.

Maar op The Flying Dutchman staat geen maat. Dat was vorig jaar al zo bij de Europese kampioenschappen in Istanbul, waar `VDH' zes gouden medailles won. In Sydney loste de zwemmer met de natuurlijke stroomlijn en souplesse slechts de belofte in die zich vier jaar geleden aandiende. Toen zwom hij als onbevangen tiener achttien was hij naar twee vierde plaatsen, op de 100 en 200 meter vrije slag.

Hetzelfde geldt voor De Bruijn. Gehard door tegenslag en een bijna Spartaanse trainingsaanpak in Amerika maakte de 27-jarige sprintster drie jaar geleden een comeback. In Sydney weet De Bruijn, eindelijk volgens sommigen, haar talenten op de juiste manier aan te wenden.

Het lijdt geen twijfel of Patrick Wouters, de manager van De Bruijn en Van den Hoogenband, vindt na deze historische week een geldschieter die bereid is het gewenste bedrag op tafel te leggen voor de opzet van een commerciële ploeg. Of beter: voor verdere professionalisering van het bestaande topsportmodel dat de stichting Topzwemmen Zuid-Nederland in zeven jaar tijd heeft geperfectioneerd bij PSV, de club uit Eindhoven waar zowel Van den Hoogenband als De Bruijn onder contract staat.

Maar wat graag was stichtingsvoorzitter Cees-Rein van den Hoogenband de vader van Pieter al eerder tot overeenstemming gekomen met een grote sponsor. Regeren is vooruitzien, zo weet de arts van de Nederlandse zwemploeg. Zeker na het succes op het EK in Istanbul was de verwachting dat binnen afzienbare tijd een geldschieter zou worden gevonden. Maar kennelijk waren de sponsors nog niet overtuigd van het nut hun geld in het weinig mediagenieke zwemmen te steken. Of de aanbiedingen bleven achter bij de verwachtingen.

Enige aarzeling is op zijn plaats, zelfs na Sydney 2000. Want de magistrale exercities van De Bruijn en Van den Hoogenband verhullen de wisselvallige prestaties van de overige 22 leden van de Nederlandse ploeg. ,,Zes à zeven zwemmers'' scoorden deze week een onvoldoende, erkende bondscoach Stefaan Obreno gisteren. Namen weigerde hij te noemen, maar een blik op de uitslagen leert dat de Belg doelt op de zwemmers van AZ&PC (Groot) en DWK (Rijnbeek, Kuipers, Starink). Dat mogen de trainers, respectievelijk Ad van de Ven en Mark Faber, zichzelf aanrekenen.

Een scherpe tweedeling dreigt in het Nederlandse zwemmen. Om dat te voorkomen zal Obreno, zoals hij vorig jaar in Istanbul al aankondigde, de teugels stevig aanhalen. ,,Er zal voortaan minder inspraak zijn. Het model zoals PSV dat heeft neergezet, heeft zich bewezen. Andere clubs en andere trainers zullen daar een voorbeeld aan moeten nemen.''