TE VER VOORUIT

Met veel overheidssubsidie hebben de grote onderwijsuitgevers de afgelopen twee jaar 23 geavanceerde softwareprogramma's voor het basisonderwijs ontwikkeld. Ze worden nauwelijks gebruikt.

Enkele weken geleden werd basisschool de Rietakker in De Bilt overdonderd door een gift van 1,5 miljoen gulden van de KPN voor computerapparatuur. Motivatie van voorzitter Paul Smits van de Raad van Bestuur van het telecommunicatieconcern: ``De kloof tussen school en thuis op het gebied van computerapparatuur is ontoelaatbaar groot.'' En passant vertelde S. Eilander, directeur ICT van het ministerie van Onderwijs dat in nieuwe onderwijsbegroting nòg meer geld wordt vrijgemaakt voor de computers in het onderwijs.

Willem Broere is het allemaal een gruwel. Hij is softwaredeskundige en gepokt en gemazeld in het wel en wee rond de computers op scholen. Alle beleidslijnen die de overheid de afgelopen tien jaar heeft uitgezet, heeft hij - in dienst van diezelfde overheid - als coördinator van de ontwikkeling van onderwijssoftware meegemaakt. Broere: ``De nadruk ligt veel te veel op de techniek. Het is maar de vraag of een school met supermoderne apparatuur zoveel beter onderwijs geeft als een school die lustig experimenteert met een ouder computersysteem''.

InterActie! is het meest recente project van Broere. Het is een publiek/private samenwerking waarbij de overheid de grote onderwijsuitgevers als Meulenhoff, Wolters Noordhoff, Bekadidact en Zwijsen subsidieert in de ontwikkelingskosten van software. Dat leverde sinds twee jaar een twintigtal programma's van hoge kwaliteit op, waar Nederland zich zowel qua vormgeving als inhoud op internationaal niveau niet voor hoeft te schamen. Een aantal staat op het punt te verschijnen.

Een mooi programma dat bijvoorbeeld onder de vlag van InterActie! is uitgekomen is de cd-rom Druppel voor kleuters waarin een druppel water door alle seizoenen wordt gevolgd. Er horen liedjes bij en kleurplaten. Kinderen kunnen met de cursor voorwerpen in het water gooien en dan uitvinden wat blijft drijven. De cd-rom is samen met een achttal cd-roms anderhalf jaar geleden aan alle Nederlandse basisscholen toegestuurd om al vast te wennen aan kwalitatieve software. Een thuisversie van Druppel ligt sinds kort bij de HEMA in de schappen. Enzovoorts. Er is een rekenprogramma van de uitgeverij Bekadidact, gebaseerd op de veelgebruikte methode Wis en Reken. En uitgeverij Zwijsen heeft dankzij dit fonds inmiddels zes cd-roms ontwikkeld, zoals Schatkist met de muis dat de taalontwikkeling van kleuters bevordert en Zoeklicht interactief: een meeleesprogramma dat de leesmotivatie stimuleert.

vorderingen

Alle software van InterActie! is, zoals de naam al zegt, interactief. De software past zich aan aan het niveau van de leerling en biedt dat aan waar een kind kennelijk aan toe is. Wanneer bepaalde stof niet voldoende is begrepen, wordt het herhaald. Nauwkeurig worden de vorderingen van iedere leerling bijgehouden. De leerkracht wordt gewaarschuwd wanneer het dreigt mis te gaan met een leerling. Sommige programma's geven daarbij zelfs advies.

Mooi dus, maar het onderwijs doet er verrassend weinig mee. De programma's worden mondjesmaat gebruikt op de scholen en dan nog meestal alleen op de zogenaamde voorhoedescholen. Op veel scholen draaien programma's als de Eduroms van uitgeverij Bruna en de cd-roms voor de thuismarkt van uitgeverij Zwijsen van de leesmethode Maan Roos Vis. Dit is drill and practice-software: elektronische invuloefeningen.

liefhebberij

Een uitgever die gespecialiseerd is in deze wijd verspreide oefensoftware is AmbraSoft. Wim Swiers, zelf afkomstig uit het onderwijs, is het brein achter software als RekenSom, TafelTotaal en WoordenTotaal voor zowel alle klassen van de basisschool als de thuismarkt. Hij ontwikkelde uit pure liefhebberij voor zijn eigen leerlingen eenvoudige oefenprogrammaatjes en kreeg al snel de vraag van collega's of hij dat ook voor hen wilde doen. Het bedrijf is in een paar jaar tijd uitgegroeid tot een bedrijf met drie man personeel. Toen twee jaar geleden de programma's van InterActie! op de markt kwamen, dacht Swier dat het voor hem afgelopen was. Maar niets is minder waar en hij heeft daar wel een verklaring voor: ``Ik lever eenvoudige rechttoe rechtaan software die niet te vergelijken is met de uitgebreide pakketten van InterActie! Onze software is makkelijk te installeren en de leerstof in de programma's past altijd wel bij de methodes die op basisscholen worden gebruikt. Door mijn onderwijsachtergrond weet ik hoeveel leerkrachten met software omgaan. Er is een zekere huiver. De software moet uiteraard eenvoudig te bedienen zijn en moet de leerkracht zo min mogelijk extra werkdruk opleveren. Veel grote programma's vragen vaak wekelijks onderhoud en worden daarom na verloop van tijd steeds minder ingezet'', aldus Swier.

Een niet onbelangrijk argument voor gebruik van de simpele drills is waarschijnlijk ook dat ze goedkoop zijn. Een programma als RekenSom kost vijftig gulden per module . Alle drie de pakketten van taal, rekenen en tafels kosten bij elkaar f250 en daarmee kunnen de programma's op alle computers in de school geïnstalleerd worden en zijn er gratis updates via internet te verkrijgen.

Uitgever Jan van Wonderen van uitgeverij Zwijsen is eerlijk over het succes van zijn geavanceerde software: ``Op dit moment leggen we toe op deze programma's ondanks de subsidie van de overheid.'' En: ``Onze verwachtingen lagen hoger''. Van Wonderen: ``Veel scholen krabben zich nog wel een paar keer achter de oren om een programma van 250 gulden te kopen voor een paar groepen terwijl ze het gevoel hebben er didactisch mee het diepe in te springen. En dus valt men terug op elektronische oefenboeken. Een elektronische versie van wat er al was: geen vernieuwing dus.'' Wat betreft Van Wonderen mag de overheid ook nog wel eens kritisch gaan kijken naar de vergoeding voor software. ``Die dekt bij lange na de investeringen niet. Bij een methode met boeken verdien je de investeringen terug met de werkboekjes per leerling. Bij software zit het oefenboek op de computer. We zullen toe moeten naar het afrekenen per leerling of per gebruiksuur.''

Een van de eerste programma's van Zwijsen die onder de vlag van InterActie! uitkwam is Plato en de Rekenspiegel. Een rekenprogramma dat is ontwikkeld op basis van de nieuwste didactische inzichten en zich aanpast aan de rekenstrategie van ieder individueel kind. Er is tien jaar onderzoek aan voorafgegaan. Projectleider Martin de Jong van o.a. Plato en de rekenspiegel en Zoeklicht interactief spreekt van een dubbele innovatie waar de tijd nog niet rijp voor is: ``Op technisch gebied hebben we met een programma als 'Plato en de rekenspiegel' gekozen voor de nieuwste technische ontwikkeling. Maar dat is nu nog steeds geen realiteit op de meeste scholen. Daarnaast is het een didactische vernieuwing. Het gaat hierbij om onderwijs op maat waarbij een leerling zelfstandig kan werken. Eigenlijk neemt het een leerkracht werk uit handen, maar helaas zien ze dat niet zo.'' Om die barrières weg te nemen geeft Zwijsen met ingang van dit schooljaar gratis workshops voor docenten om `Plato en de rekenspiegel' onder de knie te krijgen en daarboven op mag het programma drie maanden gratis uitgeprobeerd worden. Bij Zwijsen zijn ze zich nu terdege bewust van de huiver en angst in het onderwijs. ``We gaan als uitgever meer didactische en onderwijskundige ondersteuning bieden bij het gebruik van onze software'', aldus Van Wonderen.

lange adem

De digitale school zal nog wel even op zich laten wachten. Maar dat hij er komt, daar zijn Van Wonderen en de Jong van overtuigd. ``Het heeft alleen een lange adem nodig. Programma's als Plato en de rekenspiegel zijn hun tijd ver vooruit. Die zijn nog wel houdbaar.''

Nu de software er is, vindt Willem Broere, moet er iets aan het probleem tussen de oren gebeuren. ``De angst en huiver van leerkrachten voor de computers en de software wegnemen. Nu de gelden voor de aanschaf van computerapparatuur en software vrijkomen, beraden scholen zich eerst op wat ze gaan aanschaffen. En vaak is de software het sluitstuk. Maar scholen zouden juist de hardware moeten aanschaffen met het oog op hoe ze de computers willen gebruiken. Onder de huidige minister Hermans van Onderwijs worden die beslissingen bij het veld neergelegd. Daarnaast wil ik er voor pleiten dat de overheid meer sturend optreedt met scholing. Gezien onze ervaringen van de afgelopen jaren moeten leerkrachten leren omgaan met de geavanceerde software. Want daar valt of staat het onderwijs met de computer mee.''