Stemmen

Vaak hoor ik stemmen. Niets om mee naar de dokter te gaan – enge stemmen middenin de nacht of zo – maar gewoon stemmen. Stemmen die bij dingen horen. Zo hoor ik nog vaak het zachte en verbaasde stemmetje van het meisje dat de telefoon opneemt bij de VPRO:

,,Met de VPRO?''

Dat vraagteken, dat hoort er bij.

De stem klinkt als: `Zeg je dat zó?'

Het is de telefoniste die zich afvraagt waarom je belt. Wat kom jij hier doen, vraagt ze.

Of: heb je niets beters te doen dan ons te storen. Of: ik ken jou niet, dus zal je wel niets voorstellen. Of: als wij iets van jou zouden willen, dan hadden we jou zelf wel gebeld.

,,Met de VPRO?''

Hoe komt u aan ons nummer?

We zijn hier met hele goeie en belangrijke dingen bezig allemaal, en we worden liever met rust gelaten en ik kan me nauwelijks voorstellen dat u hier iets te zoeken heeft.

,,Met de VPRO?''

We zijn het aller-aller-beste wat er op de wereld te krijgen is, wij weten het. Bent u soms in de war, of gek geworden of zoiets? Waarom, belt u?

,,Met de VPRO?''

Veel liever hoor ik Gerard Reve.

Gerard Reve die zegt: ,,Drink louter Kabouter.''

`Drink louter Kabouter' is een hele mooie slagzin waar menig moderne reclamelummel een voorbeeld aan zou moeten nemen.

`Drink' is een mooi woord, `louter' is een mooi woord, en `kabouter' is een superwoord. Drink louter kabouter.

Nou, en als Gerard dat dan ook nog zegt, dan krijg je: `Drink loutor kaboutor!'

Nou. Dat is nog eens heel andere koek dan: ,,Met de VPRO?''