Olie bedreigt campagne Al Gore

De Verenigde Staten spreken hun strategische oliereserves aan. Het zal niet meer baten voor de winter. De brandstofprijzen zullen er niet door omlaag gaan. Er is voor deze olie geen raffinagecapaciteit.

It's the winter, stupid! Deze variant op zijn verkiezingsleuze van acht jaar geleden moet dezer dagen welhaast door het hoofd van de Amerikaanse president spoken. Toen sloeg een recessie Bush de verkiezingswinst uit handen, nu dreigt olie spelbederver voor de Democraten te worden. Olie kan de trekker worden, zei Clinton zelf onlangs – de trekker die `zijn' hoogconjunctuur de recessie inschiet.

Al Gore, de Democratische presidentskandidaat, riep zijn president donderdag publiekelijk op de strategische oliereserve aan de spreken om zo de olie- en brandstoffenprijzen in de VS omlaag te brengen. Een dag later werd hij op zijn wenken bediend. Volgens Gore breekt door de hoge prijzen een ,,nationale crisis'' in de Verenigde Staten uit. Hij beseft dat een strenge winter hem een nederlaag kan toebrengen, zegt een waarnemer.

De prijs van huisbrandolie is in de VS intussen hemelhoog gestegen. De voorraden zijn een vijfde kleiner dan vorig jaar. De raffinaderijen draaien – wereldwijd – op topcapaciteit, met bezettingsgraden tot wel 95 procent. Een zachte winter wordt al een probleem, eigenlijk hoop je dat er helemaal geen winter komt, zo vatte een olie-analist uit Londen de toestand somber samen.

Met andere woorden: een strenge winter kan de schaarste aan huisbrandolie zo acuut maken dat de prijs stratosferische hoogtes bereikt, en dat kan op haar beurt de prijzen van ruwe olie verder opdrijven tot 40, 50 of zelfs 60 dollar per vat. Dat heb je een wereldrecessie, voorspellen sommige analisten dof. De presidentsverkiezingen zijn op 7 november. De winter kan in het noordoosten van de VS vroeger invallen. Ernstiger: de termijnmarkten in Londen en New York, die maatgevend voor de wereldolieprijzen zijn, kunnen door animal spirits gedreven makkelijk op zo'n akelig toekomstbeeld vooruitlopen.

De strategische oliereserve van de VS bedraagt momenteel 571,4 miljoen vaten olie (159 liter per vat), dat is het equivalent van 60 dagen Amerikaanse olie-invoer. De voorraad is in 1975, kort na de Arabische olieboycot van de VS (en Nederland) aangelegd door president Ford. Hij bestaat uit een hoeveelheid zwavelarme olie die in vier zoutcavernes (oplosholtes, overbljfselen van zoutwinning) in de staten Texas en Lousiana ligt opgeslagen.

De president van de Verenigde Staten kan in een noodsituatie de reserve aanspreken; de olie wordt aan de hoogste bieders op de markt verkocht. Dat is eenmaal in de geschiedenis gebeurd. Tijdens de Golfoorlog. Op 16 januari 1991 gaf president Bush daartoe de opdracht. Er werden 17,3 miljoen vaten olie aan 13 maatschappijen verkocht. Het duurde twee tot vier weken voordat de olie werd geleverd.

Ook zonder presidentiële opdracht kan de reserve worden aangesproken, zoals gisteren is gebeurd. De Amerikaanse minister van energie heeft namelijk de bevoegdheid maximaal 4,4 miljoen vaten per dag uit de reserve te halen en op de markt te brengen, mits hij die op een later tijdstip weer aanvult (dat laatste hoeft bij een presidentiële opdracht niet). Daaraan voorafgaand kan de minister al beginnen met een testverkoop van maximaal 5 miljoen vaten, precies het getal dat Al Gore deze week noemde. Het maximum van 4,4 miljoen vaten per dag geldt voor een periode van 90 dagen, daarna wordt het maximum lager totdat de voorraad op is.

Volgens cijfers van Salomon Smith Barney in Londen is er momenteel een ongebruikte oliepijpcapaciteit in de VS van 0,5 miljoen vaten per dag. Te weinig dus om meteen veel olie – al dan niet geraffineerd tot huisbrandolie –naar het noordoosten te vervoeren. Daar komt bij dat de strategische oliereserve in de VS helemaal uit ruwe olie bestaat en de raffinaderijen wereldwijd op topcapaciteit draaien. Voor de raffinage van de ruwe olie uit de Amerikaanse strategische reserve is dus doodeenvoudig geen capaciteit voor handen – raffinagecapaciteit die door allerlei maatregelen al aanzienlijk in de afgelopen jaren is verminderd.

Bovendien dreigt er in de VS, naast een tekort aan huisbrandolie, opnieuw een acuut tekort aan benzine te ontstaan zoals eerder dit jaar gebeurde. Een tekort dat volgens analist Gijs van Dam van Salomon Smith Barney op Schiphol dit keer helemaal aan de Amerikaanse hoogconjunctuur kan worden toegeschreven – zeg maar aan de aanhoudend sterke vraag. Zo goed als slappe knieën en subsidies de oliebehoefte niet kleiner in Europa maken.

Ten slotte is er de OPEC, volgens Van Dam zondebok in plaats van schuldige. De OPEC, die al een overschot aan zware olie produceert (waarvan de prijs door het tekort aan lichte olie – Brent, West-Texas Intermediate – mee op sleeptouw wordt genomen), kan om economische of politieke redenen besluiten geen productieverhogingen meer door te voeren, nu de VS menen zelf de prijzen te kunnen beïnvloeden. Al produceert de OPEC vrijwel alleen zware olie, om psychologisch redenen zou dat de termijnmarkten doodnerveus maken, menen analisten, en de olieprijzen wereldwijd pas echt opstuwen.

It's almost winter, stupid!