Moord in Zeelandia

De Decembermoorden uit 1982 vormen de climax van het destijds uiterst explosieve politieke klimaat in Suriname. Over de sergeantencoup van 1980, onder leiding van Desi Bouterse, bestond aanvankelijk gematigd enthousiasme onder de bevolking, die genoeg had van het corrupte bewind van de regering Arron.

Maar al snel sloeg het voordeel van de twijfel om in scepsis, toen het leger dictatoriale trekken begon te vertonen. Daarbij trokken de sergeanten, gesteund door een aantal linkse splinterpartijen, steeds meer naar de radicaal progressieve hoek, zonder overigens serieus een ideologie te ontwikkelen. De kritiek van de intelligentsia zwol aan, en ging samen met hevige arbeidsonrust.

In de nacht van 8 op 9 december liet Bouterse vakbonds- en persgebouwen in brand steken en werden zestien vooraanstaande opposanten van zijn bewind gearresteerd. Onder hen Surindre Rambocus, een militair die eerder een tegencoup had willen plegen, de deken van de Orde van Advocaten Kenneth Gonçalves en de journalist Frank Wijngaarde, die ook de Nederlandse nationaliteit bezat. Na mishandeling in Fort Zeelandia worden ze op één na standrechtelijk geëxecuteerd. Alleen vakbondsman Fred Derby ontsprong de dans, om nog onopgehelderde redenen.

De moorden sloegen in binnen- en buitenland in als een bom. Nederland bevroor de ontwikkelingshulp en Suriname kwam in een internationaal isolement terecht. Pas in 1986 keerde de democratie terug en volgden er vrije verkiezingen.

Ondanks de diepe wonden die de Decembermoorden in de Surinaamse samenleving hebben nagelaten, is de zaak nooit justitieel onderzocht. Bouterse nam in de spaarzame keren dat hij over de moorden sprak, uiteindelijk wel de verantwoordelijkheid voor de gebeurtenis. ,,Het was zij of wij", aldus de voormalige bevelhebber en tegenwoordige parlementariër. Officieel is de lezing nog steeds dat de arrestanten een coup zouden hebben beraamd en dat ze ,,op de vlucht zijn neergeschoten".

Nabestaanden konden hun doden pas in 1992 in Suriname zelf herdenken. Een aantal van hen startte in Nederland een proces om Bouterse hier vervolgd te krijgen. Binnenkort doet het hof daarover een definitieve uitspraak. Ondertussen gaan ook in Suriname, na het aantreden van de nieuwe regering Venetiaan, stemmen op om de moorden te vervolgen. Hoewel veel Surinamers het belang van een rechtsgang in eigen land onderkennen, zien veel van hen liever dat de zaak (ook) in Nederland wordt vervolgd. Bouterse zou in Suriname zelf nog te veel mogelijkheden hebben het rechtsapparaat te frustreren.