KLONEN

Medisch-ethicus Guido de Wert vindt reproductief klonen voorstelbaar (`De status van het embryo', W&O 2 sept.). Over de normen van ethici zegt hij dat die in ons land meestal tot stand komen door middel van de methodiek van het reflectieve equilibrium, waarbij de ethicus pendelt tussen ethische theorie, (medische) praktijk en zijn eigen intuïties, die voor een belangrijk deel emoties zijn. Over die emoties reflecteert hij, waarbij hij nagaat of zijn emoties stoelen op vooroordelen, op naïviteit of op irrationele angsten.

De Wert lijkt daarbij, gezien de rest van zijn betoog, vooral te doelen op irrationele angsten voor nieuwe medische technologieën. Nergens in zijn verhaal kom ik echter enige reflectie tegen over de irrationele angst van mensen (patiënten, medici) voor de dood en de vergankelijkheid van lichaam en geest, of de daaruit voortvloeiende irrationele drijfveren van wetenschappers om beheersing te verwerven over leven en dood.

Medisch-ethici die aan deze laatste aspecten weinig aandacht besteden, bereiken geen reflectief equilibrium, maar reduceren zichzelf tot dienstmaagd van de voorstanders van invoering van nieuwe medisch-technologische hoogstandjes. De dienst die deze ethici verrichten, is het voor een groot publiek verteerbaar maken van het feit dat mensen door de medische wetenschap op een steeds ingrijpender manier benaderd worden als manipuleerbare mechanieken.

Een ethiek die wetenschappelijk wil zijn en er behagen in schept haar gezag mede te ontlenenen aan de status die natuurwetenschappelijke en daarop qua vorm en logica lijkende uitspraken in onze maatschappij hebben, zal zich spiegelen aan de methodieken van de natuurwetenschappen. Kenmerk van die methodieken is dat de werkelijkheid benaderd wordt als een te kennen en te manipuleren object. Een ethiek met een dergelijke, objectiverende benadering kan nooit evenwichtige, neutrale uitspraken doen over zaken als het klonen van embryo's, omdat de benadering van de werkelijkheid (embryo's) als object daarbij nu juist ter discussie staat, en dus nog geen uitgangspunt is.

Uiteindelijk wortelt de ratio in het onderbewuste. In die zin zijn al onze percepties, drijfveren en angsten irrationeel.