Jessye Norman krijgt concurrentie van zichzelf

Voor sopraan Jessye Norman zijn alle voor de hand liggende termen onderhevig aan slijt. Fenomeen, diva, hogepriesteres van het concertpodium? Met haar koninklijke robe en tulband, haar krachtige maar niet meer zo trefzekere stem en haar overweldigende podiumaanwezigheid is Norman de vleesgeworden inhoud van al die begrippen en méér.

In uiterlijk opzicht is Norman, inmiddels de vijftig ruim gepasseerd, haar vaste plaats in de serie Grote Solisten van het Concertgebouw alleszins waard. Inhoudelijk bleek de grootheid van haar optreden gisteravond minder direct naspeurbaar. Op de schoonheid van Normans avondrode timbre valt niets af te dingen, maar haar bereik schiet voor de hoogste noten tekort, en haar intonatie laat in het midden- en onderregister iets te wensen over.

Het gekozen programma gaf niettemin blijk van veel smaak en, gezien de probleemzones in Normans vocale conditie, van een bewonderenswaardige ambitie. De zes liederen die Beethoven componeerde op zeer godsvruchtige gedichten van Gellert vereisen door de cadensmatige melodiek in Bitten, Die Ehre Gottes aus der Natur en Gottes Macht und Vorsehung een zeer zorgvuldige intonatie. Ook de in halve tonen stijgende zanglijn van Vom Tode legt een gebrek aan zuiverheid onbarmhartig bloot. Dat Norman haar recital juist met deze liederen begon, bleek daarom een weinig gelukkige keuze. Waarom als opwarmer niet gekozen voor een aantal negro-spirituals? In dat repertoire, dat hier traditiegetrouw werd bewaard tot de toegiften, is Norman onnavolgbaar en weet zij haar gehoor met gebalde vuisten te enthousiasmeren voor de godsvreugd die in deze liederen van Beethoven uitbleef.

Veel overtuigender bleek Normans visie op Wagners vijf Wesendonk-Lieder. In de muzikale tredmolen van Stehe Still! bereikte zij met een tollende gedrevenheid de toppen van haar vocale kunnen. Ook Schmerzen en Träume waren door de aardse diepte en grote dramatische zeggingskracht van Normans middenregister rijk aan mooie momenten.

In Poulencs liedcyclus La fraîcheur et le feu (1950) ondervond Norman concurrentie van zichzelf. Haar vorig jaar in het kader van Poulencs honderdste geboortedag heruitgebrachte opname van de cyclus uit 1969 bezit de glans en de flexibiliteit die hier werden gemist. Pianist Mark Markham verleende echter een aangename nadruk aan Poulencs capricieuze melodische invallen.

Pas bij de toegiften revancheerde Norman zich ten volle. Schumanns Widmung bezat een werkelijk ontroerende intimiteit en in de publiekelijk meegeklapte spiritual die de avond besloot, bekroonde de stampvolle zaal Norman met klokkende jubel- en joelkreten.

Concert: Jessye Norman (sopraan) en Mark Markham (piano). Werk van Beethoven, Wagner, Wolf, Poulenc. Gehoord: 22/9 Concertgebouw Amsterdam.