Hof laat journalist opsluiten

Het Amsterdamse gerechtshof heeft gisteren een journalist laten opsluiten, omdat hij weigert de naam te noemen van een anonieme bron die hij opvoert in een artikel over een Amsterdamse strafzaak.

De strafkamer van het hof, onder voorzitterschap van vice-president mevrouw A. Boumans, besloot dat de journalist Koen Voskuil (25) van het gratis dagblad Spits onmiddellijk moest worden gegijzeld. Het hof, advocaat-generaal N. Schaar en de aanwezige advocaten vonden dat Voskuil zich ten onrechte beriep op zijn verschoningsrecht. De journalist wil niet vertellen welke Amsterdamse politieman hem heeft verteld dat de politie een smoesje heeft verzonnen om een pand te kunnen binnenvallen in een onderzoek naar de wapenhandelaar Mink K.

Het incident deed zich voor op de eerste dag van het hoger beroep tegen de 39-jarige Mink K. In maart van dit jaar werd hij tot 3,5 jaar cel veroordeeld, omdat hij mede-eigenaar zou zijn van een enorme partij wapens die vorig jaar in Amsterdam in een appartement werd gevonden. De politie heeft tot nu toe steeds verklaard dat deze wapens, net zoals een andere partij wapens kort daarvoor, per toeval waren gevonden. De politie zou zijn ingeschakeld na meldingen over wateroverlast.

In Spits verscheen 12 september een artikel waarin een anonieme politieman zegt dat de zogenaamde wateroverlast een verzonnen aanleiding was om een doorbraak in het onderzoek te forceren. Als dat juist is, zou dat waarschijnlijk fatale consequenties hebben voor de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de verdere vervolging van Mink K. omdat de politie dan zou hebben gelogen.

De advocaat van Voskuil, R. le Poole, zei dat de journalist niet kan worden gedwongen zijn bron te noemen omdat dan de vrijheid van nieuwsgaring en meningsuiting in het geding komt. Bronnen zouden immers niet meer durven anoniem informatie te geven als ze weten dat een rechter een journalist kan dwingen de identiteit van informanten te onthullen.

De Amsterdamse hoofdadvocaat-generaal en hoogleraar mensenrechten, E. Myjer, vond dat de journalist in dit geval moest ,,inbinden''. Het openbaar ministerie vindt dat het belang dat kan worden vastgesteld of een opsporingsambtenaar eventueel heeft gelogen, zwaarder weegt. ,,Het gaat hier om de integriteit van de politie. Het belang van de nationale veiligheid gaat boven het verschoningsrecht'', aldus Myjer.

Het hof is het daar mee eens. Voskuil moet op 9 oktober opnieuw voor het hof verschijnen. Weigert hij dan nog zijn bron te noemen dan wordt hij weer opgesloten.

Het hof bepaalde gisteren ook dat het hoger beroep tegen Mink K. niet zoals zijn advocaten willen achter gesloten deuren wordt gehouden. Bij de rechtbank werden de deuren wel gesloten maar lekte de behandeling uit omdat de rechtbank vergat de geluidsverbinding met de perskamer te verbreken. De advocaten van Mink K. zijn bang dat hun cliënt geliquideerd wordt omdat bekend is geworden dat Mink een belangrijke informant van het opsporingsapparaat is geweest.

Mink K. woonde gisteren de behandeling van zijn zaak bij. Om zijn identiteit toch af te schermen droeg hij een inderhaast door zijn advocaten aangeschafte integraalhelm. Mink werd zwaar bewaakt. Hij is eerder deze maand in de speciaal beveiligde gevangenis van Vught ondergebracht omdat volgens de Amsterdamse politie Russen en Joegoslaven zouden worden ingevlogen om hem te bevrijden.