Gedoogbeleid 1

`Stop met het gedoogbeleid', betogen zeven voormannen van sterk uiteenlopende politieke jongerenorganisaties in NRC Handelsblad op 18 september. Dit beleid zou tot uitholling van de politieke geloofwaardigheid leiden. Maar deze stelling komt wel uit een zeer verdachte hoek. Hoe geloofwaardig is immers een politieke jongerenorganisatie nog als deze één front vormt met al zijn politieke opponenten?

Het eerste gevoel dat je bekruipt bij lezing is er een van aangename verrassing. De `poldercultuur' waarin het gedogen de oplossing lijkt te zijn voor elk maatschappelijk vraagstuk, de haarlemmerolie voor de Nederlandse politiek, wordt stevig gekritiseerd. Het gedoogbeleid wordt terecht gezien als een gevaar voor de afnemende betrokkenheid van de bevolking bij de politieke besluitvorming en een beschadiging van ons democratisch rechtssysteem.

Maar doorlezend bekruipt je plotseling een nieuw gevoel: dat zeldzame gevoel van oprechte walging. Ziedaar: een aanstormende generatie politici, eendrachtig samenwerkend aan een nieuw politiek elan. Een potpourri van politieke stromingen verenigd achter één groot maatschappelijk thema: het overgedogen. Tranen springen je in de ogen bij zoveel saamhorigheid. Ik mocht willen dat ook de jongerenorganisatie van de CentrumDemocraten (voorzover deze bestaat) had meegeschreven aan dit betoog. Dan was Nederland ook gedurende de komende generatie geheel en blijvend `af' geweest. Het thema moest dringend aangesneden worden, maar het doel heiligt niet alle middelen. Temeer daar het middel in dit geval erger is dan de kwaal. Beter gezegd: het gebruik van dit middel is een symptoom van de kwaal zelf. De oude generatie gedoogt; de jonge generatie schrijft samen een pamflet.

En daarmee bereiken zij het tegenovergestelde van waar zij voor pleiten: de geloofwaardigheid van de Nederlandse politiek wordt uitgehold door stukken als deze. Wat krijg je als je alle kleuren van de regenboog mengt? Precies: wit, licht zonder kleur.