Euro werd Amerikaans belang

Dat Europa en Japan de euro te hulp schieten is begrijpelijk. Maar wat is het Amerikaanse belang? Het stabiliseren, niet het opdrijven van de euro moet het motief zijn geweest.

Twee grondregels voor een militaire operatie: verras de tegenstander en kom met een overmacht.

De steunoperatie die de belangrijkste centrale banken ter wereld gisteren uitvoerden ten behoeve van de euro was er een uit het boekje. De overmacht was er: niet zozeer de naar schatting 5 miljard euro aan steunaankopen die gisteren in twee golven op de valutamarkt inbeukte maakte gisteren indruk, maar het feit dat elke centrale bank er aan mee deed.

De Europese Centrale bank natuurlijk, maar ook de Bank van Japan, de Bank of England, de Canadese centrale bank en als cavalerie de Federal Reserve Bank van New York die voor de Amerikaanse centrale banken de marktoperatie uitvoert.

De verrassing was er ook. Lunchtijd, wanneer de dealingrooms minder goed bemand zijn en de omzetten op de markt laag zijn, is de perfecte tijd om zoveel mogelijk effect te sorteren. Bovendien komen vandaag in Praag de zeven grootste industrielanden bijeen, met de euro hoog op de agenda. Interventies op de valutamarkt vóór dat overleg hadden niet veel handelaren verwacht.

Maar de grootste surprise kwam van de deelname van de Amerikanen. Het gros van de analisten was van mening dat zeven weken voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen een ingreep politiek gezien hoogst onwaarschijnlijk was. En Amerikaanse deelname werd onontbeerlijk geacht voor een succesvolle steunoperatie voor de euro.

Dat de ECB de verzwakking van de euro, die woensdag nog een bodem bereikte van 0,8530 dollar, wilde tegengaan is evident. Dat Japan, dat een moeizaam economisch herstel doormaakt, geen baat heeft bij een ijzersterke yen tegenover de euro, ook. Maar waar is het Amerikaanse belang? De sterke dollar heeft er toe bijgedragen dat de inflatie redelijk in toom is gehouden bij de hoge economische groei van de laatste jaren, die juist dit jaar piekt op ruim 5 procent. Bovendien is de sterke, aantrekkelijke dollar, nodig om het buitenland te blijven verleiden om het gapende tekort van 4,2 procent op de betalingsbalans te financieren. En dan is er ook nog het politieke risico dat vice-president Gore loopt in de verkiezingsrace. De sterke dollar wordt geassocieerd met de voorspoed in de Nieuwe Amerikaanse economie, en het moedwillig verzwakken van de munt door de regering-Clinton in de VS heeft de regering het laatste woord over valuta-interventies – kan Gore kwetsbaar maken tegenover zijn rivaal Bush.

De Amerikaanse minister van Financiën, Summers, zal zich morgen na afloop van de G7-vergadering in bochten moeten wringen om de stap te verkopen. Gisteren, voor zijn vertrek naar Praag, zei hij dat de interventies zijn gepleegd uit een ,,gedeelde zorg over de mogelijke implicaties van de recente bewegingen van de euro voor de wereldeconomie'. Maar hij herhaalde ook dat ,,een sterke dollar in het belang is van de Verenigde Staten''.

De enige verklaring die deze twee uitspraken met elkaar kan verenigen is dat de stap van gisteren niet is gedaan om de euro op te drijven tegenover de dollar, maar om de eurokoers te stabiliseren. Deze week maakten zowel Gilette als McDonald's bekend dat hun winst lijdt onder de lage eurokoers, waarin hun Europese resultaat wordt terugvertaald in dollars. Maar alarmerender is dat de hevige fluctuaties en de telkens verder afkalvende koers van de euro een risico kunnen vormen voor de gezondheid van de internationale financiële markten. Het indekken van valutarisico's is door de wilde bewegingen onevenredig duur geworden. En de eurokoers moet in de ogen van de centrale banken steeds speculatiever tekenen begonnen te zijn vertonen, waardoor een vrije val van de munt aannemelijker werd.

Centrale bankiers die al langer meegaan, weten nog heel goed dat het Deense ` nee' tegen de Economische en Monetaire Unie in 1992 het startschot bleek voor de grootscheepse valutacrisis van dat jaar. Komende donderdag stemmen de Denen wederom over deelname aan de euro, en een negatieve uitkomst kan de eurokoers zwaar beschadigen en dollar nog verder opdrijven.

Bij de centrale banken heerst het adagium dat het niveau van een wisselkoers hen niet zo veel uitmaakt, maar dat instabiliteit van een wisselkoers reden is voor verhoogd alarm. De stap van gisteren zal voorlopig moeten worden uitgelegd als een streven naar stabiliteit. Een vrije val van de euro mag dan schadelijk zijn, het alternatief, een te plotselinge en hevige verzwakking van de dollar is een nachtmerrie.