Enschede negeerde alarmering

Uit de archieven van de gemeente Enschede blijkt niet dat het gemeentebestuur heeft gereageerd op drie waarschuwingen, vanaf 1993, over de veiligheidssituatie bij het vuurwerkbedrijf S.E. Fireworks.

Die waarschuwingen aan de gemeente Enschede kwamen van het Bureau Adviseur Milieuvergunningen van de landmacht.

Dat staat in een rapport van het Crisis Onderzoeksteam (COT) van de universiteit Leiden, dat in de gemeentelijke archieven onderzoek heeft gedaan naar vergunningen en inspecties die betrekking hadden op het vuurwerkbedrijf. Het rapport is gisteren aangeboden aan het gemeentebestuur van Enschede.

Het COT stelt verder vast dat er in de archieven maar weinig te vinden is over controles die zijn uitgevoerd op naleving van voorschriften door S.E. Fireworks. Van sommige bezoeken zijn geen verslagen gemaakt. Uit de archieven blijkt ook dat de brandweer niet aan controles of inspecties heeft deelgenomen.

Volgens de onderzoekers is de capaciteit van de vuurwerkopslag bij S.E. Fireworks vanaf midden jaren zeventig ,,schoksgewijs fors'' toegenomen, van 10.000 kilo in 1976 tot 158.500 kilo in 1999. In 1993 constateerde het bureau Adviseur Milieuvergunningen dat het accent bij S.E. Fireworks was verschoven van klein vuurwerk naar professioneel vuurwerk, en dat daardoor de bestaande vergunning niet meer aansloot bij de werkelijkheid. ,,Het duurt'', aldus het COT, ,,dan nog tot september 1996 alvorens de gemeente de draad weer oppakt en start met de procedure voor een revisievergunning.'' De gemeente stelde wel voorwaarden aan S.E. Fireworks, schrijven de onderzoekers, maar richtte zich tegelijkertijd op ,,het continueren van een werkbare situatie bij het bedrijf.''

Het Bureau Adviseur Milieuvergunningen van de landmacht had niet alleen contact met de gemeente, maar ook direct met het vuurwerkbedrijf zelf. Dat vond de gemeente maar niks. In 1999, aldus het COT-rapport, vroeg de gemeente aan het bureau van wie het nu eigenlijk adviseur was, van ,,het bevoegd gezag'' of van de onderneming?

Het COT, dat al op de dag van de ramp – 13 mei – in Enschede was, maakte een chronologische reconstructie van gebeurtenissen en activiteiten rond de vergunningverlening en -handhaving, op basis van archiefstukken van 1975 tot mei 2000. Er werden geen gesprekken gevoerd met medewerkers van de gemeente. Dat werd ,,niet opportuun'' geacht gezien andere onderzoeken die worden gedaan naar de explosie van het vuurwerkbedrijf, afgelopen voorjaar.

Uit het archiefonderzoek is niet gebleken wat er in 1991 is gebeurd met een fax over de veiligheidssituatie bij S.E. Fireworks, na een vuurwerkexplosie in Culemborg. Ook is onduidelijk of en hoe de omwonenden werden geïnformeerd over de vergunningen.