Eerste Wereldoorlog

Als een atleet zich op de Spelen bijzonder sterk toont en met veel trots de nationale vlag door het stadion loodst, zal de legerleiding uit dat land zich dat ongetwijfeld herinneren als een gewapend conflict uitbreekt. Veel olympiërs hadden of hebben sowieso een baan bij het leger of de politie, dus zij komen eerder in aanraking met geweld dan een `normaal' iemand. Daarom was de Franse atleet Jean Bouin, die in 1912 de spannende finale nét verloor op de 5.000 meter, niet in staat om op de volgende Spelen in Antwerpen zijn medaille te verdedigen: op 29 september 1914 was hij één van de eerste slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog. Maar ook de winnaar van het brons op die afstand was er acht jaar later niet meer bij: George Hutson uit Groot-Brittannië vond eveneens de dood.

Nog een bekende naam die zou sneuvelen, was de Duitse kampioen Hans Braun, die met een tijd van 48.3 seconden de tweede plaats veroverde bij de 400 meter atletiek. Maar de Fransman Joseph Gillemot overleefde op een merkwaardige manier een aanval met gifgas: hij droeg zijn hart rechts.

Dat zijn de bekende atleten uit die tijd, die de Eerste Wereldoorlog niet overleefden. Natuurlijk zijn er veel meer gedood, maar zij behaalden op de Spelen van 1912 geen resultaten waarover we nu nog praten. Sommige anderen daarentegen zouden enkele decennia later nog naam maken in de Tweede Wereldoorlog. De Amerikaan George Smith Patton, die in 1912 als vijfde eindigde bij de moderne vijfkamp, werd later een beroemde tankgeneraal.