Duitse regering compenseert dure brandstof

De Duitse regering is bereid om compensatie te bieden aan de mensen die het hardst getroffen worden door de hoge prijzen voor benzine en de verwarming van hun huis.

Duitsland is daarmee het zoveelste Europese land waar de regering zwicht voor de druk van bepaalde, door de hoge brandstofprijzen getroffen groepen om met fiscale verlichting over de brug te komen. Precies waarop het oliekartel Opec eerder deze maand aandrong.

Minister van Financiën Fritz Eichel heeft gisteren laten weten dat de maatregelen niet lang op zich moeten laten wachten.

Deze winter zullen arme mensen in Duitsland op hun verwarmingsrekening een eenmalige subsidie krijgen van vijf mark per vierkante meter woonruimte. Ook forenzen krijgen een lastenverlichting. Vanaf 1 januari kan iedereen die op en neer reist naar zijn werk 80 pfennig per dagelijks afgelegde kilometer aftrekken van zijn inkomstenbelasting. Mensen die in hun eigen auto rijden kunnen nu al 70 pfennig per kilometer aftrekken.

De maatregelen kosten de Duitse regering volgend jaar 2,9 miljard D-mark. In een schriftelijke toelichting zegt Eichel dat niet te voorzien is wanneer de trend naar steeds hogere olieprijzen zich zal keren. ,,Maar met de maatregelen die de regering nu voorstelt zullen mensen worden geholpen zonder dat er voor de oliemaatschappijen ruimte komt om hun prijzen te verhogen.'' Voor transportondernemers, boeren en taxichauffeurs brengen de voorstellen van de Duitse regering geen verlichting. De transportondernemers willen dezelfde belastingverlagingen als hun collega's in Frankrijk en Nederland hebben gekregen. Als ze hun zin niet krijgen, organiseren ze komende dinsdag in Berlijn een landelijke protestdag.

Minister van Transport Reinhardt Klimmt is tegen eenzijdige concessies van de regering omdat ze volgens hem de oliemaatschappijen stimuleren om hun prijzen te verhogen. Klimmt zei eerder deze week al dat de lidstaten van de Europse Unie moeten blijven samenwerken om doeltreffende concurrentie op de oliemarkt te bewerkstelligen.

De druk op de Duitse regering om toch iets te doen voor de transportondernemers wordt intussen steeds groter. Uit een onderzoek dat in opdracht van de televisiezender N-TV werd uitgevoerd blijkt dat de regering door de hoge benzineprijzen de steun van de publieke opinie snel aan het verliezen is.

De oliemaatschappijen, waaronder Aral, BP Amoco en Shell, verhoogden hun dieselprijzen afgelopen woensdag met gemiddeld 3 pfennig per liter. Als reden voor deze negenenveertigste achtereenvolgende verhoging van dit jaar worden door de oliemaatschapopijen de hoge prijs van de ruwe olie en de zwakke euro genoemd.

Bondskanselier Schröder heeft eerder deze week fel uitgehaald naar de olieconcerns. Hij verdenkt ze van prijsafspraken. Schröder eiste onderzoek hiernaar door zowel de Duitse als de Europese mededingingsautoriteiten.