De lancering van Jan Pronk

Het beeld dat de VN Jan Pronk hebben gevraagd voor een toppositie is nogal geflatteerd. Nederland heeft zelf Pronk als kandidaat aangeboden voor de hoogste baan bij UNHCR.

In zijn karakteristieke tred, borst vooruit, kwam Jozias van Aartsen vorige week donderdagmiddag rond kwart over vijf voldaan een kamer uit bij de zaal van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Naar nu blijkt had de minister van Buitenlandse Zaken vanuit New York zojuist met premier Wim Kok en minister Jan Pronk (VROM) getelefoneerd. Met goed nieuws. Zijn gesprek met secretaris-generaal Kofi Annan had nog iets meer duidelijkheid gegeven in een gevoelige kwestie. De kandidatenlijst van de VN-chef voor de baan van Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen van de VN was geslonken tot twee namen: Jan Pronk en Knut Vollebaek, de Noorse oud-minister van Buitenlandse Zaken. De Franse VN-bestuurder in Kosovo Bernard Kouchner was inmiddels afgevallen, luidde de conclusie. Pronk reageerde opgetogen, aldus de diplomatieke overlevering.

Ingewijden rondom het kabinet menen dat Kok en Van Aartsen na hun beider ontmoetingen met Annan op 6 september en 14 september ,,de indruk hebben dat er nog maar twee kandidaten zijn, Pronk en Vollebaek''. De beide bewindslieden sluiten niet uit dat het werkelijke lijstje namen langer is, maar ze denken dat Annan ,,nog maar met twee van de zeven namen in de weer is''. Het bestaan van een `korte lijst' staat voor de Nederlandse regering vast.

Of het kabinet zich rijk rekent, zal snel blijken. Want Annan zal de nieuwe UNHCR-chef naar verwachting al in oktober aanstellen, na de lidstaten te hebben geraadpleegd. Maar wie nu op het VN-hoofdkwartier in New York te rade gaat bij VN-diplomaten, hoort alleen over een `lange lijst' met zeven namen. Behalve Pronk en Vollebaek staan daarop Kouchner, de Italiaanse senator en voorzitter van de commmissie van Buitenlandse Zaken Gian Giacomo Migone, de Italiaanse oud-Eurocommissaris en Europarlementariër Emma Bonino, de `derde man' bij UNHCR, de Deen Sören Jessen-Petersen, en de Braziliaanse VN-gezant Sergio Vieira de Mello.

VN-diplomaten zeggen dat er ,,nog geen favoriet is''. Eén van hen: ,,Het is bizar om te denken dat het nu tussen A of B gaat. Er is nog niemand weggestreept van de lijst.'' Begin oktober overlegt VN-chef Annan in Brussel en Genève over de benoeming, met onder anderen voorzitter Prodi van de Europese Commissie. De Commissie is na de Verenigde Staten, Japan en Zweden de vierde donor van UNHCR, met 38 miljoen dollar, terwijl Nederland zesde is, met 28 miljoen dollar.

Dit alles laat volgens een hoge VN-diplomaat onverlet dat Vollebaek, Kouchner, De Mello en Pronk als belangrijkste kanshebbers moeten worden gezien, wat betreft politieke statuur, humanitaire ervaring en bestuurlijke ervaring bij de VN drie criteria die een belangrijke rol spelen, naast hun ,,persoonlijke stijl''.

Zo heeft de Noorse oud-minister Vollebaek internationaal indruk gemaakt als tijdelijk voorzitter van de Europese veiligheidsorganisatie OVSE tijdens de crisis in Tsjetsjenië met diplomatieke druk op de Russische regering. Maar zijn handicap is, zeggen diplomaten, dat Noorwegen met Gro Harlem Brundtland als directeur-generaal van de wereldgezondheidsorganisatie WHO en met twee gezanten in Colombia en het Midden-Oosten al goed bedeeld is met belangrijke VN-posten.

,,Kouchner heeft de grootste politieke invloed en de beste papieren als ex-minister [van volksgezondheid en humanitaire zaken], als oprichter van Artsen zonder Grenzen en VN-bestuurder in Kosovo. Zijn probleem is zijn stijl van ongeleid projectiel'', zegt een VN-topman. Volgens hem heeft de Braziliaan De Mello ,,het meest indrukwekkende curriculum vitae'' wat betreft ervaring. Hij is de afgelopen jaren bij de VN plaatsvervangend chef van UNHCR, ondersecretaris-generaal voor noodhulp en gezant in Bosnië en Kosovo geweest. Hij is nu de VN-bestuurder in Oost-Timor tijdens de overgang naar onafhankelijkheid. ,,Zijn nadeel is zijn mindere politieke ervaring en dat Brazilië geen donorland is'', zegt een VN-diplomaat.

Aan Pronks staat van dienst twijfelt niemand in de hoogste regionen van de VN: adjunct-secretaris-generaal van de UNCTAD (1980-1985), de VN-organisatie voor Handel en Ontwikkeling, assistent-generaal (1985-1986) van de VN zelf, van 1973 tot 1977 en van 1989 tot 1998 minister van Ontwikkelingssamenwerking. En vaak in beeld voor hoge VN-posten. Zo wees Pronk in 1993 een aanbod van de toenmalige VN-chef Boutros-Ghali om leiding te geven aan het noodhulpprogramma van de VN af. In 1998, kort voor zijn benoeming op VROM, toonde hij interesse voor de baan van directeur-generaal van het UNDP, het ontwikkelingsprogramma van de VN. Maar hij koos toch voor de nationale politiek. Vorig jaar werd hij genoemd voor twee andere internationale functies: de post van Hoge Vertegenwoordiger voor Bosnië, die naar de Oostenrijker Petritsch ging en die van speciaal VN-gezant in Kosovo, die de Fransman Kouchner kreeg. ,,Pronk is een eersteklas staatsman, met een grote staat van dienst. Secretaris-generaal Kofi Annan kent hem persoonlijk en respecteert hem. Maar Pronk heeft geen ervaring in het humanitaire- en vluchtelingenwerk'', zegt een VN-functionaris.

De Nederlandse regering heeft een veel minder bescheiden aandeel in Pronks kandidatuur gehad dan premier Kok, minister Van Aartsen en minister Pronk vorige week duidelijk maakten. Het initiatief lag zeker niet bij de VN, zoals van Nederlandse zijde gesuggereerd werd. VN-diplomaten onderstrepen dat Annan lidstaten gevraagd heeft kandidaten te noemen, maar niet gevraagd heeft naar specifieke kandidaten, zoals Pronk. Dat hoefde ook niet. Nederland lanceerde Pronk zelf.

Volgens ingewijden had Van Aartsen vorig jaar mei in een gesprek met Annan, tijdens diens bezoek aan Nederland, erop gewezen dat Nederland een van de grote donoren van de VN is, maar geen hoge posten binnen de VN bekleedt. Van Aartsen kondigde bij die gelegenheid al aan dat Nederland met een kandidaat voor de UNHCR-post zou komen, die per 1 januari 2001 beschikbaar is. De minister noemde toen al tegenover Annan de naam van Pronk.

Premier Kok en Pronk zelf wisten vorig jaar al dat dit jaar het moment zou komen voor een formele kandidatuur. Pronk zelf stemde in overleg met Kok en Van Aartsen in met zijn kandidatuur. De Nederlandse regering achtte vorige maand de tijd rijp voor een officiële indiening bij de VN in New York, via de eigen VN-missie. De naam van Pronk werd onder anderen neergelegd bij Annans kabinetchef Iqbal Riza.

Kok wilde de kandidatuur van Pronk zo lang mogelijk geheim houden. Diplomatieke bronnen hebben begrip voor Koks ,,grote benauwdheid dat het allemaal mislukt''. Het zou schade betekenen voor Nederland dat in het recente verleden al vaker topposities is misgelopen. En voor Pronk, die de laatste jaren vaker is genoemd voor hoge VN-posten, zonder dat het tot een benoeming is gekomen. Betrokkenen wijzen erop dat de omzichtigheid bij Kok ten aanzien van Pronks kandidatuur groter is dan bij Van Aartsen die meer ,,als een Amerikaan'' opereert: een kandidaat moet zonder aarzeling worden aangeboden.

Kok wilde op 6 september in zijn gesprek met Annan in New York, tijdens de Millennium Top, zelf de kansen van Pronk wegen. Toen werd hem duidelijk dat Pronk een serieuze kanshebber is, maar Kok bleef onzeker ,,welke kant Annan opgaat'', zegt een diplomatieke ingewijde. Ook in de top van Buitenlandse Zaken heerst volgens een betrokkene nog steeds ,,onzekerheid'' over de kansen van Pronk.

Koks behoedzame strategie werd vorige week vrijdag doorkruist door de onthulling van Pronks kandidatuur in het Algemeen Dagblad. Diezelfde ochtend deelde de premier de kandidatuur mee in de ministerraad, zestien maanden nadat Van Aartsen voor het eerst Pronks naam tegenover Annan had genoemd.

De rol van Annan is beslissend. Dit komt doordat de 25 belangrijkste donorlanden van UNHCR, die bijeenkomen in de Humanitarian Liaison Working Group in Genève, niet zijn verenigd over een kandidaat, aldus diplomaten. De voorkeur van deze groep voor een kandidaat is in het verleden altijd als ,,een groen licht voor een benoeming'' door de VN-chef beschouwd, zoals in 1985 bij de aanstelling van de Zwitser Jean-Pierre Hocke. Dit keer staat de benoeming van de UNHCR-chef niet eens op de agenda van de groep van donorlanden omdat er zoveel kandidaten zijn. Een VN-diplomaat: ,,Als de donorlanden het eens zijn over een kandidaat, wordt hij het ook. Maar dat is nu niet aan de orde.''

Zo laveert de Nederlandse regering nog een paar weken tussen optimisme en onzekerheid. Er staat veel op het spel. Een mislukking straalt op velen af: op Kok, Van Aartsen en Pronk zelf. Want over Pronks internationale ambities bestaat onder Nederlandse diplomaten weinig geheimzinnigheid. Een diplomaat: ,,Als dit mislukt, dan kan hij horizontaal met twee voeten naar voren het departement worden uitgedragen. Dan is het punt uit. Einde carrière.''

Kok wil volgens een woordvoerder ,,niets toevoegen'' na vorige week. Van Aartsen wil volgens zijn woordvoerder geen commentaar geven ,,wegens de gevoeligheid van de zaak''.