Achter de index aan

Beleggingsportefeuilles die worden gemodelleerd naar een index lopen minder risico en renderen goed, blijkt uit studies. Pensioenfondsen `indexeren' steeds vaker. En particulieren? Ondanks afwijkende doelstellingen komt `closet indexing' erg veel voor.

Pensioenfondsen halen betere beleggingsresultaten, lopen minder risico's en maken minder kosten als ze een groter deel van hun aandelenportefeuilles zouden indexeren (samenstellen naar het model van een bepaalde index). Dat is in het kort wat de mensen van Theodoor Gilissen Bankiers in Amsterdam een publiek van institutionele beleggers voorhielden, tijdens een seminar dat onlangs aan dit thema was gewijd.

De statistiek wees uit, zei een gastspreker, dat hoe meer vrijheid een doorsnee begaafde belegger bij een pensioenfonds krijgt om zijn eigen instincten te volgen, hoe groter de kans dat het rendement lager uitkwam dan een indexportefeuille; zeker als ook met de gelopen risico's rekening werd gehouden. Bovendien gaat actief beleggen met vaak wisselen in de portefeuille gepaard, dus met hogere transactiekosten. De boodschap was dus eenvoudig: beleg nu maar hoofdzakelijk conform een index. Wij, van Theodoor Gilissen helpen u er wel bij (want een index goed volgen is een kunst op zich).

Het betoog was op zichzelf overtuigend genoeg, maar waarom zouden alleen grote, professionele beleggers overgehaald moeten worden om te indexeren? Hoeven particuliere cliënten niet te weten dat ze met `passief' beleggen waarschijnlijk een beter rendement halen en minder kosten maken?

Ernst Gülcher is senior-accountmanager institutioneel vermogensbeheer bij Gilissen, een bank die in totaal 13 à 14 miljard gulden onder zijn hoede heeft. (Particulieren nemen daarvan ongeveer 80 procent voor hun rekening.) Hij noemt verschillen in beleggingsdoelstelling en de kijk op risico's als belangrijkste reden waarom het advies om te indexeren voor instituten wel en voor particulieren veelal niet het beste is. ,,Een pensioenfonds werkt met geld van andere mensen; te zijner tijd moet er voldoende geld zijn om uitkeringen te kunnen doen. Elk kwartaal moet verantwoording worden afgelegd. Voor de beheerders is het dus veilig om niet al te ver af te wijken van de index waaraan hun prestatie wordt afgemeten.''

Gülcher: ,,Veel particuliere beleggers werken met geld dat puur een reserve is zonder dat er een verplichting tegenover staat. Bovendien bekijkt men zijn resultaat meestal niet in relatieve termen – ten opzichte van een index – maar absoluut. Particulieren vinden het soms erg belangrijk dat hun vermogen niet terugloopt in jaren dat beurzen per saldo dalen. In zulke gevallen moet je dus niet klakkeloos een index volgen.'' Maar naast afwijkende doelstellingen speelt volgens Gülcher ook een rol dat veel particuliere cliënten duidelijke visies en voorkeuren hebben. ,,Men kan beleggen in datgene waarin men, voor de lange termijn, vertrouwen heeft.''

Dit alles neemt niet weg dat ook particuliere beleggers met reden voor indexbeleggen zouden kunnen kiezen. Bijvoorbeeld als ze géén duidelijke visie op specifieke bedrijven of sectoren hebben (of omdat de visies die ze hadden niet uitkwamen), dus hun kansen maar zoveel mogelijk spreiden. Verder zal het voor menigeen een geruststellende gedachte zijn dat een pure indexportefeuille betrekkelijk doorzichtig is: de waarde is dagelijks makkelijk te volgen, en het resultaat kan niet plotseling verstoord worden door het falend inzicht van een of andere beheerder.

Voor de kleinere belegger is er op dit moment eigenlijk maar één manier om een toonaangevende Nederlandse index te volgen, namelijk door te beleggen in het AEX-index Fonds van ABN Amro, een fonds dat ook wat betreft beheerskosten relatief aantrekkelijk is. Gülcher: ,,voor zeer grote particuliere beleggers en instituten kunnen we smalle indexen, zoals de AEX en Stocks 50 kopiëren. Brede indices, zoals de

Europe kun je niet indiceren. Dan stel je een portefeuille samen die een afspiegeling van de eigenlijke index is. Dat maakt het beheer eenvoudiger en goedkoper. Je belegt dan niet in alle namen, maar bijvoorbeeld alleen in de grootste. Dat heet stratified sampling. Of je neemt een selectie volgens het principe van optimised sampling.'' Met behulp van geavancheerde computermodellen wordt een deel van de index geselecteerd, maar zo dat de performance toch bijna gelijk is.

Overigens hebben banken er weinig belang bij hebben om pure indexfondsen actief te marketen bij een groot publiek. Immers, als elke bank een eigen AEX-fonds zou aanbieden zouden die producten uitsluitend op prijs kunnen concurreren op de hoogte van de beheersvergoeding.

Toch is het ook weer niet zo dat particulieren dus weinig aan indexbeleggen doen. De meeste banken en vermogensbeheerders bieden beleggingsfondsen aan die de ambitie hebben om de index van de regio (of sector) waarin ze beleggen met een paar procent per jaar te verslaan. Gülcher: ,,Zulke fondsen kunnen dus nooit al te veel afwijken van de index die als maatstaf (benchmark) geldt. Wij noemen dat closet indexing.'' Versluierd en bijna zonder het te beseffen wordt er door particulieren dus wel degelijk geïndexeerd.

Gielessen is geen voorstander van zo'n vage mix van actief en passief vermogensbeheer. Gülcher: ,,Bij ons kan institutionele klanten zelf bepalen in welke verhouding men actief beheer wil combineren met een geindexceerde portefeuille. De particuliere belegger die serieus overweegt om te gaan indexeren, zou zich misschien eerst moeten afvragen wat zijn hoofdmotieven zijn. Als spreiding het argument is moet hij zich realiseren dat indexbeleggen maar één vorm van spreiden is. In een Nederlands AEX-mandje zit veel olie, banken, en verzekeraars, maar geen softwaremakers of auto-fabrikanten. Een Zwitser die zijn nationale index volgt krijgt voornamelijk banken en farmaceutische industrieën.

Maar een belegger zou ook kunnen spredien door een portefeuille samen te stellen waarin de vijf meest kansrijke bedrijfstakken ter wereld voorkomen. Of hij kan spreiden door een portefeuille deels te beleggen in aandelen die een hoog koersrendement beloven, en voor een deel in fondsen die een hoog dividend geven. Gülcher: ,,Alles hangt af van de behoefte van de belegger. Het laatste voorbeeld is voor beleggers die van een bepaalde inkomstenstroom afhankelijk zijn – verenigingen of stichtingen, maar ook particulieren die van hun kapitaal leven – een veel zinniger vorm van spreiden dan een willekeurige index als model nemen.''