Willem Sanders

,,Hier moet nog wit tl-licht komen. Dit geel is voor de bezoekers wel prettig, maar voor de kunst werkt het niet goed.' Een maand geleden verhuisde Maya Swaanswijk met haar galerie Metis naar de ruimte van galerie Espace, op honderd huisnummers afstand van haar oude adres aan de Keizersgracht in Amsterdam. Tegelijk met een nieuw onderkomen vond ze ook de compagnon waarnaar ze al een tijd op zoek was: Ron Lang, oud-werknemer bij Galerie Singel 74. ,,Ik heb Metis zes jaar lang alleen gerund, en ik vind het werk te zwaar voor één persoon', zegt Swaanswijk. ,,Als je het goed wilt doen, heb je als galeriehouder twee taken: je moet je winkel draaiende houden en je moet de boer op, om nieuwe kunst te zoeken. In je eentje maak je dan al gauw werkweken van zestig uur.' Bovendien eisen de klanten meer tijd dan vroeger, aldus Swaanswijk: ,,Mensen zijn mondiger geworden. Ze vragen meer aandacht, zien de kunst die ze gekocht hebben graag voor hun deur afgeleverd en willen als het even kan de kunstenaar persoonlijk leren kennen.'

Met alle veranderingen was ook een kleine aanpassing van de naam van de galerie nodig. `Metis' bedacht Swaanswijk toen ze acht jaar geleden begon. Het is een verwijzing naar een van de reïncarnaties van Athene, beschermvrouwe van de kunst in de Griekse mythologie. Met die naam kreeg Swaanswijk voet aan de grond in de kunstwereld, en die moest dus behouden blijven. De toevoeging `NL' kan op drie manieren worden gelezen: als `en Lang', verwijzend naar partner Ron Lang, als het staartje achter een fictief e-mail adres én als toespeling op de voorlopig nog net zo fictieve Metis-galeries in het buitenland, die Swaanswijk en Lang willen opzetten. De twee hebben internationale ambities.

Metis NL en Espace zullen om beurten gebruik maken van de boven- en benedenruimten van het statige pand aan de gracht, waarin Espace al veertig jaar exposeert. Het donkere souterrain is vooral geschikt voor foto's, installaties en videokunst. In de kamer boven komen schilderijen het best tot hun recht.

Tot 1 oktober toont Metis NL daar `Het gezicht van de macht', een opmerkelijke portrettenreeks van de Nederlandse schilder Willem Sanders (1954). Sanders is van huis uit een abstract schilder. Voor deze serie maakte hij fijne potloodtekeningen naar foto's van niet bij naam genoemde machtige lieden. Sanders hanteert een ruime definitie van het begrip `macht': op de twaalf doeken zijn met enige moeite onder meer zakenman Anton Dreesman, columnist G.B.J. Hiltermann en pop art-kunstenaar Robert Rauschenberg te herkennen.

Op Bob Dylan na (`Zimmerman', zeefdruk) hebben alle afgebeelde heren een dikke onderkin. Die kin ligt steeds op de bodem van het doek, terwijl boven het hoofd nog een groot wit vlak gaapt. Dat geeft de werken al iets koddigs.

Bovendien heeft Sanders voor elk portret een paar bizarre toevoegingen in olieverf in petto: filosoof Arthur Lehning krijgt twee enorme zwarte flaporen en op zijn kop een rode driehoek, de schatrijke Hans van Breukhoven een blauw voorhoofd en Anton Dreesman knaloranje Pipo-haar. Jan Wolkers krijgt helemaal geen haar: die is voor de gelegenheid zo kaal als een biljartbal.

Er blijft weinig over van de vastberaden trekken van deze mannen van de wereld. `Het gezicht van de macht' is een grappige, licht ontluisterende serie portretten, die de nog levende modellen zelf vermoedelijk niet boven de schouw zullen hangen.

Tentoonstelling: Willem Sanders, `Het gezicht van de macht', t/m 1-10 in: Metis NL, Keizersgracht 548, Amsterdam. Tel: 020-6389863. Open wo-za 13-18 u, zo 14-17 u.