Taxi

Omdat we laat in de avond met onze kat naar de dierenspoedkliniek moesten, hield ik op straat een taxi aan. Nauwelijks nadat hij gas had gegeven, hoorde ik de chauffeur, een man van eind twintig, zacht maar duidelijk zeggen: ,,Schat, wat wil je nou precies?''

Ik keek opzij, maar bleek gelukkig niet de aangesprokene te zijn. De chauffeur hield een zaktelefoontje tegen zijn linkeroor en stuurde zijn auto met vaste rechterhand door het drukke verkeer op de Rozengracht. Het tempo was hoog, in ieder geval hoog genoeg voor mensen die naar een dierenspoedkliniek willen.

We reden ter hoogte van het politiebureau op de Marnixstraat. ,,Waar ik spuugzat van word'', zei de chauffeur tegen zijn schat, ,,dat zijn die klootzakken die je alsmaar voor hard rijden willen bekeuren. Ik krijg steeds meer zin om het uit te lokken, weet je dat? Dus dat ik zó pokkehard rijd dat ze me wel móeten bekeuren. Ik ga het doen, dat verzeker ik je.''

Ik zette me al een beetje schrap op de voorbank, maar we naderden het Leidseplein waar de chauffeur door de drukte tot een matig tempo gedwongen werd. Hij loodste zijn auto over wat zebrapaden en ging bij het Kleine-Gartmanplantsoen rechtdoor, zonder zijn telefoontje te laten zakken. Zijn vriendin scheen allerlei wetenswaardigs te zeggen, want hij viel zowaar even stil.

Het bleek een aanloop te zijn naar een exposé over het zware bestaan van taxichauffeur. ,,Je moet als chauffeur álles zijn'', zei hij. ,,Psychiater, sociaal werker, noem maar op. Je moest eens weten wat voor mafkezen ik in mijn auto krijg. Mensen die me opeens allerlei persoonlijke dingen vertellen. Dan zijn ze er maar van af. Maar wat moet ik ermee? Nou ja, je luistert, of je doet alsof – dat is voldoende voor ze.''

Toen we de Sarphatistraat bereikt hadden, was de toon van het gesprek aanmerkelijk intiemer geworden. Af en toe lachte hij met een zwoelheid die alleen maar kon betekenen dat zijn vriendin hem op aangename gedachten had gebracht. ,,Jij bent mijn liefste klant'', zei hij terwijl hij door rood joeg, ,,als ik vannacht thuiskom zijn er twee mogelijkheden: ik kruip meteen met mijn kouwe teennagels naast je, of ik neem eerst nog even een heerlijke, warme douche. Wat vind jij?''

Zijn lach kreeg bijna iets kirrends, totdat een onhandige fietser hem afleidde. ,,Lul'', zei hij. Het incident had zijn fantasie een duwtje voorwaarts gegeven. ,,En ik wil natuurlijk morgen om negen uur wel een lekker ontbijtje van je'', zei hij.

Op de lange, saaie Wibautstraat werd het gesprek opeens prozaïscher. Hij vroeg haar of hij met zijn inkomsten van 43.000 gulden nu wel of niet boven de ziekenfondsgrens zou vallen. ,,We hebben het er straks nog over'', zei hij, ,,ik moet eerst even deze lading lossen.''

Terwijl ik in mijn zakken naar geld zocht, zei hij hartelijk, het telefoontje nog steeds tegen zijn oor: ,,Sterkte met de poes.'' Het waren de enige woorden die hij tot ons gesproken had, maar ze waren er niet minder welkom om. Ik vroeg me alleen af wat zijn vriendin op dat moment dacht.